Bijzonder nummer

Het milieurecht in disharmonie?

Th.G. Drupsteen

Of er in het milieurecht sprake is van wetsharmonie en rechtsharmonie is moeilijk vast te stellen. Enerzijds staat dit jonge rechtsgebied voortdurend bloot aan invloeden van buiten. Anderzijds heeft het zelf nog niet een zodanig duidelijke systematiek ontwikkeld dat deze zouden leiden tot disharmonie.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmonie
mei 1996
AA19960371

Het Nederlandse toelatingsbeleid voor asielzoekers

A.P. Taselaar

Bijzonder nummer | Vreemdelingenrecht | Verdieping | Studentartikel
mei 2000
AA20000376

Het OM in een spagaat

J.M. Reijntjes

De meest in het oog springende taak van het Nederlandse OM is de vervol-ging van strafbare feiten. De officier treedt dan op als openbaar aanklager. Van hem wordt verwacht dat hij – ofschoon hij partij is in het geding – toch onpartijdig blijft en behalve wat tegen de verdachte pleit, ook alles wat voor hem spreekt onder de aandacht van de rechter brengt. Is dat realistisch? Minstens zo belangrijk is zijn optreden bij de opsporing van delicten. Daarbij wordt hij niet alleen geacht het oog te houden op de doelmatigheid, maar ook op de rechtmatigheid van het politieoptreden. Biedt dat een ernstig te nemen waarborg? Kan in redelijkheid van hem worden verwacht dat hij fouten aan het licht brengt, waarvoor hij mede verantwoordelijk is? Er wordt dikwijls aan getwijfeld of van dit alles iets terecht komt. Maar is er een alternatief? En is het eigenlijk wel een probleem?

Bijzonder nummer | Krom~recht, over misstanden in het recht
juli 2005
AA20050597

Het onovertroffen Duitse privaatrecht

E.H. Hondius

Van alle stelsels van privaatrecht in Europa is dat van Duitsland het meest ontwikkeld. De constitutionalisering van het privaatrecht, het gebruik van open normen, de introductie van een algemeen deel – het zijn Duitse ontwikkelingen die Nederland en andere landen ten voorbeeld strekken. De hoge kwaliteit van het Duitse recht is voor een belangrijk deel te danken aan de doctrine, die hierbij voortbouwt op het habilitatiestelsel en op een reeks voortreffelijke juridische periodieken. Het is alleen de taal die aan een grotere uitstraling in de weg staat.

Bijzonder nummer | Duits recht
juli 2014
AA20140551

Het ontstaan van pseudo-herinneringen bij kinderen

Over de rol van plausibiliteit, valentie en kennis

H.P. Otgaar

Bijzonder nummer | Bewijs
juli 2010
AA20100513

Het overheidsbeleid ten aanzien van ouderen

J. Zwier

Hoewel in dit artikel het accent zal liggen op het ouderenbeleid, zoals dat is gevoerd door het huidige ministerie van WVC (1988) en het voormalige departement van CRM, blijven onderwerpen als inkomensbeleid en arbeidsmarktpositie niet onbesproken. Daarnaast besteed de auteur enige aandacht aan het beleid van de provincies en gemeenten, omdat vooral de laatste jaren door de voortgaande decentralisatie steeds meer onderdelen van het ouderenbeleid tot de verantwoordelijkheid van de lagere overheden zijn gaan behoren. Deze bijdrage is beperkt tot het beleid van na de oorlog, waarbij globaal de volgende periodes te onderscheiden zijn. De eerste 20 tot 25 jaar worden gekenmerkt door een beleid, dat vooral is gericht op de kwetsbaarsten onder de ouderen. Vanaf 1975 krijgt daarnaast de maatschappelijke integratie van ouderen veel aandacht. In de jaren tachtig tenslotte zien we dat de beheersbaarheid van de kosten steeds belangrijker wordt.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
oktober 1988
AA19880633

Het populisme en de democratie

M. van Rossem

Het onderstaand artikel gaat over de vraag of een te verre democratisering geen aantasting van de democratisering zelf is. Zo wordt er gekeken naar het resultaat van het charisma van mensen om gekozen te worden in het bestuur van een land.

Bijzonder nummer | De rechtsstaat Nederland
juli 2004
AA20040537

Het primaat van de politiek bestaat niet meer

Over politieke rechtspraak, rechterlijk activisme en de legitimatie van rechterlijke oordeelsvorming

A.F.M. Brenninkmeijer

In dit artikel wordt ingegaan op de begrippen 'politieke rechtspraak', 'rechterlijk activisme' en 'de legitimatie van rechtsvorming door de rechter'. De schrijver verklaart deze begrippen en bekijkt in hoeverre deze in de Nederlandse en buitenlandse rechtsorde waarheid zijn.

Bijzonder nummer | Rechter en politiek
november 1992
AA19920680

Het recht van collectieve zelfverdediging krachtens het handvest en de oorlog in Vietnam

H. Heys

De Verenigde Staten beroepen zich voor haar aanwezigheid in Zuid-Vietnam op het recht van collectieve zelfverdediging zoals dat in het handvest der Verenigde Naties te vinden is. Voor een onderzoek naar en een waardering van het Amerikaanse beroep op dit recht is het nodig allereerst te zien, wat het handvest onder collectieve zelfverdediging verstaat en in welke context dit recht is geplaatst, om daarna te bekijken of de situatie in Zuid-Vietnam de VS rechtvaardigde van dit recht gebruik te maken. Als laatste punt komt het ZOAVO-verdrag aan de orde voor zover dat relevant is voor deze bijdrage over het recht van collectieve zelfverdediging.

Bijzonder nummer
juli 1968
AA19680261

Het recht van grootouders op omgang met hun kleinkinderen

I. Goei

Anders dan vaak wordt gedacht zijn het niet alleen ouders, die recht op omgang met hun kinderen hebben. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook anderen een omgangsregeling met het kind krijgen. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag, welke mogelijkheden voor grootouders openstaan, als zij een omgangsregeling met hun kleinkind(eren) willen. Hierbij worden de huidige (1988) wetgeving en jurisprudentie besproken en zal een voorstel tot een nieuwe wettelijke regeling met betrekking tot deze kwestie aan de orde komen. Tevens wordt een blik over de grenzen geworpen om te zien, hoe men dit probleem in het buitenland heeft aangepakt.

Bijzonder nummer | Ouderenrecht
oktober 1988
AA19880678

Het retentierecht van de expediteur in Boek 8 BW

M. van Hasselt

De expediteur heeft in Boek 8 BW zijn plaats gekregen in de derde afdeling van titel 2. De expeditie-overeenkomst of zoals het opschrift van afdeling 3 luidt 'de overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen', is de overeenkomst waarbij de expediteur zich jegens zijn opdrachtgever verbindt tot het sluiten van vervoerovereenkomsten met een vervoerder. In deze zin vervoert de expediteur dus zelf niet, hij is intermediair tussen enerzijds zijn opdrachtgever en anderzijds de vervoerder. De expediteur ontvangt hiervoor een vergoeding van zijn opdrachtgever. Artikel 8:69 BW regelt het retentierecht van de expediteur. Dit retentierecht heeft zich ontwikkeld van een bedongen retentierecht naar een wettelijk retentierecht. Aangezien de literatuur en de jurisprudentie betreffende dit onderwerp buitengewoon beperkt is, hoopt de auteur via zijn bijdrage enig inzicht in dit gedeelte van het (vervoers)recht te verschaffen.

Bijzonder nummer | Vervoersrecht
mei 1993
AA19930379

Het tuchtrecht voor bankiers

Een zoektocht naar de maatschappelijke positie van het bankwezen

V.Y.E. Caria

Post thumbnail

In deze bijdrage staat het tuchtrecht voor bankiers centraal. Na een overzicht van het tuchtrecht, waarin onder meer wordt stilgestaan bij de tuchtrechtelijke procedure, de tuchtrechtelijke norm en de vraag om wat voor soort tuchtrecht het gaat, komen de inhoud en betekenis van het tuchtrecht aan de orde. Dit tuchtrecht is een fundamentele en verstrekkende uitbreiding van de mogelijkheden om individuele bankiers aan te spreken op hun gedrag. De invoering van het tuchtrecht voor bankiers neemt een belangrijke plaats in in de discussie over de rol van het bankwezen in de maatschappij.

Bijzonder nummer | Tuchtrecht
juli 2016
AA20160535