Intellectuele-eigendomsrecht

Organik v Dow Chemical: het achterhalen van geheim bewijs van een geheime inbreuk op een bedrijfsgeheim

Th.C.J.A. van Engelen

Hoge Raad 28 september 2018, nr. 17/01264, ECLI:NL:HR:2018:1775, IEPT20180928, BIE 2018/34, m.nt. W.J.G. Maas, NJ 2019/70, m.nt. Ch. Gielen en A.I.M. van Mierlo, IER 2019/5, m.nt. F.W.E. Eijsvogels (Organik/Dow Chemical)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2019
AA20190687

Over het Europese octrooirecht en een Europees Octrooigerecht

J.J. Brinkhof

Post thumbnail Ik hoop dat ik mij vergis, maar ik vrees dat een artikel over Europees octrooirecht alles heeft wat de meeste lezers van Ars Aequi ertoe zal brengen het ongelezen te laten. Octrooirecht heeft namelijk te maken met economie en techniek terwijl dit rechtsgebied verder nog een aanzienlijke internationale en Europese dimensie heeft. Aspecten die – zo lijkt het – momenteel niet erg tot de verbeelding spreken. Wie de moeite zou nemen zich in dit onderdeel van het recht te verdiepen, zal ruimschoots worden beloond. Men komt terecht in een nieuwe wereld waar ook andere rechters het voor het zeggen hebben dan de rechters met wie wij vertrouwd zijn, en waar rechters op een andere manier redeneren dan wij gewend zijn. Die wereld verruimt en verrijkt de juridische geest. Maar er is meer. Je gaat ook kritischer kijken naar de Nederlandse rechtspraak en het Nederlandse procesrecht. Zijn die niet voor verbetering vatbaar?

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2012
AA20120353

Over octrooirecht en economie

J.J. Brinkhof

In dit artikel wil de auteur proberen iets te schrijven over de economische overwegingen die ten grondslag hebben gelegen aan het ontstaan van octrooiwetgeving en over de economische impulsen tot de verdere ontwikkeling van het octrooirecht. Het zal duidelijk zijn dat wat volgt niet de economische analyse is van het octrooirecht. De schrijver gaat het erom het verband te laten zien tussen economie en octrooirecht. Om dat de demonstreren schenkt de auteur aan het ontstaan van octrooiwetgeving in een aantal landen, aan de internationalisering van het octrooirecht en aan de permanente uitbreiding van de octrooieerbare materie. Teneinde de omvang van dit opstel niet al te zeer te laten uitdijen zal de auteur niet ingaan op de actuele vraag of de ontwikkelingslanden gebaat zijn met het huidige octrooisysteem. Het opstel wordt afgesloten met een aantal afsluitende opmerkingen.

Bijzonder nummer | Rechtseconomie
oktober 1990
AA19900794

Over toegepaste kunst en de kunst van prejudiciële vragen

Th.C.J.A. van Engelen

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 24 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:914, IEPT20241024 (Kwantum v Vitra) (rechters: T. von Danwitz, A. Arabadjiev en I. Ziemele; conclusie A-G M. Szpunar)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2025
AA20250053

Pelham, Funke en Spiegel Online: beperkingen en grondrechten in het EU-auteursrecht

D.J.G. Visser

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 29 juli 2019, ECLI:EU:C:2019:624, C-476/17 (Pelham), Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 29 juli 2019, ECLI:EU:C:2019:623, C-469/17 (Funke), Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 29 juli 2019, ECLI:EU:C:2019:625, C-516/17 (Spiegel Online)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2019
AA20190887

Philips/Remington

Ch.E.F.M. Gielen

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 18 juni 2002, zaak nr. C-299/99, ECLI:EU:C:2002:377 (Philips/Remington) Verhouding tussen artikel 3(1)(a) Merkenrichtlijn enerzijds – tekens die geen merk kunnen vormen – en artikel 3(1)(b)-(d) anderzijds – merken die geen onderscheidend vermogen hebben en uitgesloten vormmerken. Merken die bestaan uit de vorm van producten zijn uitgesloten, wanneer de vorm noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen, hetgeen het geval is wanneer wordt aangetoond dat de wezenlijke functionele kenmerken van die vorm uitsluitend aan de technische uitkomst zijn toe te schrijven. Het doet er hiervoor niet toe dat er andere vormen bestaan waarmee een zelfde technische uitkomst kan worden verkregen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2003
AA20030043

POLYDOR-arrest

H.G. Schermers

Hof van Justitie van Europese Gemeenschappen, zaal 270/80. Polydor Ltd. en RSO Records Inc. tegen Harlequin en Simons, prejudiciële beslissing van 9 februari 1982.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1982
AA19820521

Portret in the picture

J. Bockwinkel, R. de Winter

In dit redactionele artikel wordt aan de hand van een recente reclame met Boris Jeltsin de hoofdrol, ingegaan op het portretrecht en de grenzen die de wet en jurisprudentie aan het gebruik van iemands anders portret stellen. De redactie doet enige aanbevelingen om tot een betere regeling te komen.

Opinie | Redactioneel
maart 1997
AA19970130

Potter tegen Grotter, parodie of plagiaat?

R.J.Q. Klomp

Er bestaan een natuurlijke spanning tussen het auteursrecht en het recht op parodie. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de recente rechterlijke uitspraken in de zaak van Harry Potter tegen Tanja Grotter. Is het boek over Tanja Grotter een nieuw en oorspronkelijk werk en als zodanig een toegestane parodie? Of is het een inbreuk op het auteursrecht van Joanne Rowling, de auteur van Harry Potter-serie?

Overig | Rode draad | Recht en literatuur
februari 2004
AA20040112

Prestatieontlening II-Vrijheid van nieuwsgaring (NOS-KNVB)

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 23 oktober 1987, nr. 12916, ECLI:NL:HR:1987:AD0055, RvdW 1987, 191, Informatierecht AM11988/2 (NOS/KNVB) Uitspraak van de Hoge Raad op het snijvlak van het intellectuele eigendomsrecht, mediarecht en mededingingsrecht waarbij de Hoge Raad de volgende rechtsregels formuleert: Prestatieontlening in de mededinging is geen onrechtmatige daad. Vrijheid van nieuwsgaring omvat geen recht op informatie. In de noot wordt dieper op de prestatiebescherming in gegaan en wordt eerdere jurisprudentie en literatuur aangehaald.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juli 1988
AA19880461

Prestatieontlening III – Staat-Den Ouden

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 20 november 1987, nr. 13023, ECLI:NL:HR:1987:AD0056, RvdW1987, 219, Informatierecht AMI1988/2, 36 (Staat/Den Ouden). Ook bekend als Prestatieontlening III. Derde publicatie in een reeks annotaties waarin de prestatieontlening aan de orde komt. Wederom wordt geoordeeld dat de prestatieontlening geen onrechtmatige daad is in mededingingsrechtelijke zin. In de noot wordt hier wederom op in gegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 1988
AA19880869

Prompteursrecht

Prompteur of AI: wie is de baas in de artificiële arena?

M.A. Smit

Je tikt een paar woorden. Klikt op enter. Et voilà: het AI-model onthult een meesterlijk schilderij. Nog nooit was het zo eenvoudig om ‘kunst’ te produceren als in het kunstmatige tijdperk. Maar wat is eigenlijk de juridische status van deze artificiële afbeeldingen: mag je door een ander gegenereerde plaatjes zomaar kopiëren en bewerken of rust hier auteursrecht op? Lees het in deze auteursrechtelijke analyse van text-to-image-AI-modellen en de vermeende menselijke invloed op hun output.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2025
AA20250035