Resultaat 541–552 van de 570 resultaten wordt getoond

Vergoeding van immateriële schade wegens aantasting in de persoon

A.J. Verheij

Ander nadeel dan vermogensschade, immateriële schade, komt alleen voor vergoeding in aanmerking indien dit uit de wet voortvloeit (art. 6:95 BW). Art. 6:106 BW geeft een aantal gevallen waarin immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. In het proefschrift wordt ingegaan op het geval van 6:106 lid 1 sub b BW waarin onder andere de persoonsaantasting is geregeld.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Juni 2003
AA20030481

Vergoeding van niet-materiële schade

NBW zet de klok terug

Th.L. van der Veen

Column waarin betoogd wordt dat met de invoering van het NBW het recht op vergoeding van immateriële schade er ernstig op achteruit gaat. De schrijver betoogt dat de wetgever niet overeenkomstigd handelt met het geldende recht en dat smartengeld tot het verleden lijkt te behoren.

Opinie | Column
April 1989
AA19890245

Vergoeding van overlijdensschade: abstract of concreet?

T. Hartlief

Hoge Raad 11 juli 2008, nr. C07/010HR, ECLI:NL:HR:2008:BC9365, LJN: BC9365, C07/010HR, RvdW 2008, 724 (Bakkum/Achmea) I.c. is aan de orde in hoeverre de vordering van schade voor de kinderen als gevolg van het overlijden van de moeder toewijsbaar is en in hoeverre daarbij rekening dient te worden gehouden met het hertrouwen van de man en de daarmee gepaard gaande kosten voor huishoudelijke hulp. De Hoge Raad moet daarbij oordelen of over de vraag of schadevergoeding op grond van art. 6:108 onder d BW concreet of abstract getoetst dient te worden. De Hoge Raad benadrukt dat er zo veel mogelijk naar de concrete omstandigheden gekeken moet worden maar dat er van twee punten geabstraheerd moet worden, te weten: het feit of er voor het overlijden van de verzorgende ouder al kosten werden gemaakt voor huishoudelijke hulp en of de overblijvende partner hertrouwt en deze nieuwe partner de taken van huishoudelijke hulp op zich neemt. In de noot wordt dieper op de redenering en de eerdere uitspraken rondom deze problematiek ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 2008
AA20080896

Vernietiging van arbitrale vonnissen

G.R. Rutgers

Hoge Raad 9 januari 2004, nr. R02/066HR, ECLI:NL:HR:2004:AK8380, RvdW 2004, 11 (Nannini (Frankrijk, met gekozen domicilie op Sint Maarten)/De vennootschap naar Nederlands Antilliaans recht SFT Bank NV (Curaçao)) Vernietiging van arbitraal vonnis op grond van motiveringsgebrek kan alleen bij ontbrekende motivering of motivering zonder steekhoudende verklaring.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 2004
AA20040881

Verpanding made easy: verpanding van vorderingen door middel van een verzamelpandakte

P.M. Veder

Hoge Raad 3 februari 2012, nr. 11/00128, ECLI:NL:HR:2012:BT6947, LJN: BT6947 (Dix q.q./ING)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 2012
AA20120455

Verzekeringsportefeuille is geen goed

W.H. van Boom

Hoge Raad 6 december 2019, nr. 18/02869, ECLI:NL:HR:2019:1909 (ING/Thielen q.q.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 2020
AA20200571

Voor een onrechtvaardige-prijsleer

Nawoord bij 'Kritiek op Martijn Hesselinks boek Contractenrecht in perspectief'

M.W. Hesselink

In deze reactie gaat de Hesselink in op de reactie op een hoofdstuk uit zijn boek over de onrechtvaardige prijs die volgens Hesselink een grondslag moet zijn voor vernietiging van een overeenkomst.

Opinie | Reactie/nawoord
Oktober 2008
AA20080761

Voordeelstoerekening anno 2017

T. Hartlief

Post thumbnail

Voordeelstoerekening ex artikel 6:100 BW: een lastig leerstuk omdat de afbakening ten opzichte van schadebegroting niet eenvoudig is én vanwege rechtspraak van de Hoge Raad die vooral in het teken van restrictieve toepassing stond. In het in 2016 in de context van het mededingingsrecht gewezen arrest TenneT/ABB lijkt de Hoge Raad echter een andere weg ingeslagen. Maar welke precies? Tot welke verschuivingen aan het front van schadebegroting en voordeelstoerekening geeft het aanleiding?

Verdieping | Verdiepend artikel
Juni 2017
AA20170473

Voorkomen en aantasten van zekerheidsverschaffing op basis van artikel 20 Algemene Bankvoorwaarden

J.L.M. Groenewegen

Bancaire kredietverlening gaat in de praktijk gepaard met zekerheidsverschaffing, waarbij de Algemene Bankvoorwaarden (verder: ABV) een belangrijke rol spelen. In dit verband rijst de vraag naar de consequenties hiervan voor de overige crediteuren van de desbetreffende kredietnemer. In dit artikel zullen enkele aspecten van zekerheidsverschaffing aan banken worden besproken, mede tegen de achtergrond van twee belangrijke arresten van de Hoge Raad over deze materie. De nadruk zal in het bijzonder liggen op de aantasting van verschafte zekerheden door middel van de Actio Pauliana ex artikel 42 en 47 Fw. De gebruikelijke restrictieve interpretatie van laatstgenoemd artikel wijst de auteur van de hand, waartegenover hij een alternatief stelt dat voortbouwt op de door de Hoge Raad uitgezette lijnen. In dit artikel zal allereerst worden ingegaan op de vraag onder welke omstandigheden de zekerheidsverlangens van een bank (nog) gerechtvaardigd zijn en in hoeverre de debiteur/ kredietnemer door middel van een kort geding zekerheidsverschaffing kan voorkomen, zonder onmiddellijke stopzetting van de kredietverlening te riskeren. Vervolgens komen de aantasting van reeds verstrekte zekerheden en de verweermogelijkheden van de bank hiertegen aan de orde. In tegenstelling tot de gewone crediteur buiten faillissement beschikt de faillissementscurator nog over een extra aantastingsmogelijkheid in artikel 47 Fw. Omdat zal blijken dat de 'normale' Actio Pauliana slechts in enkele uitzonderingsgevallen tot zekerheidsaantasting kan leiden, komt aan artikel 47 Fw een bijzondere betekenis toe, welke een uitgebreide bespreking rechtvaardigt.

Verdieping | Studentartikel
Februari 1989
AA19890095

Voorrangsregels inzake agentuurovereenkomsten

P. van Ginneken

Agentuurovereenkomsten betreffen in een zeer groot aantal gevallen contracten tussen een handelsagent van Nederlandse of vreemde en een principaal van vreemde nationaliteit. Deze contracten worden bovendien dikwijls in het buitenland gesloten. De kans dat partijen buitenlands recht op hun overeenkomst van toepassing verklaren, is daarom aanzienlijk. Aan de werking van een door de principaal gedirigeerde rechtskeuze worden evenwel weinig beperkingen gesteld. Het is maar de vraag of voor de agent enige bescherming te verkrijgen is via het leerstuk van de voorrangsregels.

Verdieping | Studentartikel
Juni 1995
AA19950460

Vrijtekening van beroepsaansprakelijkheid

F.J. de Vries

In dit artikel wordt, in het kader van de Rode draad over beroepsaansprakelijkheid, aandacht besteed aan de per beroepsgroep sterk verschillende mogelijkheden om zich van aansprakelijkheid vrij te tekenen. Er wordt stil gestaan bij de wijze waarop dit onderwerp is geregeld in drie vrije beroepen: de advocaten, die zich als gevolg van interne regels in beperkte mate kunnen vrij-tekenen; de artsen, die volgens de wet hun aansprakelijkheid niet mogen beperken; en de raadgevende ingenieurs, die op dit punt geen bijzondere belemmeringen kennen. Besloten wordt met enkele opmerkingen over wettelijke limitering van aansprakelijkheid als alternatief voor contractuele beperking van aansprakelijkheid.

Rode draad | Beroepsaansprakelijkheid
Maart 1995
AA19950186

Waar draait het om in het aansprakelijkheidsrecht?

T. Hartlief

Wat is de werking van het aansprakelijkheidsrecht?

Opinie | Amuse
Februari 2007
AA20070115

Resultaat 541–552 van de 570 resultaten wordt getoond