Burgerlijk recht

Inbreuk op een recht en (on)zorgvuldig gedrag

A.G. Castermans, C.W. Demper

Hoge Raad 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:17, RvdW 2024/105 (Afzinkkelder)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2024
AA20240535

Incasso van een ‘oude’ huurschuld

A.W. Jongbloed

Hoge Raad 24 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:931 (Portaal/huurder)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2022
AA20220677

Incassokosten begrensd

L.D.V.M. Kompier

Op 1 juli 2012 is de nieuwe regelgeving voor de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten in werking getreden. Met een wijziging van het Burgerlijk Wetboek zijn in lagere regelgeving, namelijk in een besluit, de incassokosten genormeerd. Wanneer een schuldenaar niet op tijd betaalt, kan een schuldeiser handelingen (laten) verrichten om de schuldenaar alsnog te laten betalen. De schuldeiser heeft recht op een vergoeding voor de kosten die hij maakt om de vordering buiten rechte te innen. De wettelijke regeling van de incassokosten biedt duidelijkheid aan de schuldenaar en aan de schuldeiser over hoe hoog deze kosten mogen zijn en biedt bescherming tegen te hoge incassokosten.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
februari 2013
AA20130149

Inderdaad, haaks op de WTL

Nawoord op bovenstaande reactie

M. van Dijk, A.C. Hendriks

In deze reactie op de reactie van Vink gaan de auteurs in op het artikel van Vink over hulp bij zelfdoding en stippen daarbij het zelfbeschikkingsrecht aan.

Opinie | Reactie/nawoord
oktober 2007
AA20070762

Ingrid Kolkman

J. Hijma

Hoge Raad 1 juni 1990, nr. ZW 1987/101, ECLI:NL:CRVB:1989:AK8854 De Hoge Raad casseert in dit arrest de uitspraak van het hof in een zaak waarbij het gaat om verkeersaansprakelijkheid na een aanrijding van een kind jonger dan 14 jaar door een automobilist. De Hoge Raad oordeelt dat de automobilist in deze gevallen altijd voor de volledige schade aansprakelijk is tenzij het schade lijdende kind heeft gehandeld met opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid. In de noot wordt dieper op het systeem van art. 31 WVW (oud) ingegaan en een onderscheid gemaakt tussen overmacht, eigen schuld en de billijkheidscorrectie.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 1991
AA19910064

Inleiding

I. Giesen, J. Struycken, M. Thöenes, A.J. Verheij

De redactieraad geeft een korte introductie bij het bijzonder nummer dat als thema heeft 'Joint ventures'.

Bijzonder nummer | Joint Ventures
mei 1995
AA19950333

Inleiding Rode draad ‘Beroepsaansprakelijkheid’

J. Broekhuizen, A.J. Verheij, A. van Vught

In deze inleiding bij de Rode draad 'Beroepsaansprakelijkheid' wordt ingegaan op het nieuwe thema van de Rode draad en wordt geschetst welke onderwerpen aan bod kunnen komen bij de aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar.

Rode draad | Beroepsaansprakelijkheid
januari 1995
AA19950012

Insolventie Procesdossier

C. Hafkamp, J.B.A. Jansen, C. van de Kraats

Post thumbnail In dit Insolventie Procesdossier wordt een globaal beeld geschetst van de diverse (proces)stukken waarmee de curator, maar ook anderen binnen het faillissementsproces, te maken kunnen krijgen. Het biedt studenten en praktijkjuristen een beter begrip van en een praktisch inzicht in het faillissementsrecht.

9789493333079 - 12-02-2024

Insolventierecht 2025

C.M. Harmsen

Post thumbnail Alle relevante wet- en regelgeving op het gebied van het insolventierecht zoals deze geldt op 1 januari 2025. De wetsartikelen zijn in de marge voorzien van toelichtende kopjes.

9789493333406 - 13-02-2025

Insolventierecht 2026

C.M. Harmsen

Post thumbnail Alle relevante wet- en regelgeving op het gebied van het insolventierecht zoals deze geldt op 1 januari 2026. De wetsartikelen zijn in de marge voorzien van toelichtende kopjes.

9789493333666 - 15-02-2026

Instructiebevoegdheid in concernverhoudingen

H.J.C. van Geel

Een van de centrale thema's binnen het concernrecht vormt de instructiebevoegdheid van de moedervennootschap ten opzichte van de dochtervennootschap. Is zo'n instructie geoorloofd en zo ja, wat zijn de voorwaarden en waar liggen de grenzen? In dit artikel wordt geprobeerd een antwoord op deze vragen te geven. Vervolgens wordt ingegaan op een tweetal terreinen waarop de instructiebevoegdheid een rol speelt, te weten de concernfinanciering en de misbruikwetgeving. Aansluitend wordt de behoefte aan een wettelijk vastgelegd instructierecht besproken.

Verdieping | Studentartikel
mei 1990
AA19900267

Intel- Intelmark en L’Oreal- Bellure

Ch.E.F.M. Gielen

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 27 november 2009, zaak nr. C-252/07, ECLI:EU:C:2008:655 (Intel Corporation Inc. v CPM United Kingdom Ltd.) en Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 18 juni 2008, zaak nr. C-487/07, ECLI:EU:C:2009:378 (L'Oréal SA and Others v Bellure NV and Others) Annotatie bij twee uitspraken waarbij de uitleg van meerdere artikelen uit EG-Merkenrichtlijn centraal staat. Tot deze dubbelannotatie werd besloten vanwege het verband dat tussen deze recente arresten bestaat. In beide gevallen gaat het om de bescherming van bekende merken tegen handelingen waardoor niet, zoals in de klassieke gevallen van merkinbreuk, gevaar voor verwarring ontstaat, maar die bestaan uit het ofwel ongerechtvaardigd voordeel trekken uit ofwel afbreuk doen aan de bekendheid of het onderscheidend vermogen van het bekende merk. In deze arresten heeft het Europese Hof een aantal voor de bescherming van het bekende merk belangrijke regels gegeven.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2009
AA20090570