Verdieping

Een stapje dichter bij een geen-bezwaarsysteem?

De Wet op de orgaandonatie gewijzigd

M.A.J.M. Buijsen

Post thumbnail Nederland kent een groot tekort aan donorganen. In de ogen van velen is de sterfte onder patiënten op de lange wachtlijsten voor orgaantransplantaties vermijdbaar, daar de tekorten vaak ook toegeschreven worden aan het beslissysteem van de Wet op de orgaandonatie (WOD). Met enige regelmaat wordt daarom een lans gebroken voor de invoering van een geen-bezwaarsysteem (na overlijden zijn mensen orgaandonor, tenzij zij daartegen bezwaar kenbaar hebben gemaakt), omdat men gelooft dat daarmee meer donororganen beschikbaar komen. Steevast is een fel maatschappelijk debat het gevolg. Tot op heden is er onvoldoende politieke steun voor een systeemwijziging. Men houdt vast aan het systeem van expliciete toestemming (na overlijden zijn mensen geen orgaandonor, tenzij zij van toestemming blijk hebben gegeven). Ondertussen wordt de WOD stilletjes beetje bij beetje verspijkerd.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2014
AA20140093

Een tramlijn door Jeruzalem

Verantwoord ondernemen vanuit Nederland

A.G. Castermans, J.A. van der Weide

Post thumbnail Kan een Nederlandse rechtspersoon in rechte verantwoordelijk worden gehouden voor de betrokkenheid van een dochterbedrijf bij mensenrechtenschendingen in het buitenland? Alex Geert Castermans en Jeroen van der Weide behandelen deze vraag in hun artikel ‘Een tramlijn door Jeruzalem’ aan de hand van een rechtszaak in Frankrijk, aangespannen door de Association France Palestine Solidarité tegen Alstom en Veolia, omdat die twee ondernemingen hun medewerking verlenen aan een project dat volgens de eisers bijdraagt aan de instandhouding van een situatie die in strijd is met het internationaal recht.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2010
AA20100404

Een vergelijking van ‘hardship’ uit de UNIDROIT-regeling met de onvoorziene omstandigheden uit artikel 6:258 van het BW

M. Kuijer

In het contractenrecht kunnen zich onbillijke situaties voordoen. Een van die situaties is die waarin het niet redelijk is een partij aan zijn verplichtingen te houden omdat de omstandigheden waaronder het con¬tract gesloten is, al dan niet fundamenteel, gewijzigd zijn. Zowel de UNIDROIT-principles als ons hui¬dige wetboek bevatten een regeling om, onder omstandigheden, onbillijke clausules uit een contract aan te tasten. Een vergelijking.

Verdieping | Studentartikel
januari 1996
AA19960016

Een verplicht openbaar bod op aandelen

F.C. van Spengler

Het is nogal wat om iemand te verplichten een openbaar bod op alle aandelen van een vennootschap uit te brengen. Toch stelt de Europese Commissie voor om deze verplichting op te leggen aan (rechts)personen die wel een flink deel maar niet alle aandelen van een vennootschap in hun bezit krijgen. Een bepaling daartoe is opgenomen in een ontwerp EG-richtlijn inzake het openbaar bod op aandelen. Op welke rechtsgrond steunt de bepaling en hoe is die door de Commissie uitgewerkt? Dat zijn de belangrijkste vragen die in dit artikel aan de orde komen.

Verdieping | Studentartikel
januari 1992
AA19920020

Een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging. De kabinetsformatie naar Nederlands staatsrecht

G.J. Leenknegt

Een uiteenzetting van hoe de kabinetsformatie in Nederland verloopt.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2002
AA20020798

Een wettelijk verbod op conversietherapie: symboolwetgeving of bittere noodzaak?

L. Postma, J. Verhagen

Post thumbnail

De zogenaamde ‘homogenezingstherapie’, ook wel conversietherapie, is een fenomeen dat de gemoederen bezighoudt. Van verschillende kanten uit de samenleving wordt voor een juridische aanpak voor het voorkomen en tegengaan van conversietherapie gepleit. Maar is een wettelijk verbod aangewezen? En is daar een afzonderlijke bepaling voor nodig? In deze bijdrage bezien de auteurs of het strafrecht en gezondheidsrecht reeds voldoende mogelijkheden bieden om conversietherapie aan te pakken.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2022
AA20220098

Eenheid van recht is buitengewoon belangrijk

Interview met prof.mr. M. Scheltema, hoogleraar Bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en regeringscommissaris voor de Algemene wet bestuursrecht

M.A. Leijten, G.T.M.J. Raaijmakers

Michiel Scheltema werd geboren in juni 1939 te 's Gravenhage. Hij studeerde Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Leiden van 1957 tot 1964. Na die studie studeerde hij een jaar aan de Harvard Law School. Van 1965 tot 1972 was hij wetgevingsambtenaar op het ministerie van Justitie, waar hij wegging toen hij hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen werd. Begin jaren tachtig was hij staatssecretaris van Justitie. Sinds 1983 is hij naast hoogleraar regeringscommissaris voor de Algemene wet bestuursrecht.

Verdieping | Interview
november 1993
AA19930804

Eenieder wordt geacht de wet te kennen, maar wie begrijpt er iets van?

R.A.J. van Gestel

In dit beschouwende artikel wordt ingegaan op de functie van wetgeving en welke uitwerking dit heeft op het gebruik van taal in de wet. De taal van de wet blijkt in veel gevallen toch nog erg ingewikkeld. De schrijver geeft hier meerdere verklaringen voor.

Verdieping | Studentartikel
januari 2008
AA20080078

Eens Natura 2000, voor altijd Natura 2000?

C.W. Backes

Post thumbnail Het ‘schrappen’ van Natura 2000-gebieden is niet mogelijk. Juridisch zou mogelijk zijn de instandhoudingsdoelstellingen van dergelijke gebieden te wijzigen. Of dit ecologisch zinvol is, is een andere vraag. Het is zeer onwaarschijnlijk dat dit wezenlijk zou bijdragen aan de oplossing van de stikstofcrisis. De oorzaken van deze crisis zijn te hoge stikstofdeposities en een inefficiënt en bureaucratisch Nederlands juridisch kader. Aan beide moet worden gewerkt.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2020
AA20200549

Eenvoud en verleidelijkheid

Rechtsvergelijkende analyse en taal van descriptie

M. Adams

Ieder van ons ervaart permanent het verlangen – de reflex – om onbekende verschijnselen te willen duiden in termen of categorieën die je meent te herkennen of te begrijpen. Dat maakt het onverwachte hanteerbaar; eenvoudig misschien. Een dergelijk verlangen kan echter zo verleidelijk blijken dat dit tot grove misleiding wordt. Zeker voor de rechtsvergelijker gaat het dan om een fundamenteel probleem. Kan aan de verleiding worden ontkomen? In dit artikel wil ik deze vraag proberen te beantwoorden aan de hand van onder meer een leerstuk uit de rechtsantropologie.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2011
AA20110796

Eerwraak en het Nederlandse Strafrecht

M. Siesling

Hoe moet de rechter omgaan met een verdachte die zich beroept op een gebruik dat door zijn culturele achtergrond ingegeven is en dat naar zijn mening moreel juist is, terwijl het in de Nederlandse samenleving niet geaccepteerd is?

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2004
AA20040770

Eigendomsverkrijging van meteorieten: toe-eigening, natrekking, aanwas of schatvinding?

J.E. Jansen

Post thumbnail Van wie is een meteoriet? De Nederlandse literatuur en rechtspraak zwijgen over deze kwestie. In Frankrijk, Amerika, Duitsland en Oostenrijk is dat anders. Verschillende oplossingen worden aangedragen: er zou sprake zijn van eigendomsverkrijging door toe-eigening, natrekking, aanwas of schatvinding. Een rechtsvergelijkende rondgang is de moeite waard omdat hij interessante vragen opwerpt over de reikwijdte van de verschillende originaire wijzen van eigendomsverkrijging.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2020
AA20201048