Voorlopig getuigenverhoor: stelplicht en een zwakke rechtspositie


Hoge Raad 6 juni 2008, LJN: BC3354, nr. R07/117HR, RvdW 2008, 595 (R/Staat der Nederlanden)

In dit arrest is aan de orde welke feiten de verzoeker van een voorlopig getuigenverhoor ten aanzien van de schadevergoedingsvordering aan de dag moet leggen in het verzoekschrift ter verkrijging van verlof tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. De Hoge Raad oordeelt dat bij het verzoek tot verlof voor een voorlopig getuigenverhoor het aan de rechter niet vrijstaat om bij de beoordeling daarvan in te gaan op de toewijsbaarheid van de aan het verlof ten grondslag liggende vordering tot schadevergoeding. In de noot wordt hier dieper op ingegaan en wordt er eerdere jurisprudentie op hetzelfde onderwerp besproken.


Verschijningsvorm: Maandbladartikel (download pdf)

Auteur(s): H.B. Krans

Verschijning: December 2008

Archiefcode: AA20080902

Hoge Raad 06-06-2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC3354)

afwijzingsgrond bevoegdheid bewijslast stelplicht verzoekschrift voorlopige getuigenverhoor vordering

Burgerlijk recht Burgerlijk procesrecht

Annotaties en wetgeving Annotatie

U heeft geen toegang tot de download(s) van dit product.

Login of bekijk onze abonnementen