Burgerlijk recht

Een vierluik over onbevoegde vertegenwoordiging

H.N. Schelhaas

Hoge Raad 3 februari 2017, nr. 15/05174, ECLI:NL:HR:2017:142, NJ 2017/78 (Tamacht/Hodenius); Hoge Raad 3 februari 2017, nr. 15/03855, ECLI:NL:HR:2017:143, RvdW 2017/260 (Aventura); Hoge Raad 3 februari 2017, nr. 15/05400, ECLI:NL:HR:2017:144, NJ 2017/79 (Van der Vrande/Van de Laar); Hoge Raad 3 februari 2017, nr. 15/05423, ECLI:NL:HR:2017:150, NJ 2017/80 (J/K)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2017
AA20170508

Eén voor allen en allen voor één: individuele versus collectieve handhaving van het consumentenrecht in het IPR

A.A.H. van Hoek

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) (Derde kamer) 28 juli 2016, C-191/15, ECLI:EU:C:2016:612 (Verein für Konsumenteninformation/Amazon EU Sàrl; verzoek van het Oberste Gerichtshof om een prejudiciële beslissing)
In dit arrest hakt het Hof van Justitie EU een aantal knopen door met betrekking tot de bescherming van consumentenbelangen in het internationaal privaatrecht. De verhouding tussen individuele en collectieve handhaving wordt uitgewerkt, terwijl de consument een nadere bescherming krijgt tegen misleidende formuleringen van rechtskeuzes in algemene voorwaarden. Tenslotte wordt ook de vraag naar de verhouding tussen de algemene IPR regelingen en de privacy richtlijn aan de orde gesteld. Het antwoord op die laatste vraag is helaas voor meerdere uitleg vatbaar.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2016
AA20160957

Een vroegere overdracht

S.E. Bartels, V. Tweehuysen

Academisch onderwijs is niet alleen het overbrengen van kennis die de docent al heeft en die de student nog moet vergaren. Docenten moeten studenten aan het denken zetten, vragen stellen zonder meteen het antwoord te geven en vragen durven stellen waarop zij zelf het antwoord niet weten. Geregeld komt het voor dat tijdens het (voorbereiden van het) onderwijs een vraag rijst waarover de bij het vak betrokken docenten nog niet eerder nadachten. Zo verging het ons bij het onderwijs over derdenbescherming in het kader van het derdejaarsvak Burgerlijk Recht I (goederenrecht). De vraag die aan de orde was: wat is een ‘ongeldige vroegere overdracht’ in de zin van artikel 3:88 BW? We bespreken deze vraag aan de hand van twee casus, waarvan wij ons afvragen of zij tot toepasselijkheid van artikel 3:88 BW zouden kunnen leiden.

Opinie | Opiniërend artikel
mei 2011
AA20110367

Een wettelijk verbod op conversietherapie: symboolwetgeving of bittere noodzaak?

L. Postma, J. Verhagen

Post thumbnail

De zogenaamde ‘homogenezingstherapie’, ook wel conversietherapie, is een fenomeen dat de gemoederen bezighoudt. Van verschillende kanten uit de samenleving wordt voor een juridische aanpak voor het voorkomen en tegengaan van conversietherapie gepleit. Maar is een wettelijk verbod aangewezen? En is daar een afzonderlijke bepaling voor nodig? In deze bijdrage bezien de auteurs of het strafrecht en gezondheidsrecht reeds voldoende mogelijkheden bieden om conversietherapie aan te pakken.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2022
AA20220098

UCERF 17 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Een wettelijke regeling voor het levenstestament? De vraag opnieuw gesteld

H.N. Stelma-Roorda

Gelet op de sterk vergrijzende maatschappij is het geen overbodige luxe om aan levenstestamenten aandacht aan te besteden. Daarbij spelen spannende vragen een rol: hoever reikt de autonomie van een burger om over zijn toekomstige leven te beschikken? Hoe moet de door hem benoemde vertegenwoordiger zijn taken verrichten en hoe zit het met toezicht? Stelma-Roorda […]

Een wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard

De erfenis van Friedrich Carl von Savigny

J.H. Nieuwenhuis

Friedrich Carl von Savigny (1779-1861) is de ontwerper van het Bolletje/Bolletje-model van de rechtshandeling: een op rechtsgevolg gerichte wil (‘Ik wil Bolletje’) die zich door een verklaring (‘Ik wil Bolletje’) heeft geopenbaard. Een opstel van Meijers uit 1921, De grondslag der aansprakelijkheid bij contractueele verplichtingen, bevat het bestek van de ‘wilsvertrouwensleer’ die ten grondslag ligt aan de artikelen 3:33 en 3:35 BW. Een andere visie verdient de voorkeur: ‘Ik wil Bolletje’ niet opgevat als wilsverklaring, maar als normatieve taaldaad.

Bijzonder nummer | Duits recht
juli 2014
AA20140545

Eén zaak of meerdere zaken en de rol van verkeersopvatting

R.M. Wibier

Hoge Raad 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1785 (UTB Holding/Glencore)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2021
AA20210279

Eendracht maakt macht (Digitaal boek)

Een onderzoek naar ‘acting in concert’ in het kader van het verplicht openbaar bod

J.H.L. Beckers

Post thumbnail Met de implementatie van de dertiende Europese vennootschapsrichtlijn is in Nederland het verplicht bod geïntroduceerd. Dit cahier biedt inzicht in de complexe materie van acting in concert.

9789069168937 - 16-03-2009

Eenheid en verscheidenheid in het Nederlandse ondernemingsrecht.

Bespreking van Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009

M.J.G.C. Raaijmakers

‘Graag voldoe ik aan het verzoek van de redactie om in dit blad de nieuwe Asser 2-II*, bewerkt door de Nijmeegse hoogleraren Gerard van Solinge en Marco Nieuwe Weme, met een korte bespreking onder de aandacht van de lezers te brengen. Eenvoudig is dat niet voor een handboek dat 1082 pagina’s telt en waarvan zowel de eigen opzet als de verhouding tot andere delen van de Asser-serie belangrijk is gewijzigd. Ik beperk mij tot enkele kanttekeningen bij die algemene opzet en de verwerking van belangrijke veranderingen in ons ondernemingsrecht, vooral de flex-BV.’

Literatuur | Boekbespreking
april 2011
AA20110318

Eenheid in gelaagdheid

Over formele en materiële rechtseenheid in een meergelaagde rechtsorde

M.A. Loth

Post thumbnail

In dit artikel wordt aan de hand van het Urgenda-vonnis onderzocht hoe de rechter eenheid construeert in een meergelaagde rechtsorde, en hoe het streven naar rechtseenheid rechtstheoretisch kan worden begrepen. Daarbij stuit de auteur op twee noties van rechtseenheid – formele en materiële rechtseenheid – die verwant zijn aan vertrouwde standpunten: het rechtspositivisme en het anti-positivisme. Zo blijkt een aloude controverse uit de rechtstheorie in onze meergelaagde rechtsorde haar actualiteit te behouden.

Rode draad | Rechtseenheid
april 2018
AA20180335

Eenheid in verscheidenheid? Tenuitvoerlegging van een Zwitserse arbitrale uitspraak voorzien van een Nederlands exequatur in Curaçao?

A.W. Jongbloed

Hoge Raad 8 december 2017, nr. 16/06072, ECLI:​NL:​HR:​2017:​3104 (Sonera Holding B.V./Çukurova Holding A.S.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2018
AA20180309

UCERF 14 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Eenvoudige adoptie door pleegouders?

W. de Haan, C.G. Jeppesen de Boer, G.C.A.M. Ruitenberg, M.J. Vonk

In deze bijdrage worden de uitkomsten beschreven van WODC-onderzoek naar de vraag in hoeverre de invoering van eenvoudige adoptie tegemoetkomt aan de behoeftes en belangen van pleegkinderen en pleegouders die langdurig voor een pleegkind zorgen. Daarnaast had het onderzoek tot doel om de voor- en nadelen van de invoering van eenvoudige adoptie in het Nederlands […]