Bijzonder nummer

Het vergeetrecht vijf jaar later

G.-J. Zwenne

Post thumbnail Zo een vijf jaar geleden wees het Hof van Justitie van de Europese Unie arrest in de zaak van Google Spain tegen Mario Costeja González. Daarin erkende het rechtscollege het recht om te worden vergeten. Als er met behulp van een internetzoekmachine wordt gezocht op de naam van iemand, moet in voorkomend geval worden overgegaan tot verwijdering van de zoekresultaten die verwijzen naar webpagina’s waarop bepaalde informatie over deze persoon is te vinden. Dit op grond van de verwijder- en verzetsrechten waarin wordt voorzien door de privacywetgeving, indertijd de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en inmiddels, vanaf 25 mei 2018, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Bijzonder nummer | Privacy
juli 2019
AA20190604

Het zeerecht is het oudste recht

Interview met prof.mr. H. Schadee

H.J. van Kooten, I. Reuder

De Schadee's zijn sinds 1724 werkzaam geweest als advocaten, notarissen en dispacheurs in Rotterdam. Na een jaar klassieke talen en rechten te hebben gestudeerd in Genève, heeft Henri Schadee (1910) zijn rechtenstudie in Leiden afgerond om vervolgens praktijkervaring op te doen in Engeland en Duitsland. In 1936 wordt Schadee beëdigd als advocaat en procureur te Rotterdam. Ruim 10 jaar later wordt hij lid van de Subcommissie Handelsrecht van de Staatscommissie inzake de herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving. Hij zal zijn wetgevende activiteiten ook op internationaal niveau ontplooien. Zo was hij betrokken bij de totstandkoming van onder andere de York-Antwerp Rules (1950) en bij de werkzaamheden van het Comité Maritime International (CMI). Schadee's bekendste wetgevingsprodukt echter is het achtste boek van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, 'Verkeersmiddelen en vervoer'. Geadviseerd door uit praktijkmensen samengestelde commissies die hij de 'Zwoegers' of de 'Mandarijnen' noemde, kon hij in 1972 het eerste stuk van Boek 8 (over zee- en binnenvaartrecht) aan de minister aanbieden. Het tweede stuk (over wegvervoer) volgde in 1976. Hij heeft het ontwerp zelf als regeringscommissaris in het parlement verdedigd. In 1963 werd Schadee benoemd tot buitengewoon hoogleraar vergelijkend zeerecht in Leiden. Bij het bereiken van de zeventigjarige leeftijd nam hij afscheid. Van 1967 tot 1975 heeft hij tevens een leeropdracht vervoersrecht vervuld aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, de huidige Erasmus Universiteit. In aanwezigheid van Schadee's opvolger in Leiden, prof.mr. R.E. Japikse, spraken wij met hem over het zeerecht, het belang van vervoersrechtelijke verdragen, het Romeinse recht en natuurlijk over zijn geesteskind, Boek 8 BW.

Bijzonder nummer | Vervoersrecht
mei 1993
AA19930339

Het zorgvuldigheidsbeginsel als schakel tussen bestuursrecht en privaatrecht

J.M. Polak

In het artikel worden voorbeelden gegeven van toepassing van het zorgvuldigheidsbeginsel in het bestuursrecht. Daarna wordt er ingegaan op de codificering van het beginsel in de Awb. Van daaruit maakt de auteur de brug naar het privaatrecht en gaat in op de zorgvuldigheidsnorm voor behoorlijk handelen, zowel in bestuurs- als privaatrecht.

Bijzonder nummer | Rechtsbeginselen
oktober 1991
AA19910908

Hoe echt is uw echt? De ineffectiviteit van schijnregelgeving

C.A. Goudsmit

Bijzonder nummer | Vreemdelingenrecht | Verdieping | Studentartikel
mei 2000
AA20000330

Hoe gemeen is de aansprakelijkheid van de wegvervoerder volgens Boek 8 BW?

M.A. van de Laarschot

In deze bijdrage worden aan de hand van het arrest van de Hoge Raad van 6 april 1990 inzake Van Gend & Loos versus Vitesse (HR 6 april 1990, NJ 1991, 689) enige aspecten van de aansprakelijkheid van de wegvervoerder volgens Boek 8 BW behandeld en vergeleken met aansprakelijkheidsregels volgens het gemene recht.

Bijzonder nummer | Vervoersrecht
mei 1993
AA19930427

Hoe komen de bewoordingen van vonnissen en arresten tot stand?

J.D.A. den Tonkelaar

‘Concipiëren’, zoals de vakterm luidt, is bijna dagelijks werk van alle rechters en raadsheren, de meeste leden van de juridische ondersteuning en sommige medewerkers in de administratieve ondersteuning van de gerechten. Dit concipiëren is het maken van concept-uitspraken; het op schrift stellen van een uitspraak, waarvoor uiteindelijk elke rechter of raadsheer wiens naam onder de uitspraak staat, inhoudelijk en redactioneel verantwoordelijk is. De uit deze twee zinnen naar voren komende wereld van taken, taakverdeling, delegatie en verantwoordelijkheden is een wereld waarin veel werkdruk wordt ervaren en toch constant aan alle uitspraken hoge eisen gesteld worden. Van die wereld en de vragen die daarin leven, wil dit artikel een beeld geven.

Bijzonder nummer | Recht & taal
juli 2015
AA20150594

Hoe komen juridische begrippen en regels aan hun betekenis?

Het belang van de taalfilosofie van de latere Wittgenstein voor de rechtsgeleerdheid

, J.W.A. Fleuren

Hoe komen begrippen als ‘rechtssubject’, ‘rechtspersoon’, ‘rechtshandeling’, ‘bestuursorgaan’ en andere abstracties aan hun betekenis? Hoe komt het dat juridische termen en wettelijke voorschriften in de loop van de tijd van betekenis kunnen veranderen? Wat verklaart dat de inhoud van het EVRM bepaald wordt door de jurisprudentie van het EHRM? De taalfilosofie van Wittgenstein is bij uitstek geschikt om dergelijke vragen te beantwoorden. Deze bijdrage biedt een inleiding in een van de belangrijkste filosofen van de 20e eeuw en maakt diens inzichten operationeel voor de rechtsgeleerdheid. Daarbij treedt een onvermoede verwantschap tussen rechtswetenschap enerzijds en logica en wiskunde anderzijds aan het licht.

Bijzonder nummer | Recht & taal
juli 2015
AA20150568

Hulpverlening in het zeerecht

R. Cleton

Hulpverlening aan schepen is een van de typisch traditionele instituten van het zeerecht en als zodanig aan te merken als een particularisme van het zeerecht. Dit instituut is sinds 1910 geregeld in het Brusselse Verdrag inzake hulp en berging. In deze bijdrage worden het juridische karakter van hulpverlening en de voorwaarden waaronder hulploon kan worden toegekend, nader geanalyseerd. Daarbij wordt met name aandacht besteed aan het zogenaamde 'no cure, no pay'-beginsel. Tevens wordt het nieuwe Hulpverleningsverdrag besproken, waarin de mogelijkheid is opgenomen om aan de hulpverlener in de vorm van een bijzondere vergoeding een beloning toe te kennen voor de door hem verrichte inspanningen om schade aan het milieu te voorkomen of te verminderen.

Bijzonder nummer | Vervoersrecht
mei 1993
AA19930414

Huwelijksvermogensrecht en derden

B.E. Reinhartz

In het gewone vermogensrecht, neergelegd in de Boeken 3, 5, 6 en 7 BW, geldt een aantal basisbeginselen waarop het huwelijksvermogensrecht ook tegenwoordig nog inbreuk maakt. Voor de wetswijziging in 1992 geschiedde dat in nog grotere mate. In deze bijdrage zal ik mij afvragen of het voor de derde in bepaalde situaties uitmaakt of zijn wederpartij al dan niet getrouwd is. Tot slot zal ik ook een korte beschouwing wijden aan de vraag of de tendensen in het huwelijksvermogensrecht stroken met individualiseringstendensen die wij in de samenleving waarnemen.

Bijzonder nummer | De derde in het recht
mei 1997
AA19970279

I De dokter en de dood

E.Ph.R. Sutorius

In deel I van dit tweeluik schrijft Eugène Sutorius over het euthanasievraagstuk. Hij besteedt bijzondere aandacht aan het burgerinitiatief 'Uit Vrije Wil'.

Bijzonder nummer | Gezondheidsrecht
juli 2011
AA20110584

II Legitimatie van medisch handelen

E.Ph.R. Sutorius

In deel II van dit tweeluik gaat Eugène Sutorius dieper in op de legitimatie van medisch handelen. Waar liggen de grenzen?

Bijzonder nummer | Gezondheidsrecht
juli 2011
AA20110593

Ik lijd, dus ik heb rechten. De juridische emancipatie van het slachtoffer

W.J. Veraart

Post thumbnail

In dit artikel verdedigt Wouter Veraart de these dat het Kantiaanse verhaal over emancipatie als verheffing, als een opwaartse strijd in de richting van autonomie en volwaardig burgerschap, in de afgelopen decennia steeds vaker plaats lijkt te maken voor een vertoog dat om juridische erkenning vraagt van het lijden van slachtoffers en dat er primair op is gericht om slachtoffers in hun hoedanigheid van slachtoffers in de rechtsorde toe te laten. 

Bijzonder nummer | Privatisering van het strafrecht | Overig
juli 2013
AA20130582