Bijzonder nummer

Resultaat 301–312 van de 516 resultaten wordt getoond

Internet en democratie

Droom, werkelijkheid en een enkele nachtmerrie

K.L.K. Brants

In dit artikel wordt ingegaan op de invloed van het internet op de werking van democratie, burgerinitiatieven, journalistiek, grondrechten en de participatie van burgers in het publieke domein.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080524

Internet en recht: een selectie uit een tour d’horizon

A. Ringnalda

Ondanks zijn leeftijd is er al ontzettend veel over het internet geschreven, en ook bij juristen is het fenomeen niet onopgemerkt gebleven. Met recht kan men dan ook denken: alweer iets over internet en recht? Dit voorwoord dient derhalve ter verantwoording en vooral om uit te leggen met welke insteek wij de relatie tussen recht en internet willen behandelen. Meteen ook wijzen we er op dat noch dit bijzonder nummer, noch dit voorwoord, enige aspiraties heeft om een compleet overzicht van de stand van zaken te geven – hetgeen vanwege de veelzijdigheid van het onderwerp schier onmogelijk is. De selectie van thema’s wordt in dit voorwoord kort ingeleid.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080490

Internetcriminaliteit: kinderpornografie in meervoudig perspectief

R. Kaspersen, J. Kerstens, R. Leukfeldt, A.R. Lodder, W. Stol

Deze bijdrage plaatst de verspreiding van kinderpornografie via internet, in een meervoudig perspectief. Achtereenvolgens komen aan bod gedragsregulering in cyberspace (de onderliggende sociologische dimensie); een overzicht van de ernstigste criminaliteitsvormen in cyberspace, de plaats die kinderporno daarbij inneemt en hoe kinderpornoverspreiding plaatsvindt (criminologische dimensie); welke partijen een bijdrage kunnen leveren aan kinderpornobestrijding en wat hun mogelijkheden zijn, met bijzondere aandacht voor problemen in de opsporing (de integrale veiligheidskundige dimensie). Op verschillende plaatsen is daarbij aandacht voor wet- en regelgeving (de juridische dimensie).

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080531

Interventie in Vietnam

J.A. Walkate

Vietnam geeft, wellicht meer clan enig ander internationaal conflict uit het verleden, aanleiding zo niet tot een subjectieve interpretatie dan toch in ieder geval tot een subjectieve selectie der feiten. Dit kan worden geweten deels aan de complexiteit van het probleem en deels aan het ideologisch karakter van het conflict. De vele twijfels en tegenstrijdigheden die nagenoeg ieder aspect van het vraagstuk in een fijne nevel hullen, maken het bijzonder moeilijk een helder licht over de volkenrechtelijke aspecten te laten schijnen. Men dient te onderscheiden tussen interventie in ruime zin, t.w. iedere inmenging van een of meer staten in de binnenlandse of buitenlandse aangelegenheden van een of meer andere staten, en interventie in enge zin, d.w.z. inmenging van deze aard met een dwangmatig karakter. Is de eerstgenoemde vorm van interventie tot op zekere hoogte vrijblijvend van aard, interventie met gebruik of dreiging van economische of militaire middelen heeft niet zelden ten doel een regeling van een bestaand of gevreesd conflict volgens de inzichten van de intervenient tot stand te brengen (de jongste gebeurtenissen in Tsjechoslowakije zijn daarvan een zuiver voorbeeld). Dit soort interventie is, indien zij niet voortvloeit uit bepalingen van het Handvest of uit beslissingen van de organen der Verenigde Naties, als strijdig met de regels van volkenrecht aan te merken, tenzij een in het volkenrecht erkende rechtvaardigingsgrond de interventie haar wederrechtelijkheid mocht ontnemen. Als zodanig kunnen in aanmerking komen: - het mede in het Handvest erkende recht van zelfverdediging; - het bij een verdrag aan de interveniërende staat toegekende recht om in bepaalde gevallen zelfstandig en eigenmachtig op te treden; - de stilzwijgende of uitdrukkelijke toestemming, of in een enkel geval, het verzoek van de wettige regering van de staat, die object der interventie is

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680285

Interventie: recht of politiek?

H.F.P. Ietswaart

Het volkenrechtelijke begrip interventie is te complex om op deze plaats als zodanig behandeld te worden. De in dit artikel opgenomen uiteenzetting beoogt dan ook slechts een indruk te geven van de theoretische en praktische problematiek, die hiermee samenhangt.

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680274

Is economisch bewijs een garantie voor een kwalitatief beter mededingingsrecht?

R. Van den Bergh

Post thumbnail De introductie van een meer economische benadering heeft de verwachting gecreëerd dat het gebruik van economische inzichten de kwaliteit van het mededingingsrecht kan verbeteren. Ofschoon het juist is dat de economische theo¬rie kan helpen bij de interpretatie van de relevante mededingingsrechtelijke vragen is toch voorzichtigheid geboden. Economische modellen gaan uit van veronderstellingen die subjectieve keuzes impliceren. Ook moet worden gewaarschuwd voor het gebruik van empirisch bewijs wanneer de beschikbaarheid van data de uitkomst van een rechtszaak beïnvloedt.

Bijzonder nummer | Concurrentie
juli 2020
AA20200672

Jaarrekeningsrecht en joint ventures

S.E. Eisma

Het jaarrekeningrecht vormt een complex geheel van regels dat een aparte plaats inneemt in het rechtspersonenrecht. In het onderhavige artikel wordt ingegaan op een aantal vragen van jaarrekeningrecht die spelen als er joint ventures in het spel zijn.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
mei 1995
AA19950385

Joint ventures – Introductie

J.A.M. ten Berg

Op verzoek van de Bijzonder Nummer-commissie 1995 dient deze bijdrage als een algemeen introducerend artikel over de joint venture. In het artikel wordt allereerst aangegeven wat gemeenlijk onder het begrip 'joint venture' wordt verstaan. Vervolgens wordt ingegaan op de diverse rechtsvormen waarin de Nederlandse joint venture zich kan manifesteren. Daarbij worden onderscheiden de 'geïnstitutionaliseerde' kapitaalvennootschappen enerzijds en de personenvennootschappen anderzijds, maar combinaties van beide typen blijken ook mogelijk. Tot slot wordt aandacht besteed aan de basis van de joint venture: de joint venture-overeenkomst.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
mei 1995
AA19950335

Joint ventures en stemovereenkomsten. Een rechtsvergelijkend perspectief

H.J. de Kluiver

Een essentiële juridische vraag in het kader van joint ventures, opgezet in de vorm van een rechtspersoon, is die naar de verhouding tussen institutionele vastigheid en contractuele flexibiliteit. Het antwoord op die vraag wordt voor een belangrijk deel bepaald door nationaal vennootschapsrecht. In deze bijdrage staat centraal welke ruimte een aantal buitenlandse rechtstelsels biedt voor het gebruik van stemovereenkomsten in dat kader. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan het Engelse recht. Die bijzondere aandacht is vanuit de Nederlandse optiek gerechtvaardigd omdat een vennootschap opgericht naar Engels recht in Nederland zeker wordt erkend, en dus hier te lande als rechtsvorm voor een joint venture kan worden gebruikt. Daarnaast kan worden opgemerkt dat het Engelse recht, nog steeds, wordt geacht bijzonder oog te hebben voor de wensen en noden van de handelspraktijk.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
mei 1995
AA19950432

Joint ventures in ontwikkelingslanden

R. Pfeiffer

In dit artikel wordt ingegaan op de specifieke aspecten van een joint venture tussen een buitenlandse investeerder en een lokale partner, waarmee in het ontwikkelingsland een gezamenlijke onderneming wordt opgezet. Belastingaspecten worden buiten beschouwing gelaten.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
mei 1995
AA19950442

Juridisering van het internet: eender als of anders dan gebruikelijk

F.W. Grosheide

In dit artikel wordt door de auteur allereerst ingegaan op de verschillen tussen de werkelijke wereld (offline) en de virtuele wereld (online) waarbij de auteur tot de conclusie komt dat er in de loop van de jaren geen verschil meer bestaat tussen deze twee werelden en het internet gelijk is komen te staan met de echte wereld. De auteur komt tot deze conclusie omdat er voor de internetwereld gelijksoortige regels gelden als voor de werkelijke wereld. In het tweede gedeelte van het artikel gaat de auteur in op de regulering die op internet plaats zou moeten vinden. De auteur gaat daarbij in op informatie-, communicatie, informatica- en mediarecht. De auteur komt tot de conclusie dat een samenspel tussen overheids- en zelfregulering het meest wenselijk is.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080500

Katholiek tuchtrecht

A.P.H. Meijers

Post thumbnail Het pastoraat is het werkveld van de kerk. Daarin worden fouten gemaakt. Van kerkgemeenschappen wordt verwacht daartegen tuchtrechtelijk op te treden. Deze vraag was en is dringend wanneer in het pastoraat seksueel misbruik wordt gepleegd. In deze bijdrage wordt een overzicht van de recente ontwikkeling van het tuchtrecht binnen de katholieke kerk gegeven met bijzondere aandacht voor de problematiek van seksueel misbruik.

Bijzonder nummer | Tuchtrecht
juli 2016
AA20160554

Resultaat 301–312 van de 516 resultaten wordt getoond