Resultaat 601–612 van de 3145 resultaten wordt getoond
A.F. Salomons
In dit artikel zal, na een korte rechtshistorische schets, de vraag worden besproken op welke fundamenten het zakenrechtelijk vertrouwensbeginsel, belichaamd in de rechtsspreuk 'bezit geldt als volkomen titel', steunt, en in hoeverre het tot gelding komt in artikel 3:86 Nieuw BW.
Bijzonder nummer | Rechtsbeginselenoktober 1991AA19910830
E.F. Verheul
Literatuur | Proefschriftbijdragejuni 2018AA20180552
S.C.J.J. Kortmann
Hoge Raad 31 oktober 1997, nr. 16404, ECLI:NL:HR:1997:ZC2478, RvdW 1997, 215 (Ontvanger/Rabobank Terneuzen-Axel). Ook bekend als Portacabin-arrest. In de noot bij dit arrest wordt besproken welke criteria de Hoge Raad aandacht wanneer een zaak onroerend is in de zin van art. 3:3 lid 1 BW.
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 1998AA19980101
A. Berlee
Op verschillende plaatsen in het Burgerlijk Wetboek wordt gesproken over ‘de openbare registers’ zonder dat duidelijk is wat de definitie daarvan is. Duidelijkheid hierover is van belang omdat deze registers, die veelal vol staan met persoonsgegevens, lange tijd volledig waren uitgezonderd van het gegevensbeschermingsrecht, immers ze waren ‘openbaar’. Waarom was dat zo, en is dat anders onder de AVG? In deze bijdrage wordt aan de hand van een zoektocht naar een (eenduidige) definitie van het begrip ‘openbare registers’ in het Burgerlijk Wetboek en het gegevensbeschermingsrecht de positie van deze registers in het privacyrecht besproken.
Literatuur | Proefschriftbijdragenovember 2018AA20180954
E. Dogan, H.J. de Kloe
In dit artikel wordt de positie van werknemers in de Wet homologatie onderhands akkoord (Whoa), de pre-pack en het faillissement verkend. In de Whoa blijven de rechten van werknemers onaangetast en moet onder omstandigheden de ondernemingsraad worden geraadpleegd. In de pre-pack en het faillissement worden die rechten daarentegen fors ingeperkt. De conclusie is dat er een (te) groot verschil bestaat in werknemersbescherming tussen de Whoa enerzijds en de pre-pack en het faillissement anderzijds.
Perspectief | Uitgelegddecember 2025AA20250866
UCERF 14 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht
M.R. Bruning
Een onderwerp dat de laatste jaren meer aandacht heeft gekregen: het recht op participatie van minderjarigen. Mariëlle Bruning gaat in deze bijdrage in op een groot WODC-onderzoek naar de mogelijkheid en wenselijkheid van de uitbreiding van de formele procespositie en het hoorrecht van minderjarigen in familie- en jeugdprocedures. Interessant is dat in het onderzoek een […]
A.W. Jongbloed
De dwangsom, een indirecte middel van tenuitvoerlegging, heeft zich ontwikkeld tot hèt dwangmiddel bij uitstek. Dit cahier brengt de contouren van dit dwangmiddel in kaart.
9789069165592 - 12-01-2015
T.J. Bos
Verdieping | Studentartikeldecember 2016AA20160915
J.C.E. Ackermans-Wijn
De staatssecretaris van justitie, mevrouw Mr. E.A. Haars, heeft op 9 mei 1980 een nota aan de Tweede Kamer gestuurd over de ‘praktische gang van zaken rond adoptie en adoptievoorbereiding’. Deze nota geeft, na een kort historisch overzicht van de belangrijkste 0ntwikkelingen op het gebied van adoptie vanaf 1956, een schets van de huidige gang van zaken met betrekking tot de adoptie van buitenlandse pleegkinderen. Vervolgens komt de staatssecretaris tot de formulering van enige beleidsvoornemens en de uitwerking daarvan in wettelijke voorzieningen. Opgemerkt moet worden dat deze nota uitsluitend gaat over de plaatsing van een buitenlands pleegkind in een gezin voorafgaand aan de adoptie. De adoptie als juridisch instituut, zoals deze geregeld is in de artt. 227-232 BW en 970-984 Rv, komt in deze nota niet aan de orde. In dit artikel zal de procedure van plaatsing van een buitenlands pleegkind ter adoptie worden besproken, waarbij met name aandacht zal worden besteed aan de rechtsmiddelen die de aspirant-adoptiefouders hebben bij weigering van de beginseltoestemming en de verblijfsvergunning. De adoptienota zal ter sprake komen voor zover de daarin vervallen beleidsvoornemens een verandering beogen van de huidige procedure.
juni 1981AA19810279
J. Knap
Artikel behorende bij de rode draad `Op zoek naar gefeminiseerd recht´ waarbij ingegaan wordt op een eerder artikel behorende bij de rode draad over de civilisering van het recht ten aanzien van seksueel geweld. De auteur pleit voor een grotere betekenis van het civiele recht bij seksuele getinte zaken in de relationele sfeer. De auteur meent dat de gelijkheid van partijen en de mogelijkheid om zowel onderzoek naar de `verdacht´ en het slachtoffer, de eisende partij, te doen een mogelijkheid met zich meebrengt om een beter vonnis te bewerkstelligen waarbij schadevergoeding en genoegdoening het beste tot zijn recht komt.
Overig | Rode draad | Op zoek naar gefeminiseerd rechtjuni 1992AA19920332
R.M. Wibier
Hoge Raad 5 februari 2016, nr. 14/06068, ECLI:NL:HR:2016:199, JOR 2016/83 m.nt. S.C.J.J. Kortmann, NJ 2016/187 m.nt. F.M.J. Verstijlen (Rabobank/Verdonk q.q.)
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2016AA20160633