De Bont-Bannenberg q.q.


Hoge Raad 16 september 2005, nr. C04/128HR, ECLI:NL:HR:2005:AT7797, LJN: AT7797, RvdW 2005, 101; JA 2005/109, m.nt. F.M.J. Verstijlen; JOR 2006/52, m.nt. SCJJK; NJ 2006, 311, m.nt. PvS (De Bont/Bannenberg q.q.)

De vraag is aan de orde in hoeverre een curator ontvankelijk is bij een onrechtmatige daadsvordering (voor benadeling van schuldeisers) indien deze slechts voor één of een kleine groep schuldeisers is ingesteld. De vraag is ook nog aan wie de opbrengst toekomt indien de curator voor de gezamenlijke schuldeisers in rechte optreedt.


Verschijningsvorm: Maandbladartikel (download pdf)

Auteur(s): S.C.J.J. Kortmann, N.S.G.J. Vermunt

Verschijning: oktober 2006

Archiefcode: AA20060732

Hoge Raad 16-09-2005 (ECLI:NL:HR:2005:AT7797) zaaknummer: C04/128HR

behartiging belang gezamenlijke schuldeisers faillissement ontvankelijkheid curator

Burgerlijk recht Faillissementsrecht

Annotaties en wetgeving Annotatie