Resultaat 505–516 van de 571 resultaten wordt getoond

Subsidiariteit en proportionaliteit in het contractenrecht?

T. Hartlief

De beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit spelen een belangrijke rol bij de sanctieoplegging in het straf- en bestuursrecht. Bij sanctie in het vermogensrecht is tot nu toe wienig plaats voor deze beginselen ingeruimd. In dit artikel wordt de verwachting uitgesproken dat dit voor de toekomst in het contractenrecht in de toekomst zal veranderen.

Overig | Rode draad | Sancties
April 1997
AA19970196

Teixeira de Mattos

W.C.L. van der Grinten

Hoge Raad 12 januari 1968, ECLI:NL:HR:1968:AC2286, NJ 1968/274 (Mulder c.s./Teixeira de Mattos) (1) Eigendom van effecten in algemene voorraad van Teixeira en (2) Toewijzing tijdens surseance van aanwezige nummers aan effecten-crediteuren.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
April 1968
AA19680144

Terugwerkende kracht

E.H. Hondius

In deze column wordt een arrest van het EHRM (6 oktober 2005 - Draon) besproken. Het EHRM bepaalde dat het ongedaan maken bij wet van een aanspraak op schadevergoeding een inbreuk op bescherming van eigedom was.

Opinie | Column
Maart 2006
AA20060173

The duty of disclosure of information in England and France

J. den Boer, M.C. van Drempt, J. Lecoindre

Het tweede artikel behorend bij de reeks European Contract Law gaat over de informatieplicht bij de totstandkoming van contracten in Engeland en Frankrijk. Eerst wordt het Engelse recht besproken en vervolgens het Franse recht. De conclusie is dat er een grote verschil bestaat in de disclosure-verplichtingen. In Engeland bestaat er nauwelijks een informatieplicht waar een schending van een dergelijke plicht al vrij snel tot aansprakelijkheid leidt.

Verdieping | Studentartikel
Juni 1994
AA19940407

The future is meow

Een verkenning van vermogensrechtelijke en auteursrechtelijke kwalificaties van non-fungible crypto-tokens

J. Verstappen

Post thumbnail Deze bijdrage bekijkt non-fungible tokens als doorontwikkeling van blockchaintechnologie. Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre, en op welke manier, deze nieuwsoortige objecten binnen de sferen van het vermogensrecht en het auteursrecht vallen. In deze bijdrage wordt de technologie uiteengezet om vervolgens te bekijken welke vermogensrechtelijke en auteursrechtelijke kwalificaties voor NFT’s in aanmerking komen.

Verdieping | Verdiepend artikel
November 2021
AA20210977

The Legal Effect of Superventing Events

Article 2.117 EP - A European Principle compared with German, English and French Law

M. Sichert

In deze derde bijdrage bij de reeks over European Contract Law wordt het Duitse, Engelse en Franse recht inzake onvoorziene omstandigheden vergeleken met art. 2.117 van de Principles of European Contract Law (EP).

Verdieping | Studentartikel
Juni 1994
AA19940413

The proof of the pudding is in the eating

Boekbespreking van 'Het fait accompli in het vermogensrecht' van mr. B.W.M. Nieskens-Isphording

E. Florijn

In dit artikel wordt het proefschrift van Nieskens-Isphording besproken. In het proefschrift staat het ontstaan en de gebondenheid aan verbintenissen centraal. In het artikel wordt eerst ingegaan op het systeem van ontstaansbronnen van verbintenis waarbij ook de vertrouwensleer aan de orde komt. Nieskens-Isphording wijst het vertrouwen als ontstaansbron als van verbintenis af en wijst erop dat het eigendomsrecht het wezen van het privaatrecht is. Alle eigendomsverschuivingen komen tot stand door verrijking en verarming.

Literatuur | Boekbespreking
December 1991
AA19911144

Titel 7.1 (koop en ruil) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek

A.S. Hartkamp

In dit artikel gaat Hartkamp in op het nieuwe kooprecht dat per 1 januari 1992 is ingevoerd. In het artikel wordt ingegaan op de totstandkoming, wordt er een korte weergave van de inhoud van de regeling gegeven en komt de samenhang met andere regelingen, met name de boeken 3, 5 en 6 NBW aan bod. Tenslotte wordt er ingegaan op het feit dat de koopovereenkomst een zogenaamde `bijzondere´ of `benoemde´ overeenkomst is en de inwerkingtreding van de regeling.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
Mei 1990
AA19900295

Toegang tot recht in perszaken

L.R. van Harinxma Thoe Slooten

Is het voor een door de media benadeelde mogelijk om hun recht te halen, bezien in het licht van baten en lasten? In dit proefschrift is hier onderzoek naar gedaan en de auteur komt tot de conclusie dat een benadeelde meestal niet veel heeft aan sancties.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Juli 2006
AA20060538

Toerekening van een onrechtmatige daad

C.H. Sieburgh

In dit artikel wordt door mr. C.H. Sieburgh haar proefschrift inzake de toerekening bij onrechtmatige daad besproken.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Maart 2001
AA20010182

Toetsing van algemene voorwaarden bij een arbeidsongeschiktheidsverzekering

Annotatie bij HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1800

W.H. van Boom

Hoge Raad 28 september 2018, nr. 18/00989, ECLI:NL:HR:2018:1800

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Januari 2020
AA20200060

Twee arresten over ‘winstafroming’ ex artikel 6:104 BW

W.H. van Boom

Hoge Raad 18 juni 2010, nr. 08/04766, ECLI:NL:HR:2010:BM0893, LJN: BM0893 (Doerga/Stichting Ymere); Hoge Raad 18 juni 2010, nr. 08/04918, ECLI:NL:HR:2010:BL9662, LJN: BL9662 (Setel NV/AVR Holding NV) Verbintenissenrecht. Vordering woningcorporatie wegens illegale onderverhuur. Schadebegroting op bedrag van de winst (art. 6:104 BW). Art. 6:104 BW geeft geen vordering tot winstafdracht, maar verleent de rechter een discretionaire bevoegdheid om de gevorderde schadevergoeding te begroten op de door het onrechtmatig handelen of de wanprestatie genoten winst, of een deel daarvan. Enige schade moet aannemelijk zijn; concreet nadeel hoeft niet te worden aangetoond. Vanwege het niet-punitieve karakter van art. 6:104 BW past de rechter in zoverre terughoudendheid dat waar het behaalde voordeel de vermoedelijke omvang van de schade aanmerkelijk te boven gaat de schade in beginsel wordt begroot op een gedeelte van de winst. Voor toewijzing van de vordering tot winstafdracht gelden niet meer of andere vereisten dan ingevolge art. 6:162 of 6:74 BW voor toewijzing van schadevergoeding (vgl. HR 16 juni 2006, NJ 2006, 585). Het schade toebrengend handelen moet bijvoorbeeld op de voet van art. 6:162 lid 3 BW of art. 6:75 BW aan de aansprakelijke persoon kunnen worden toegerekend. Art. 6:104 BW eist geen bijzondere mate van verwijtbaarheid. De in art. 6:104 BW bedoelde winst hoeft geen betrekking te hebben op de winst die de benadeelde zelf had kunnen realiseren. In het algemeen kan niet de eis worden gesteld dat de op te leggen schadevergoeding in een reële verhouding staat tot de daadwerkelijk geleden schade.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Februari 2011
AA20110118

Resultaat 505–516 van de 571 resultaten wordt getoond