Resultaat 1–12 van de 13 resultaten wordt getoond

Bewijslastverdeling in civiele contentieuze procedure

G.R. Rutgers

Hoge Raad 23 oktober 1992, nr. 14729, ECLI:NL:HR:1992:ZC0727, (CZF/Van der Velde). Ook bekend als het Ongeval St. Oedenrode. In dit arrest en de daarbij behorende noot wordt ingegaan op de bewijslastverdeling in een civiele procedure. I.c. was er sprake van een auto-ongeluk waarbij de bewijslast bij de gedaagde komt te liggen. In de noot wordt uitvoerig ingegaan op de bewijslastverdeling; deze uitspraak is gedaan voor de wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
September 1993
AA19930653

Biologisch vader of verwekker?

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 26 juni 2009, nr. 07/13656, ECLI:NL:HR:2009:BH2250, LJN: BH2250 (Bewijslast bij vaderschapsactie) Uitspraak van de Hoge Raad en bijbehorende noot waarbij in geschil was wie de vader van een kind was. In cassatie komen met de naam de procesrechtelijke en bewijsrechtelijke kanten van de zaak aan de orde. In de noot wordt dieper ingegaan op de verschillen tussen biologisch vader en verwekker, de vervangende toestemming van erkenning, de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en de alimentaire vaststelling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
September 2009
AA20090561

Contractsuitleg

P.S. Bakker

Post thumbnail

Contractsuitleg helder en beknopt uiteengezet aan de hand van rechtspraak en literatuur. Het verband tussen uitleg en de werking van redelijkheid en billijkheid, uitlegmaatstaven van de Hoge Raad en hun toepasbaarheid op een aantal gevalstypen, en contractsuitleg in rechte: stelplicht en bewijslast, het voorshands uitlegoordeel en de toetsbaarheid van het gegeven uitlegoordeel in hoger beroep en cassatie.

9789493199484 - 27-10-2021

De stelplicht: geen kraaienpoot maar een ‘sinkhole’

K.G.F. van der Kraats

Kim van der Kraats promoveerde op 1 september 2017 aan de UU met het proefschrift De eigen(aardig)heid van de kantonrechter. Zij onderzocht of en in hoeverre de kantonrechter het civiele proces anders vormgeeft en procesrechtelijke bepalingen anders hanteert dan de civiele rechter. Nagegaan is welke consequenties de overeenkomsten en verschillen hebben voor de kwaliteit van het civiele proces en er worden aanbevelingen gedaan voor verbetering. Op basis van dossieronderzoek en interviews is geconcludeerd dat de verschillen tussen kantonrechters en civiele rechters zeer beperkt zijn en zelfs zodanig beperkt dat wordt aanbevolen om het onderscheid tussen deze beide type rechters op te heffen. In dit artikel wordt één overeenkomst tussen de beide type rechters uitgelicht, namelijk de wijze waarop rechters omgaan met de stelplicht.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Maart 2018
AA20180262

Een Neder-Duitse hybride

De verdeling van de bewijslast in de zin van bewijsrisico volgens artikel 150 Rv

W.D.H. Asser

Bewijsrisicoverdeling verlangt objectieve criteria. De hoofdregel van artikel 150 die verwijst naar de toepasselijke materiële rechtsregels, is Duits. De op de eisen van redelijkheid en billijkheid gebaseerde uitzondering is wel typisch Nederlands maar sluit met zijn basis in het ongeschreven objectieve recht aan bij de theoretische grondslag van de hoofdregel.

Bijzonder nummer | Duits recht
Juli 2014
AA20140536

December 2006

Katern 101: Burgerlijk recht

- Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Leiden

Maart 2000

Katern 74: Burgerlijk procesrecht

R.J.C. Flach

Kopie Deel Drie

J.H. Nieuwenhuis

Hoge Raad 4 april 1986, nr. 12605, ECLI:NL:HR:1986:AB9446, RvdW 1986 (Apon/Bisterbosch)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 1986
AA19860790

Over kraaienpoten en ‘sinkholes’. Een kritische blik op het afdoen op de stelplicht

J. de Haan

Post thumbnail

Het beeld is ontstaan dat de civiele rechter te gemakkelijk zaken op de stelplicht afdoet. Nu dit een barrière vormt voor partijen om hun materiële rechten verwezenlijkt te krijgen, verdient deze praktijk een kritische blik. De rechter zou partijen meer tot bewijslevering moeten toelaten, en als hij een zaak wel op de stelplicht afdoet, beter moeten uitleggen waarom hij dit doet.

Opinie | Opiniërend artikel
Mei 2021
AA20210450

Rechtspraak Vreemdelingenrecht 2001 nr. 10

Tegenbewijs en tegendeelbewijs

Reactie op `de

J.R. Sijmonsma

In dit artikel wordt door Sijmonsma een reactie gegeven op een eerder gepubliceerd artikel van Rutgers over bewijs en daarmee samenhangende omkeringsregel.

Opinie | Reactie/nawoord
September 2003
AA20030636

Voorlopig getuigenverhoor: stelplicht en een zwakke rechtspositie

H.B. Krans

Hoge Raad 6 juni 2008, nr. R07/117HR, ECLI:NL:HR:2008:BC3354, LJN: BC3354, nr. R07/117HR, RvdW 2008, 595 (R/Staat der Nederlanden) In dit arrest is aan de orde welke feiten de verzoeker van een voorlopig getuigenverhoor ten aanzien van de schadevergoedingsvordering aan de dag moet leggen in het verzoekschrift ter verkrijging van verlof tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. De Hoge Raad oordeelt dat bij het verzoek tot verlof voor een voorlopig getuigenverhoor het aan de rechter niet vrijstaat om bij de beoordeling daarvan in te gaan op de toewijsbaarheid van de aan het verlof ten grondslag liggende vordering tot schadevergoeding. In de noot wordt hier dieper op ingegaan en wordt er eerdere jurisprudentie op hetzelfde onderwerp besproken.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 2008
AA20080902

Resultaat 1–12 van de 13 resultaten wordt getoond