Burgerlijk recht

Intel- Intelmark en L’Oreal- Bellure

Ch.E.F.M. Gielen

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 27 november 2009, zaak nr. C-252/07, ECLI:EU:C:2008:655 (Intel Corporation Inc. v CPM United Kingdom Ltd.) en Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 18 juni 2008, zaak nr. C-487/07, ECLI:EU:C:2009:378 (L'Oréal SA and Others v Bellure NV and Others) Annotatie bij twee uitspraken waarbij de uitleg van meerdere artikelen uit EG-Merkenrichtlijn centraal staat. Tot deze dubbelannotatie werd besloten vanwege het verband dat tussen deze recente arresten bestaat. In beide gevallen gaat het om de bescherming van bekende merken tegen handelingen waardoor niet, zoals in de klassieke gevallen van merkinbreuk, gevaar voor verwarring ontstaat, maar die bestaan uit het ofwel ongerechtvaardigd voordeel trekken uit ofwel afbreuk doen aan de bekendheid of het onderscheidend vermogen van het bekende merk. In deze arresten heeft het Europese Hof een aantal voor de bescherming van het bekende merk belangrijke regels gegeven.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2009
AA20090570

Intellectuele eigendom aan het begin van de 21e eeuw

D.W.F. Verkade

Kijken we terug naar het Bijzonder nummer ‘Europa 1992 ’ van twaalf jaar geleden, dan zijn er op het gebied van de intellectuele eigendom sindsdien grote vorderingen geboekt. Ik geloof dat het niet te ver gaat om te zeggen dat het rechtsgebied van de intellectuele eigendom (i.e.-recht)nu overwegend Europees recht is geworden. Daar was twaalf jaar geleden nog geen sprake van. In het komende decennium, tot het volgende Bijzonder nummer over Europa in pakweg 2011, zijn nog meer belangrijke, misschien zelfs spectaculaire ontwikkelingen te verwachten.

Bijzonder nummer | De toekomst van de Europese integratie
mei 2001
AA20010351

Intellectuele eigendomsrechten in de GATT

R. Brohm, V. van der Chijs

Op de ministersconferentie van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel: General Agreement on Tariffs and Trade (GATT), eind 1986 in Punta del Este (Uruguay), is door de deelnemende landen overeengekomen een nieuwe multilaterale onderhandelingsronde te beginnen om de internationale handel te liberaliseren. Op deze conferentie, de Uruguay-ronde genoemd, wordt bijzondere aandacht geschonken aan intellectuele eigendomsrechten. In een speciale onderhandelingsgroep wordt besproken hoe de internationale bescherming van intellectuele eigendom kan worden verbeterd. In dit artikel wordt onderzocht of het te verdedigen is dat de GATT, zijnde een overeenkomst over internationale handel, zich expliciet inlaat met bescherming van intellectuele eigendomsrechten. Voorts wordt de GATT vergeleken met de World Intellectual Property Organisation (WIPO). Vanouds is het internationale systeem voor intellectuele eigendomsrechten immers het vrijwel exclusieve jachtterrein van de WIPO geweest. Wellicht is de GATT beter geoutilleerd om hervormingen op dit gebied te bewerkstelligen. Ook wordt de huidige stand van zaken in de onderhandelingen besproken. Maar allereerst zal voor een goed begrip aandacht worden besteed aan de achtergronden van de Algemene Overeenkomst zelf.

Verdieping | Studentartikel
juni 1989
AA19890535

Interface Heuga

M.J.G.C. Raaijmakers

Hof Amsterdam 15 oktober 1992, ECLI:NL:GHAMS:1992:AC4363, nr. 24/92 OK, NJ 1993, 210 m.nt. Maeijer, (mrs. Vermeulen, Ten Kley en IJsselmuiden, Nabbe, Bunt), TVVS 1993, pp. 20/21 m.nt. M.G. Rood; zie ook R.A.A. Duk, SMA 1993, pp. 395-399 (Ondernemingsraad Heuga Nederland BV/Heuga Nederland BV en Interface Heuga BV) In dit arrest van het Hof Amsterdam is aan de orde in hoeverre de OR van een dochtervennootschap betrokken moet worden bij de beleids- en besluitvorming van de moeder van die dochter omdat de moeder in grote mate invloed kan uitoefenen op het functioneren van de dochter. Hier speelt dus de leer van de toerekening waarin de noot dieper op wordt ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1993
AA19930658

Internationaal huwelijksvermogensrecht: een puzzel die nog steeds niet af is

Zimbabwe-arrest

Th.M. de Boer

Hoge Raad 19 maart 1993, nr. 14903, ECLI:NL:HR:1993:ZC0897, NJ 1994, 187, nt. J.C.S. Ook bekend als het Zimbabwe-arrest. Uitspraak van de Hoge Raad waarin aan de orde komt welke recht van toepassing is op een huwelijk dat in 1980 in Rhodesië is gesloten.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1994
AA19940611

Internationaal huwelijksvermogensrecht: het allerlaatste stukje van de puzzel?

Th.M. de Boer

Hoge Raad 6 december 1991, nr. 14582, ECLI:NL:HR:1991:ZC0440, RvdW 1992, nr. 4 (Sinterklaas) In deze uitspraak van de Hoge Raad is de vraag of het huwelijk dat in 1968 is gesloten door een Nederlandse vrouw, die als gevolg van het huwelijk de Spaanse nationaliteit verkrijgt, met een Spaanse man, onder het Nederlandse of Spaanse huwelijksvermogensrecht valt; meer in het bijzonder: welk stelsel van gemeenschap van goederen van toepassing is. De Hoge Raad komt tot de conclusie dat aangeknoopt moet worden bij de gezamenlijke, Spaanse, nationaliteit van de gewezen echtelieden. In de noot wordt hier dieper op ingegaan net als op eerdere rechtspraak die (mede) tot deze uitspraak heeft geleid.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1992
AA19920170

Internationaal privaatrecht: forumkeuze voor een buitenlandse rechter

Th.M. de Boer

Hoge Raad 28 oktober 1988, nr. 13860, ECLI:NL:HR:1988:AD0496, RvdW 1988, nr 183 (Harvest Trader) Arrest van de Hoge Raad dat is uitgesproken nadat er cassatie in belang der wet is ingesteld en waarin de internationale forumkeuze centraal staat. De Hoge Raad oordeelt dat in geval in een overeenkomst tussen partijen is vastgelegd dat zij een buitenlandse rechter exclusief bevoegd verklaren in zaken die ter vrije bepaling van partijen staat de Nederlandse rechter zich onbevoegd dient te verklaren en niet, zoals de voorheen gehuldigde opvatting, de partijen niet-ontvankelijk dient te verklaren. In de noot wordt op deze problematiek ingegaan en wordt de internationale forumkeuze besproken aan de hand van eerdere jurisprudentie en literatuur. Ook komt de relatieve en absolute competentie aan de orde en de verhouding daarbij in internationale zaken. Tenslotte wordt het verschil tussen niet-ontvankelijkheid en onbevoegdheid van de rechter besproken.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1989
AA19890206

Internationaal Privaatrecht: hierziening van een testamentair beding

Th.M. de Boer

Hoge Raad 16 maart 1990, nr. 7703, ECLI:NL:HR:1990:AD1057, RvdW 1990, 97, NJ 1991,575 m.nt. J.C. Schultsz (Bredius) In dit arrest van de Hoge Raad en de bijbehorende noot komt aan de orde in hoeverre een bij legaat gegeven verplichting door nationale (openbare) belangen doorkruist kan worden. In de noot komt aan de orde op grond van welke regelgeving dit mogelijk zou zijn. Verder gaat de annotator in op de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in deze zaak. De zaak was immers nauw verbonden met Monaco. Vervolgens behandelt de annotator het toepasselijke recht waarbij deze het uitgangspunt volgens ongeschreven Nederlands IPR bespreekt dat bij erfrechtelijke kwesties in beginsel het nationale recht van de erflater van toepassing is (nationaliteitsbeginsel) en bespreekt daarbij mogelijke uitzonderingen en de uitkomst in geval het Haags Erfrechtverdrag zou zijn toegepast. Daarna gaat de annotator in op de mogelijkheid om het nationale recht van de erflater te doorkruisen o.g.v. een voorrangsregel die de Hoge Raad uit de Museumwet destilleert. De Boer gaat daarbij met name in op de werking van voorrangsregels en geeft daarvan verschillende voorbeelden van toepassingen en geeft een bruikbare definitie.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1990
AA19900556

Internationaal privaatrecht: rechtsmacht inzake een nevenvordering tot boedelscheiding

Th.M. de Boer

Hof 's-Gravenhage 28 augustus 1986, ECLI:NL:GHSGR:1986:AC9489, nr. 1986-08-28/NJ_62970, NJ1988, 11 (mrs. Kok, Neleman, Hamaker). Uitspraak van het Hof Den Haag over de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. In eerste aanleg heeft de vrouw die een re conventionele vordering heeft ingesteld ter zake van de scheiding en deling van de gemeenschap geen bezwaren geuit tegen rechtsmacht van de Nederlandse rechter waar deze in beginsel geen rechtsmacht bezit. Door in hoger beroep de rechtsmacht aan te vechten wordt er in strijd gehandeld met de goede procesorde. In de noot wordt hier dieper op in gegaan en wordt ook het leerstuk van 'distributie is attributie' behandeld. Ook komt de forumkeuze aan de orde en de beperkingen daarbij.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1988
AA19880562

Internationaal privaatrecht: terug naar Chelouche?

Th.M. de Boer

Hoge Raad 7 april 1989, nr. 13468, RvdW 1989, 101, ECLI:NL:HR:1989:AB9743 (Sabah) In deze uitspraak erkent de Hoge Raad de terugwerkende kracht van internationaal privaatrechtelijke regel van huwelijksgoederenrecht uit het Chelouche v. Van Leer-arrest. In dit arrest meent de Hoge Raad echter dat daarop een uitzondering moet bestaan indien partijen op goede gronden hebben aangenomen dat andere verwijzingsregels, met een ander verwijzingsresultaat met daarbij een andere huwelijksgoederenregime van toepassing is. In dat geval geldt de Chelouche v. Van Leer-arrest. In de noot wordt op het ingewikkelde internationale huwelijksgoederenrecht in gegaan waarbij de geschiedenis van de verschillende regels en de overgangsperikelen duidelijk aan bod komt.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1989
AA19890788

Internationaal privaatrecht: verstoting in Nederland

Th.M. de Boer

Hoge Raad 31 oktober 1986, nr. 7144, ECLI:NL:HR:1986:AC9558, NJ 1987, 924, nt. J.C. Schultsz (mrs. Ras, Snijders, Martens, Van den Blink, De Groot; P-G. Berger) In dit arrest, dat is gewezen nadat cassatie in belang der wet was ingesteld, komt aan de orde in hoeverre een verstoting van een vrouw door een man, ook al stemt de vrouw met deze verstoting instemt, rechtsgevolg heeft. De Hoge Raad erkent zo een verstoting niet. In de noot wordt hier dieper op ingegaan en wordt er ook ingegaan op de erkenning van buitenlandse echtscheidingen op basis van de Wet Conflictenrecht Echtscheiding.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1988
AA19880182

Internationale arbitrage en fundamenteel recht