Verdieping

De ontneming van wederrechtelijk voordeel in verhouding tot het EVRM

C. Philips

Is de Nederlandse regelgeving ter zake van de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (art.36e Sr)strijdig met de onschuldpresumptie van artikel 6 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM),wanneer niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de betrokkene het strafbaar feit ter zake waarvan de vordering is ingesteld heeft gepleegd,en evenmin kan worden vastgesteld dat hij vermogensbestanddelen bezit waarvan hij de herkomst niet kan verklaren? Op 1 maart 2007 deed het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)een opmerkelijke uitspraak in de zaak Geerings versus Nederland, waarin geconcludeerd werd dat de in die zaak op artikel 36e lid 2 Sr gebaseerde ontnemingsmaatregel onverenigbaar is met artikel 6 lid 2 EVRM. Vegl: EHRM 1 maart 2007, LJN: BA1112

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 2007
AA20070583

De onveilige baarmoeder

M.K. Jungschleger

Is het niet het recht van het kind, als gekozen wordt voor het voldragen van de zwangerschap, om prenataal beschermd te worden? En biedt de nationale en internationale wetgeving niet de mogelijkheid, misschien zelfs wel de plicht, kinderen prenataal te beschermen? De huidige opinie: het ongeboren kind heeft geen rechten, met als gevolg de onmogelijkheid van bescherming van het ongeboren kind tegen vermijdbare schade door doen en nalaten van de aanstaande moeder, dient te worden herzien.

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2002
AA20020339

De oorsprong van de term persoon in het Westerse recht

R.R. Brouwer

Post thumbnail

"‘Persoon’ gaat terug op het individuele masker dat werd gebruikt in Etruskisch-Romeinse grafrituelen én op het algemenere masker dat in zwang kwam in het Griekse theater. Via de in Rome werkende denker Panaetius (ca. 185-ca. 110) komt deze dubbele oorsprong van persoon terecht in de beginnende rechtswetenschap en wordt zo een centrale term in het westerse recht."

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2018
AA20180281

De opgedrongen verrijking

T. van der Linden

Post thumbnail Teun van der Linden onderzoekt in dit artikel de problematiek rondom de opgedrongen verrijking. In hoeverre kan de verrijkte aansprakelijkheid uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking ontlopen met het verweer dat hem een bestedingspatroon is opgedrongen? Om deze vraag te beantwoorden belicht hij eerst het theoretische fundament van het verrijkingsrechtelijke uitgangspunt dat een opgedrongen verrijking niet voor schadevergoeding in aanmerking komt. Deze vuistregel is terug te voeren op het aan het systeem van het vermogensrecht ten grondslag liggende autonomiebeginsel. Betoogd wordt dat voor het antwoord op de gestelde vraag van doorslaggevend belang is in hoeverre de verrijkte daadwerkelijk in zijn autonomie wordt aangetast als hij schadevergoeding moet betalen. Van der Linden illustreert deze stelling aan de hand van een aantal casusposities die in het verlengde liggen van de zaakwaarneming, de precontractuele fase en onbevoegde vertegenwoordiging.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2013
AA20130011

De Orde van Apen

P. de Vries

Dat de verschillen tussen mens en dier minder groot zijn dan lange tijd werd verondersteld, hoeft niemandmeer te verbazen. Nog wel opzienbarend is dat de aloude waterscheiding van onze moraal de dierenook niet meer buiten de deur houdt: in de gedragingen van dieren wordt wel een bepaalde vorm vanmoraliteit verondersteld. Met name bij primaten kunnen sommige observaties van moreel gedrag zelfsmet recht in verband gebracht worden. De sociale orde van apen blijkt zodanig gereguleerd te zijn datvoorgesteld kan worden voor die regulering het begrip ‘recht’ te gebruiken.

Verdieping | Studentartikel
januari 2000
AA20000005

De overdracht van een aandeel in strijd met een blokkeringsregeling

T.D.J. Oosterink

Post thumbnail De overdracht van een aandeel in strijd met een blokkeringsregeling is ongeldig. De vraag hoe deze ongeldigheid dogmatisch moet worden verklaard, wordt in de literatuur verschillend beantwoord. De enige juiste verklaring volgt uit de aard van het aandeel zelf.

Verdieping | Studentartikel
maart 2013
AA20130187

De overheidsaansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door achteraf bezien ten onrechte toegepaste strafvorderlijke dwangmiddelen

J. Dekker

De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de overheid voor schade door het achteraf bezien ten onrechte toepassen van dwangmiddelen tijdens opsporing en vervolging van strafbare feiten heeft zich gedurende enkele jaren sterk ontwikkeld. Op 29 april 1995 is hierin verandering gekomen. Recentelijk heeft deze ontwikkeling met twee uitspraken van de Hoge Raad een nieuw hoofdstuk gekregen. In het verlengde van beide arresten wordt een aantal problemen besproken, die het leerstuk van de (on)rechtmatige overheidsdaad meebrengt.

Verdieping | Studentartikel
oktober 1995
AA19950748

De personenvennootschap op weg naar 2020

Het rapport Modernisering personenvennootschappen: een geslaagde eerste aftrap

H.E. Boschma, J.B. Wezeman

Post thumbnail

In de Nederlandse ondernemingspraktijk nemen personenvennootschappen een vooraanstaande plaats in. Het is dan ook verheugend dat de modernisering van het personenvennootschapsrecht weer hoog op de wetgevingsagenda is geplaatst. De Minister van Veiligheid en Justitie gaat werken aan een voorontwerp van een wettelijke regeling, waarbij wordt voortgebouwd op het rapport ‘Modernisering personenvennootschappen’ van de Werkgroep Personenvennootschappen. Dit rapport wordt in deze bijdrage besproken.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2017
AA20170203

De positie van de Heilige Stoel in het volkenrecht

K. Martens

Een veel gehoorde fout is dat het Vaticaan en de heilige stoel hetzelfde zouden zijn, dit artikel geeft het onderscheid tussen beide aan. Bovendien word ook de inhoud van beide instellingen, zowel vroeger als in het huidige recht, behandeld.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2006
AA20060102

De positie van het hoger beroep in het bestuursrecht

T.A. van Kampen

Verdieping | Studentartikel
juli 2000
AA20000512

De praktische betekenis van een spelerscontract

G.A.F.M. van Schaaijk

Tussen sportclub en speler wordt tegenwoordig steeds vaker een spelerscontract gesloten, ook in het amateurvoetbal en in andere takken van sport. Maar ondanks een contract kan een sportclub het trainen, spelen van wedstrijden en medische verzorging juridisch niet afdwingen van een speler. Deze paradox is te verklaren door de sportieve capaciteit van de speler niet alleen op te vatten als iets wat de speler heeft en wat uitwisselbaar is tegen loon, maar ook als iets wat de speler kan en wat geworteld is in zijn lichamelijkheid. Via deze weg wordt duidelijker wat een sportclub dan wel kan verwachten van een spelerscontract.

Verdieping | Verdiepend artikel
juli 2006
AA20060493

De priester, de film en het recht

J. Giltaij

In dit artikel wordt aan de hand van een film (I Confess uit 1953) een klassieke casus geschetst waarbij het verschoningsrecht van een priester een rol speelt. In het artikel wordt ingegaan op dit verschoningsrecht en hoe zich dit verhoudt tot bepaalde grondrechten, art. 6 Gw en art. 9 EVRM.

Blauwe pagina's | Recht en Cultuur | Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2008
AA20080688