Burgerlijk recht

Een lacune in het Haagse Verdrag inzake het toepasselijk recht op de vertegenwoordiging: de dubbele vertegenwoordiging

J.H.M. van Swaaij

Het Haags Verdrag betreffende het toepasselijke recht op de Vertegenwoordiging van 14 maart 1978 (Tractatenblad. 1987, 138) zal voor Nederland binnenkort in werking treden. De regeling van het Verdrag is toegesneden op de tripartite vertegenwoordigingsfiguur, waarbij de vertegenwoordiger, die optreedt voor een vertegenwoordigde, handelt met een derde. Voor de gevallen waarin ook de derde door een ander vertegenwoordigd wordt, blijkt de regeling een lacune te vertonen. Bovendien is niet geheel duidelijk of het Verdrag toepasselijk is op de verhouding middellijk vertegenwoordiger derde.

Verdieping | Studentartikel
juli 1991
AA19910530

Een multidisciplinaire benadering van het ongehuwd samenleven

W.M. Schrama

In deze bijdrage staat mijn proefschriftonderzoek centraal naar de juridische implicaties van het ongehuwd samenleven in het Nederlandse en Duitse recht. Het grootste deel daarvan bestaat uit een rechtswetenschappelijke analyse van het ongehuwd samenleven in beide rechtsstelsels. Daarnaast is een literatuurstudie uitgevoerd naar sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar het ongehuwd samenleven in Nederland en Duitsland. Het combineren van beide perspectieven op het ongehuwd samenleven geeft aanleiding tot enkele reflecties op multidisciplinair onderzoek. In het bijzonder wordt enerzijds ingegaan op de meerwaarde van een dergelijke benadering en anderzijds op de concrete knelpunten die zich bij dit onderzoek hebben voorgedaan. Het onder de aandacht brengen van deze benadering is zinvol, omdat multidisciplinair onderzoek veelbelovend lijkt en binnen het privaatrechtelijk onderzoek in toenemende mate belangstelling geniet, maar er tot op heden binnen dit rechtsgebied weinig theorievorming bestaat over de methodologische aspecten en de praktische uitvoering ervan.

Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap
november 2007
AA20070869

Een nationale wissel op een supranationaal spoor: de toepassing van artikel 69 Rv op de exequaturprocedure van het EEX

M.V. Polak

Hoge Raad 7 mei 2004, nr. R03/062HR, ECLI:NL:HR:2004:AO4225, RvdW 2004, 65, JOL 2004, 223, NJ 2004, 362 (Otten/Sparkasse Bonn) De wisselbepaling van art 69 Rv, die de mogelijkheid biedt om een fout bij de keuze van het procesinleidend stuk te herstellen, is mede van toepassing op de procedure om verzet in te stellen tegen een op grond van het EEX verleend verlof tot tenuitvoerlegging van een beslissing van een buitenlandse rechter.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2004
AA20040647

Een Neder-Duitse hybride

De verdeling van de bewijslast in de zin van bewijsrisico volgens artikel 150 Rv

W.D.H. Asser

Bewijsrisicoverdeling verlangt objectieve criteria. De hoofdregel van artikel 150 die verwijst naar de toepasselijke materiële rechtsregels, is Duits. De op de eisen van redelijkheid en billijkheid gebaseerde uitzondering is wel typisch Nederlands maar sluit met zijn basis in het ongeschreven objectieve recht aan bij de theoretische grondslag van de hoofdregel.

Bijzonder nummer | Duits recht
juli 2014
AA20140536

Een Nederlandse mediationwet

Poging 4

Een nieuwe ‘in rem’ procedure? Balanceren op de grens van straf- en privaatrecht

J. Broekhuizen, I. Schmohl

Op 2 mei 1994 werd het wetsvoorstel 23 704 Regelen inzake de confiscatie van met criminaliteit in verband staand vermogen (Wet Confiscatie Crimineel Vermogen) bij de Tweede Kamer ingediend. In dit artikel bespreken wij de inhoud van dit wetsvoorstel en leveren kritiek. In hoofdstuk 1 wordt eerst de voorgeschiedenis weergegeven. Het wetsvoorstel zal in hoofdstuk 2 besproken worden, waarbij wij de indeling van de wet zullen volgen. In hoofdstuk 3 volgen enkele slotbeschouwingen.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
juni 1995
AA19950484

Een nieuwe standaard voor de verzuimregeling in het contractenrecht

H.N. Schelhaas

Hoge Raad 11 oktober 2019, ECLI:​NL:​HR:​2019:​1581, RvdW 2019/1056 (Fraanje/Alukon) en Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:​NL:​HR:​2020:​141, NJ 2020/60

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2020
AA20200374

Een nieuwe vastgoed eigendomssituatie in Kyrgyzstan. Een onderzoek naar de samenhang tussen de herziening van zeggenschap over vastgoed, voedselzekerheid en economische ontwikkeling

H. Dekker

Dit onderzoek start met zeggenschap over vastgoed en de recente verandering ervan. Vervolgens wordt verband gelegd tussen zeggenschap over vastgoed, voedselzekerheid en economische ontwikkeling. Bij verandering van zeggenschap over vastgoed zijn dit namelijk de twee belangrijkste doelstellingen.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
april 2002
AA20020296

Een nieuwe Wet op het notarisambt

E.G. van Rijn van Alkemade - van Trigt

Na 157 jaar is de Wet op het notarisambt van 1842 vervangen door een nieuwe wet met dezelfde naam. In onderstaand artikel geeft auteur de belangrijkste wijzigingen in de wet weer.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 1999
AA19990648

Een nudge in de juiste richting om consumenten te beschermen

T. Bouwman

Gedragswetenschappelijke inzichten laten niet alleen zien dat consumenten meer beschermd moeten worden om ervoor te zorgen dat zij daadwerkelijk hun autonomie kunnen realiseren, maar ook dat de in het geldende recht gebruikte beschermingstechnieken die bescherming niet altijd kunnen bieden. Dit probleem kan voor een deel worden opgelost door consumenten een duwtje in de juiste richting te geven – oftewel te nudgen.

Rode draad | Beschermenswaardige partijen
oktober 2020
AA20200977

Een on(t)roerende zaak

I. Meijer, J. Postma

Redactioneel artikel over de horizontale werking van grondrechten, i.c. discriminatieverbod, bij de verkoop van een huis. De redacteuren spreken de hoop uit dat hier meer duidelijkheid over ontstaat.

Opinie | Redactioneel
oktober 1993
AA19930713

Een ontmoeting tussen psychologie en aansprakelijkheidsrecht: het anchoring effect

L.F.H. Enneking, I. Giesen, R. Rijnhout

Post thumbnail Ons aansprakelijkheidsrecht wordt gevormd in de dagelijkse juridische praktijk. Het is belangrijk te beseffen dat in die praktijk de partijen, advocaten en rechters bloot staan aan diverse psychologische invloeden, zoals het ‘anchoring effect’. En dus is er alle reden om meer te willen weten over mogelijke verbanden tussen (privaat)recht en psychologie. 

Opinie | Amuse
december 2013
AA20130904