Verdieping

Resultaat 289–300 van de 1112 resultaten wordt getoond

De ledigheid van de publieke taak

J.A.F. Peters

Post thumbnail

In het bestuursrecht wordt vaak gesproken over de publieke taak. Vraag is echter welke betekenis en werking van dit begrip uitgaan in het licht van de duiding en de normering van bestuursrechtelijk relevant handelen.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2017
AA20170104

De Letselschadekamer: van een lijdelijke naar een leidende rechter

J.J. Wolfhagen, W.S. de Zanger

Post thumbnail Sinds 2005 bestaat bij de rechtbank Den Haag de letselschadekamer. De behandeling van gecompliceerde letselschadezaken is ondergebracht in dit project. Er wordt intensief gebruikgemaakt van meervoudige comparities om letselschadezaken sneller te behandelen. De letselschadekamer werd ontwikkeld door onder andere rechters Juke Willink en Julia Mendlik, respectievelijk coördinerend vice-president en vice-president/afdelingsvoorzitter. Vijf jaar na oprichting spreken wij met hen over de totstandkoming van de letselschadekamer, de rol van de leidende rechter en de toekomst van een dergelijke behandeling van civiele rechtszaken.

Verdieping | Interview
oktober 2010
AA20100742

De lijfsdwang heeft een januskop

P.H.J. Körver

Gijzeling is een ultimum remedium dat men tegenkomt in het civiele recht. In de praktijk vertoont het dwangmiddel echter vaak ook veel trekken van de strafrechtelijke lijfsdwang. Dient dit ingrijpende dwangmiddel onverkort gehandhaafd te worden in het Nederlandse recht?

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2007
AA20070663

De lokpuber verstopt zich in het materiële recht

Over het aanpassen van de zedendelicten door Computercriminaliteit III en hoe dit meer is dan het lijkt

K.K. Lindenberg

Post thumbnail

De lokpuber is een opsporingsambtenaar die zich op het internet voordoet als jeugdige en zodoende in staat is groomers op heterdaad te betrappen. Lokpuberzaken zijn tot nu toe evenwel gedoemd te mislukken, omdat grooming volgens het huidige materiële strafrecht alleen kan worden gepleegd jegens een echt kind. Het wetsvoorstel Computercriminaliteit III beoogt hierin verandering te brengen, maar de wijze waarop dat gebeurt brengt materieelrechtelijke gevolgen mee die meer omvatten dan de enkele huisvesting van de lokpuber. Dit artikel bespreekt de aard en mogelijke impact van die gevolgen.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2016
AA20160942

De machtigingswet: crisismanagement in de rechtsstaat

J.F.L. Roording

Meer dan incidenteel heeft de staatsrechtelijke literatuur zich met het fenomeen machtigingswetgeving niet beziggehouden. Toch is daar alle aanleiding toe, omdat het riekt naar een anti-democratische, autoritaire regeerstijl. Aan de hand van een bespreking van drie als zodanig bekend staande machtigingswetten wordt getracht enige duidelijkheid te scheppen over de aard van dit type wetgeving. Tot slot worden kort enige voorwaarden geschetst waaronder, naar mijn mening, machtigingswetgeving uit rechtsstatelijk oogpunt verantwoord, of zelfs aangewezen is.

Verdieping | Studentartikel
januari 1990
AA19900003

De mislukte redding van een vallende ster

Over de verschillende fases rondom het faillissement

B.C.H. Smit

Post thumbnail

Juist in deze tijd van economische crisis spelen faillissementen een belangrijke rol.  Zowel vanuit civielrechtelijk perspectief als vanuit een fiscaalrechtelijk perspectief is de dynamiek rondom een dergelijk faillissement interessant. Zeker omdat de verhouding tussen de zekerheidshouder enerzijds en de fiscus anderzijds recentelijk op verschillende manieren is gewijzigd. Met name het Belastingplan 2013 en het programma Herijking Faillissementsrecht zorgen rondom het faillissement voor tegenstrijdige krachten tussen deze twee betrokken partijen. Deze bijdrage gaat dan ook over de discrepantie die bestaat tussen de doelstelling van beide projecten.

Verdieping | Studentartikel
december 2014
AA20140893

De mobiele telefoon als peilbaken. Mag dat?

B. de Boer

Enige tijd geleden stond in de De Volkskrant van 26 mei 1999 het bericht dat de verdachten van de moord op de prefect van Corsica hadden bekend de moord te hebben gepleegd nadat zij waren geconfronteerd met gegevens waaruit bleek dat de mobiele telefoons van de verdachten zich allemaal op het tijdstip van de moord in de buurt van het theater hadden bevonden, waar de moord zich had voltrokken. Ook in Nederland heeft zich enige tijd geleden een zaak voorgedaan waarbij een verdachte werd verraden door zijn mobiele telefoon. In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of de wijze waarop dit is gebeurd wel gelegitimeerd is.

Verdieping | Studentartikel
september 1999
AA19990608

De moed tot onpartijdigheid

J.E. Soeharno

Post thumbnail In Nederland woedt discussie over de vraag in hoeverre rechters morele moed moeten tonen. De rechterscode is daarover duidelijk: ja, en zo nodig mogen zij daartoe zelfs de grenzen van het recht overschrijden. Maar past rechters wel morele moed in een moreel pluriforme samenleving? Dit artikel bepleit terughoudendheid met betrekking tot het tonen van morele moed door rechters en zet in op een andere moed: de moed tot onpartijdigheid.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2020
AA20200942

De muzikant als uitvoerende kunstenaar en zijn naburige rechten

C. Bollen

Als gevolg van de voorgenomen toetreding van Nederland tot de Internationale Conventie voor de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Conventie van Rome) lag in 1992 het ontwerp van de Wet op de naburige rechten bij de Tweede Kamer. Het was de bedoeling dat deze wet medio 1993 ingevoerd werd. Vanaf dat moment zou de bescherming die de wet muzikanten biedt met betrekking tot hun prestaties, er anders uit gaan zien dan nu het geval is.

Verdieping | Studentartikel
september 1992
AA19920447

De mythe van de trias

H. Gommer

De leer van de trias politica wordt eerstejaars studenten met de paplepel ingegoten. De daaraan gekoppelde machtenscheiding is een van de voornaamste obstakels voor externe controle van de rechter. In dit artikel wordt gesteld dat de leer van de machtenscheiding geen adequate beschrijving van de werkelijkheid geeft en daarom nauwelijks als argument kan worden gebruikt. Het gaat in de rechtsstaat veel meer om machtsevenwicht. De auteur introduceert een alternatief, waarbij niet langer de trias van staatsmachten, maar de burger centraal staat: de machtencirkel.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2007
AA20070021

De mythe van het de auditu-bewijs

N. Rozemond

Er is geen onderwerp in het strafprocesrecht waarover zo veel mythevorming bestaat als het de auditu-bewijs in strafzaken. Ook in de eerste aflevering van Ars Aequi met de Rode draad `Bewijs en Bewijsrecht`verkondigen Nijboer en Wagenaar zonder enige kritische kanttekening de mythe van het de auditu-bewijs. De mythe van het de auditu-bewijs bestaat uit twee bestanddelen. Het eerste bestanddeel is de opvatting dat de Hoge Raad in het De Auditu-arrest van 1926 tegen de wil van de wetgever de auditu-bewijs in het Nederlandse strafprocesrecht zou hebben geïntroduceerd. Het tweede bestanddeel bestaat uit de mening dat de auditu-bewijs in strijd is met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens: het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zou in het Kostovski-arrest `de bijl aan de voet van veel van de de auditu-constructies` hebben gelegd. In deze bijdrage wil ik proberen de mythe van het de auditu-bewijs te ontkrachten. Daarmee wil ik niet betogen dat er geen kritiek kan worden uitgeoefend op de bewijsvoering in Nederlandse strafzaken. Het 'herkennen van Iwan' van Wagenaar en 'Strafrechtelijk bewijsrecht'van Nijboer zijn verplichte literatuur voor iedere jurist die kritisch over het strafrechtelijke bewijsrecht wil nadenken. Ik wil slechts laten zien dat de kritiek op de auditu-bewijs zoals Nijboer en Wagenaar deze onder woorden brengen te ongenuanceerd is: de Nederlandse procespraktijk in strafzaken is veel gevarieerder dan zij het doen voorkomen. Deze nuancering is noodzakelijk om een beter begrip te krijgen van de sterke en zwakke kanten van de Nederlandse bewijsvoering in strafzaken.

Rode draad | Bewijs en bewijsrecht | Verdieping | Studentartikel
maart 1999
AA19990144

De nieuwe kantongerechtsprocedure

Kanttekeningen bij de wet van 21 januari 1991, Staatsblad 50

A. van den Hende-de Vries, R.J.G. Peters

Op 29 januari 1991 heeft de Eerste Kamer goedgekeurd (wetsvoorstel 19 976), inhoudende een algehele herziening van de civiele kantongerechtsprocedure. Met de wet van 31 januari 1991 wordt beoogd te komen tot harmonisering en vereenvoudiging van de procedure. Ten aanzien van deze centrale doelstelling moet men constateren dat de regering in haar opzet is geslaagd. Toch vallen er bij de nieuwe wet enkele kritische kanttekeningen te plaatsen. Na een historisch overzicht van het wetsvoorstel zal in dit artikel worden ingegaan op de 'consumenten-vriendelijkheid' van de wet, en dan met name op de regeling van de rechtsingang (artikel 104 NRv). Vervolgens zal de regeling van de voorlopige voorzieningen (in haar algemeenheid) aan een nadere beschouwing onderworpen worden, waarbij de vraag centraal slaat in hoeverre de regeling van artikel 116 NRv een verbetering van het huidige artikel 100 Rv inhoudt, en daardoor als een waardig alternatief voor het kort geding gezien kan worden. Tot slot zal kort worden ingegaan op het verband tussen dit wetsvoorstel en de voorgenomen herziening van de rechterlijke organisatie.

Verdieping | Studentartikel
mei 1991
AA19910380

Resultaat 289–300 van de 1112 resultaten wordt getoond