Resultaat 841–852 van de 3183 resultaten wordt getoond
F.C. van Spengler
Het is nogal wat om iemand te verplichten een openbaar bod op alle aandelen van een vennootschap uit te brengen. Toch stelt de Europese Commissie voor om deze verplichting op te leggen aan (rechts)personen die wel een flink deel maar niet alle aandelen van een vennootschap in hun bezit krijgen. Een bepaling daartoe is opgenomen in een ontwerp EG-richtlijn inzake het openbaar bod op aandelen. Op welke rechtsgrond steunt de bepaling en hoe is die door de Commissie uitgewerkt? Dat zijn de belangrijkste vragen die in dit artikel aan de orde komen.
Verdieping | Studentartikeljanuari 1992AA19920020
H.N. Schelhaas
Hoge Raad 3 februari 2017, nr. 15/05174, ECLI:NL:HR:2017:142, NJ 2017/78 (Tamacht/Hodenius); Hoge Raad 3 februari 2017, nr. 15/03855, ECLI:NL:HR:2017:143, RvdW 2017/260 (Aventura); Hoge Raad 3 februari 2017, nr. 15/05400, ECLI:NL:HR:2017:144, NJ 2017/79 (Van der Vrande/Van de Laar); Hoge Raad 3 februari 2017, nr. 15/05423, ECLI:NL:HR:2017:150, NJ 2017/80 (J/K)
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 2017AA20170508
A.A.H. van Hoek
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 2016AA20160957
S.E. Bartels, V. Tweehuysen
Academisch onderwijs is niet alleen het overbrengen van kennis die de docent al heeft en die de student nog moet vergaren. Docenten moeten studenten aan het denken zetten, vragen stellen zonder meteen het antwoord te geven en vragen durven stellen waarop zij zelf het antwoord niet weten. Geregeld komt het voor dat tijdens het (voorbereiden van het) onderwijs een vraag rijst waarover de bij het vak betrokken docenten nog niet eerder nadachten. Zo verging het ons bij het onderwijs over derdenbescherming in het kader van het derdejaarsvak Burgerlijk Recht I (goederenrecht). De vraag die aan de orde was: wat is een ‘ongeldige vroegere overdracht’ in de zin van artikel 3:88 BW? We bespreken deze vraag aan de hand van twee casus, waarvan wij ons afvragen of zij tot toepasselijkheid van artikel 3:88 BW zouden kunnen leiden.
Opinie | Opiniërend artikelmei 2011AA20110367
L. Postma, J. Verhagen
De zogenaamde ‘homogenezingstherapie’, ook wel conversietherapie, is een fenomeen dat de gemoederen bezighoudt. Van verschillende kanten uit de samenleving wordt voor een juridische aanpak voor het voorkomen en tegengaan van conversietherapie gepleit. Maar is een wettelijk verbod aangewezen? En is daar een afzonderlijke bepaling voor nodig? In deze bijdrage bezien de auteurs of het strafrecht en gezondheidsrecht reeds voldoende mogelijkheden bieden om conversietherapie aan te pakken.
Verdieping | Verdiepend artikelfebruari 2022AA20220098
UCERF 17 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht
H.N. Stelma-Roorda
Gelet op de sterk vergrijzende maatschappij is het geen overbodige luxe om aan levenstestamenten aandacht aan te besteden. Daarbij spelen spannende vragen een rol: hoever reikt de autonomie van een burger om over zijn toekomstige leven te beschikken? Hoe moet de door hem benoemde vertegenwoordiger zijn taken verrichten en hoe zit het met toezicht? Stelma-Roorda […]
J.H. Nieuwenhuis
Friedrich Carl von Savigny (1779-1861) is de ontwerper van het Bolletje/Bolletje-model van de rechtshandeling: een op rechtsgevolg gerichte wil (‘Ik wil Bolletje’) die zich door een verklaring (‘Ik wil Bolletje’) heeft geopenbaard. Een opstel van Meijers uit 1921, De grondslag der aansprakelijkheid bij contractueele verplichtingen, bevat het bestek van de ‘wilsvertrouwensleer’ die ten grondslag ligt aan de artikelen 3:33 en 3:35 BW. Een andere visie verdient de voorkeur: ‘Ik wil Bolletje’ niet opgevat als wilsverklaring, maar als normatieve taaldaad.
Bijzonder nummer | Duits rechtjuli 2014AA20140545
R.M. Wibier
Hoge Raad 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1785 (UTB Holding/Glencore)
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 2021AA20210279
J.H.L. Beckers
Met de implementatie van de dertiende Europese vennootschapsrichtlijn is in Nederland het verplicht bod geïntroduceerd. Dit cahier biedt inzicht in de complexe materie van acting in concert.
9789069168937 - 16-03-2009
M.J.G.C. Raaijmakers
‘Graag voldoe ik aan het verzoek van de redactie om in dit blad de nieuwe Asser 2-II*, bewerkt door de Nijmeegse hoogleraren Gerard van Solinge en Marco Nieuwe Weme, met een korte bespreking onder de aandacht van de lezers te brengen. Eenvoudig is dat niet voor een handboek dat 1082 pagina’s telt en waarvan zowel de eigen opzet als de verhouding tot andere delen van de Asser-serie belangrijk is gewijzigd. Ik beperk mij tot enkele kanttekeningen bij die algemene opzet en de verwerking van belangrijke veranderingen in ons ondernemingsrecht, vooral de flex-BV.’
Literatuur | Boekbesprekingapril 2011AA20110318
M.A. Loth
Rode draad | Rechtseenheidapril 2018AA20180335
A.W. Jongbloed
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 2018AA20180309