Burgerlijk recht

De onder uitsluitingsclausule verkregen grond en de daarop gebouwde nieuwe woning: nominaliteitsleer of beleggingsleer?

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 15 februari 2008, nr. C06/262HR, ECLI:NL:HR:2008:BC1856, LJN: BC1856, NJ 2008, 110 In deze zaak die is terechtgekomen bij de Hoge Raad is aan de orde in hoeverre een man na de scheiding kan meedelen in de waardestijging van een huis dat privé-eigendom is van zijn ex-vrouw maar dat met gemeenschappelijk geld is gebouwd. De vraag is hierbij of de nominaliteitsleer of de beleggingsleer geldt. In de noot wordt ook dieper ingegaan op nieuwe wetgeving waarin de beleggingsleer verankerd is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2008
AA20080628

De ondertoezichtstelling herzien – snellere bemoeienis met meer rechtswaarborgen

M.R. Bruning

Post thumbnail De overheid bemoeit zich met gezinnen als er zorgen bestaan over de ontwikkeling van een minderjarige en vrijwillige hulp geen optie (meer) is. In deze bijdrage wordt, aan de hand van de voorstellen met betrekking tot de ondertoezichtstelling in het wetsvoorstel herziening kinderbeschermingsmaatregelen – momenteel aanhangig in de Eerste Kamer – geschetst dat snel(ler) ingrijpen in gezinnen om kinderen te beschermen in het huidige klimaat belangrijker is geworden in verhouding tot het recht op een ongestoord gezinsleven. Daarbij worden verschillende voorstellen tot wijziging van de huidige regeling van ondertoezichtstelling kritisch besproken.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2011
AA20110779

De ondertoezichtstelling van minderjarigen

M. Reinsma

In dit artikel wordt ingegaan op de nieuwe regeling rondom de ondertoezichtstelling van minderjarigen. De regeling verandert de dubbelfunctie van de rechter van controleur van de ondertoezichtstelling en de handhaving ervan. In de wet worden de wetsgeschiedenis en de hoofdlijnen van de nieuwe regeling besproken.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
december 1995
AA19950951

De ongekende opleving van het noodrecht in de coronacrisis

Over de inzet van noodverordeningen en staatsnoodrecht ter infectieziektebestrijding

A.J. Wierenga

Post thumbnail Ons infectieziektebestrijdingsrecht bleek na de uitbraak van het coronavirus al snel volstrekt ontoereikend voor de noodzakelijk geachte maatregelen. De juridische queeste naar aanvullende bevoegdheden resulteerde uiteindelijk in een speciale coronawet. In langdurige afwachting van die wet werd intensief gebruik­gemaakt van het gemeentelijke noodrecht om het gat te dichten. Zelfs het staatsnoodrecht werd ingezet ter infectieziekte­bestrijding. Dit uitzonderlijke gebruik van het noodrecht staat centraal in dit artikel.

Bijzonder nummer | Crisis!
juli 2021
AA20210660

De onmiskenbare vergissing en de bedoeling van de betaler

P.J. Neijt

Een onverschuldigde betaling aan een gefailleerde (rechts)persoon kan ongedaan gemaakt worden wanneer er sprake is van een onmiskenbare vergissing. Ik ben van mening dat van een dergelijke onmiskenbare vergissing slechts sprake is, wanneer de betaler zich vergist in de persoon aan wie betaald moet worden.

Opinie | Opiniërend artikel
oktober 2002
AA20020722

De onrechtmatige overheidsdaad een bijzonder leerstuk

L. di Bella

Post thumbnail

Ook de overheid kan aansprakelijk zijn wegens onrechtmatige daad. Gelden bij overheidsaansprakelijkheid dezelfde voorwaarden als bij aansprakelijkheid van private partijen? Een onderzoek naar de bijzondere positie van de overheid in het aansprakelijkheidsrecht.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
oktober 2014
AA20140782

De onroerende niet-nagetrokken CAI

S.C.J.J. Kortmann

Hoge Raad 6 juni 2003, nr. 36075, ECLI:NL:HR:2003:AD3578, JOR 2003, 222 In deze annotatie bij een arrest over de overdracht van een centrale-antenne-inrichting komen verschillende onderwerpen en problemen die spelen in het goederenrecht naar voren zoals het onderscheid tussen roerende en onroerende zaken, het eigendomsvraagstuk en de natrekkingsregel.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2003
AA20030842

De ontbinding wegens wanprestatie aan banden gelegd

T. Hartlief

In dit artikel wordt het proefschrift van mr. T. Hartlief door hemzelf besproken. Het proefschrift heeft als onderwerp 'de ontbinding wegens wanprestatie'. Hartlief bepleit in zijn proefschrift een wijziging van de ontbindingsregeling.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
oktober 1994
AA19940697

De opgedrongen verrijking

T. van der Linden

Post thumbnail Teun van der Linden onderzoekt in dit artikel de problematiek rondom de opgedrongen verrijking. In hoeverre kan de verrijkte aansprakelijkheid uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking ontlopen met het verweer dat hem een bestedingspatroon is opgedrongen? Om deze vraag te beantwoorden belicht hij eerst het theoretische fundament van het verrijkingsrechtelijke uitgangspunt dat een opgedrongen verrijking niet voor schadevergoeding in aanmerking komt. Deze vuistregel is terug te voeren op het aan het systeem van het vermogensrecht ten grondslag liggende autonomiebeginsel. Betoogd wordt dat voor het antwoord op de gestelde vraag van doorslaggevend belang is in hoeverre de verrijkte daadwerkelijk in zijn autonomie wordt aangetast als hij schadevergoeding moet betalen. Van der Linden illustreert deze stelling aan de hand van een aantal casusposities die in het verlengde liggen van de zaakwaarneming, de precontractuele fase en onbevoegde vertegenwoordiging.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2013
AA20130011

De overdracht van een aandeel in strijd met een blokkeringsregeling

T.D.J. Oosterink

Post thumbnail De overdracht van een aandeel in strijd met een blokkeringsregeling is ongeldig. De vraag hoe deze ongeldigheid dogmatisch moet worden verklaard, wordt in de literatuur verschillend beantwoord. De enige juiste verklaring volgt uit de aard van het aandeel zelf.

Verdieping | Studentartikel
maart 2013
AA20130187

De Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek

M. Reinsma

In dit artikel wordt de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek besproken. Deze wet regelt de inwerkingtreding van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, met name de boeken 3, 5 en 6. In dit artikel wordt de parlementaire geschiedenis ten aanzien van deze wet besproken alsmede het concept van overgangsbepalingen. Er wordt ingegaan op de onmiddellijke werking, rechten die reeds voor inwerkingtreding verkregen zijn en overbruggingsregels.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 1991
AA19910652

De overheidsaansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door achteraf bezien ten onrechte toegepaste strafvorderlijke dwangmiddelen

J. Dekker

De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de overheid voor schade door het achteraf bezien ten onrechte toepassen van dwangmiddelen tijdens opsporing en vervolging van strafbare feiten heeft zich gedurende enkele jaren sterk ontwikkeld. Op 29 april 1995 is hierin verandering gekomen. Recentelijk heeft deze ontwikkeling met twee uitspraken van de Hoge Raad een nieuw hoofdstuk gekregen. In het verlengde van beide arresten wordt een aantal problemen besproken, die het leerstuk van de (on)rechtmatige overheidsdaad meebrengt.

Verdieping | Studentartikel
oktober 1995
AA19950748