Staats- en bestuursrecht

Resultaat 2065–2076 van de 2103 resultaten wordt getoond

Wet Politieregisters

A. Patijn

Artikel 10 van de Grondwet geeft recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het tweede en derde lid geven de wetgever de opdracht om daartoe concrete wetten te maken die aan dit grondrecht uiting geven. Op basis daarvan is de Wet persoonsregistraties tot stand gekomen. De Wet politieregisters geeft een concretisering van een aantal normen in de Wet persoonsregistraties. In dit artikel wordt de wet besproken waarbij onder andere de reikwijdte, de inhoud van de registers, het recht van kennisneming en verbetering en de verstrekking aan buitenlandse politie-autoriteiten aan de orde komt.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
februari 1992
AA19920101

Wet rechtstreeks beroep en Wet elektronisch bestuurlijk verkeer

I. Kolhoop

Dit artikel behandelt de meest recente ontwikkelingen omtrent de wetten, Wet rechtstreeks beroep en Wet elektronisch bestuurlijk verkeer.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 2004
AA20040664

Wet wijkt voor ongeschreven recht

I.C. van der Vlies

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 27 oktober 1994, ECLI:NL:RVS:1994:AS6053, nr. G05932786 In deze uitspraak en de daaraan gekoppelde noot staat het overgangsrecht binnen het bestuursprocesrecht centraal in een milieurechtelijke casus. Ook wordt er ingegaan op de toepassing van nieuwe wetgeving en een zeer lange behandeltijd.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1996
AA19960454

Wet Ziekenhuisvoorzieningen artikel 18

P.W.C. Akkermans

Afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State (AGRvS) 31 mei 1990, ECLI:NL:RVS:1990:AN1115, nr. G06.88.0570.248.89, AB, nr. 481 met nt. PJS. In deze uitspraak en de daarbij behorende noot is de financiering van bijzondere middelen in de gezondheidszorg en de planning die daarmee samenhangt. Deze ingewikkelde problematiek wordt in de noot enigszins toegelicht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1991
AA19910155

Wetgevingsadvisering door de Raad van State

A. Weggeman

De Afdeling advisering van de Raad van State is onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur. De laatste twee decennia is het proces van advisering transparanter geworden. De Afdeling adviseert op basis van toetsingskaders, binnen zelf opgelegde adviestermijnen. Deze bijdrage geeft inzicht in het proces van wetgevingsadvisering.

Perspectief | Perspectiefartikel
april 2014
AA20140311

Wetgevingsbeleid en overheidssubsidies

J.C. Jonker

Jaarlijks worden tientallen miljarden aan gemeenschapsgelden in de vorm van een subsidie uitgegeven. Het bestuur geniet bij de subsidieverlening vaak betrekkelijk grote vrijheid. Een groot deel van de subsidies wordt verleend op grond van bestuursbevoegdheden en wettelijk uitsluitend gedekt door een begrotingsartikel. Ook waar de wetgever wel een grondslag heeft gelegd voor subsidieregelingen heeft het bestuur in de praktijk veelal grote vrijheid bij het bepalen van de inhoud daarvan. Recente ontwikkelingen geven aan dat de grote bestuursvrijheid op subsidiegebied niet langer vanzelfsprekend is. In het belang van de legitimatie, de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van subsidiebeleid wordt een grotere invloed van de formele wetgever bepleit. Na beschouwingen over recente ontwikkelingen wordt onderzocht in welke mate het primaat van de formele wetgever in recente wetsvoorstellen op subsidiegebied tot gelding komt.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
december 1988
AA19880852

Wetsontwerp Mijnbouwwet

M. Geerdink, J. Straesser

Aan de mijnwetgeving wordt in de juridische literatuur weinig aandacht besteed. Toch is de mijnwetgeving economisch van groot belang, gezien de levendige industrie die op het terrein van de mijnbouw actief is. Denk ook aan de petrochemische industrie en de gasvoorziening die voor hun grondstoffen afhankelijk zijn van de winning van olie en gas. Er ligt nu een wetsontwerp klaar om de mijnwetgeving grondig te herzien. In dit artikel worden de hoofdlijnen van het wetsontwerp besproken; daarbij zal nader ingegaan worden op het milieubelang.

Annotaties en wetgeving | Wetsvoorstellen
juli 1998
AA19980687

Wettelijke vertegenwoordiging van wilsonbekwamen en het uitoefenen van hun stemrecht: bijstand in het stemhokje

P.W.V.M. Dicker

Centraal in het promotieonderzoek van Paul Dicker staat de vraag of het Nederlandse kiesrecht en de Kieswet voldoende waarborgen bieden om wilsonbekwamen, in het bijzonder personen met een verstandelijke beperking, via vertegenwoordiging hun politieke rechten en specifiek hun stemrecht te kunnen laten uitoefenen.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
juni 2026
AA20260512

Wie heeft baat bij de Hoge Colleges van Staat?

R.A.J. van Gestel, P.J.P.M. van Lochem

Post thumbnail De kritische adviezen van de Hoge Colleges van Staat over de wetgeving die aan de basis lag van de toeslagenaffaire hebben regering en Tweede Kamer niet (tijdig) op andere gedachten kunnen brengen. Dit roept de vraag op in hoeverre de adviezen van deze colleges meer in het algemeen het verschil kunnen maken wanneer kritiek en tegenmacht het meest nodig zijn.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2021
AA20210597

Wie is belanghebbende in milieuzaken?

R. Uylenburg

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 27 december 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ5206, LJN: AZ5206, nr. 200603728/1 Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 23 augustus 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY6762, LJN: AY6762, nr. 200507730/1, AB 2006, 365, m.nt. A. van Hall, Milieu en Recht 2006/9, nr. 96, m.nt. VL Binnen deze arresten wordt de vraag besproken wanneer iemand belanghebbende is in de zin van art. 1:2 Awb, met name de bevoegdheid van belangenorganisaties in milieuzaken is hier in het geding.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2007
AA20070241

Wie wat Wabo

J.C. van Oosten

Post thumbnail Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. De Wabo wijzigt de procedures voor het reguleren van plaatsgebonden activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving, zoals het realiseren van woonwijken en fabrieken, aanzienlijk. In deze bijdrage wordt de Wabo uitvoerig besproken.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2011
AA20110439

Wie zal de formele wet toetsen?

H.D.M. van Arkel

Welke bezwaren men ook mag hebben tegen het denkbeeld om in Nederland de mogelijkheid van rechterlijke toetsing van de formele wet aan de Grondwet te openen, men kan niet beweren, dat de meer uitgewerkte en gepubliceerde plannen daartoe zich kenmerken door een niets ontziende hervormingsdrift. In de voorstellen van de Proeve en van de Staatscommissie Cals-Donner, immers, wordt de te verlenen toetsingsbevoegdheid sterk beperkt en de gegeven toelichting maakt duidelijk, dat ook de commissieleden die vóór invoering zijn, zeer veel begrip hebben voor de bezwaren die men daartegen kan hebben. Over het algemeen gaan de voorstellen in de Proeve en in het Rapport van de Staatscommissie in dezelfde richting. Het lijkt daarom nuttig hier in het bijzonder aandacht te besteden aan het laatstgenoemde voorstel; waar het voorstel van de Proeve in een andere richting gaat, zal dat worden vermeld. Het voorstel van de Staatscommissie dan, komt - in het kort samengevat - neer op het volgende. De formele wet kan alleen getoetst worden aan de grond. wettelijke bepalingen omtrent de grondrechten; de toetsingsbevoegdheid gaat niet verder dan het in een concreet geval buiten toepassing laten van een wet die in dat concrete geval onverenigbaar is met de bedoelde bepalingen. De toetsing wordt in handen gelegd van de gewone rechter. Men moet zeggen, dat de commissie met dit voorstel niet meer doorbreekt dan noodzakelijk is wanneer men een ruimer toetsingsrecht clan wij thans kennen, wil invoeren. Hierbij moet wel aangetekend worden, dat dit voorstel niet inhoudt het definitieve standpunt van de commissie ten aanzien van de begrenzing van de te verlenen toetsingsbevoegdheid. In het hier aangehaalde rapport is namelijk het toetsingsrecht alleen behandeld in samenhang met de zogenaamde klassieke grondrechten; de grondrechten die - zoals het rapport zegt - de strekking hebben de vrijheidssfeer van de burger tegenover de overheid te waarborgen. Bij deze constatering moet dan evenwel weer worden opgemerkt, dat van de commissie in haar huidige samenstelling nauwelijks verwacht kan worden dat zij te zijner tijd met een voorstel tot invoering van een algehele toetsingsbevoegdheid zal komen. Vooruitlopende op haar studie van het vraagstuk van de eventuele algehele opheffing van de onschendbaarheid der wetten, deelt de commissie mede dat ‘naar het aanvankelijk oordeel van de grote meerderheid van de leden’ een toetsingsbevoegdheid ten aanzien van alle grondwetsbepalingen niet dient te worden ingevoerd.

januari 1970
AA19700511

Resultaat 2065–2076 van de 2103 resultaten wordt getoond