Showing 1–12 of 19 results

‘Biertje?’

Beantwoording rechtsvraag (319) Goederen- en insolventierecht

R.J. van Doornmalen, J.A.A.M. Verschure

Aan de hand van een goederechtelijke casus worden een aantal vragen gesteld en vervolgens uitgewerkt.

Perspectief | Rechtsvraag
September 2005
AA20050769

‘Finding Neverland’. Rechtsvraag (331) Goederen- en Zekerhedenrecht

W.M.T. Keukens, R.D. Vriesendorp

Rechtsvraag waarbij het goederen- en zekerhedenrecht centraal staat.

Perspectief | Rechtsvraag
December 2006
AA20060935

Beantwoording rechtsvraag (231) Zekerheden- en faillissementsrecht

R.D. Vriesendorp

In dit artikel wordt een antwoord gegeven op een rechtsvraag waarbij verscheidene kwesties rondom het zekerheden- en faillissementsrecht centraal staan. Onder andere komen de bevrijdende betaling, vestiging van een pandrecht (bij voorbaat) en de afdrachtsverplichting aan de curator onder.

Perspectief | Rechtsvraag
Juli 1994
AA19940534

Beantwoording rechtsvraag (273) Privaatrecht

Een pand van stand

H.J. Snijders

Aan de hand van een privaatrechtelijke casus, over pandrecht, werden enkele vragen gesteld en werden de lezers van Ars Aequi gevraagd deze te beantwoorden. In dit artikel worden de antwoorden gegeven.

Perspectief | Rechtsvraag
Juni 1999
AA19990488

Beschikken over voorwaardelijke eigendom

W.H. van Boom

Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046, NJ 2016/290 (Rabobank/Reuser)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Mei 2017
AA20170417

Bosman-Condorcamp

R.D. Vriesendorp

Hoge Raad 26 november 1993, nr. 15.108 Rl'dW 1993, 237 (Bosman/Condorcamp) Dit arrest van de Hoge Raad en de bijbehorende noot gaat over de verpanding van onder cognossement verscheepte zaken. In het arrest komt volgens de annotator duidelijk naar voren hoe verschillend de benadering van Hof en Hoge Raad zijn bij de toepassing van algemeen vermogensrechtelijke leerstukken op bijzondere rechtsfiguren. In de noot wordt dieper ingegaan op de vereisten voor rechtsgeldige verpanding.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
April 1994
AA19940242

De bescherming van derde-verkrijgers tegen stille pandrechten: een eeuwenoude traditie

V.J.M. van Hoof

Artikel 3:86 lid 2 BW beschermt derde-verkrijgers te goeder trouw tegen stille pandrechten op roerende zaken. Vanaf Romeinse tijden verpanden veel ondernemingen vrijwel al hun bestaande en toekomstige zaken aan de bank. Is de goede trouw wel een geschikt criterium als veel verkrijgers kunnen vermoeden dat alles is verpand? Had de wetgever niet beter voor alternatieve, in het verleden beproefde criteria kunnen kiezen?

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Januari 2016
AA20160060

De bocht van de Herengracht

Rechtsvraag (338) internationaal privaatrecht/goederenrecht

S. van Dongen, H.L.E. Verhagen

Rechtsvraag op het gebied van het internationaal privaatrecht en het goederenrecht waarbij een realistische casus wordt behandeld. Aan de orde komen de totstandkoming van het zekerheidsrecht en het toepasselijk recht daarop en de verplaatsing van zaken voor het toepasselijke recht op zekerheidsrechten.

Perspectief | Rechtsvraag
Oktober 2009
AA20090691

De inningsbevoegdheid van de pandhouder van een vordering

R.M. Wibier

Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:415 (Immun Age/Neo-River)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Februari 2015
AA20150126

De mislukte redding van een vallende ster

Over de verschillende fases rondom het faillissement

B.C.H. Smit

Juist in deze tijd van economische crisis spelen faillissementen een belangrijke rol.  Zowel vanuit civielrechtelijk perspectief als vanuit een fiscaalrechtelijk perspectief is de dynamiek rondom een dergelijk faillissement interessant. Zeker omdat de verhouding tussen de zekerheidshouder enerzijds en de fiscus anderzijds recentelijk op verschillende manieren is gewijzigd. Met name het Belastingplan 2013 en het programma Herijking Faillissementsrecht zorgen rondom het faillissement voor tegenstrijdige krachten tussen deze twee betrokken partijen. Deze bijdrage gaat dan ook over de discrepantie die bestaat tussen de doelstelling van beide projecten.

Verdieping | Studentartikel
December 2014
AA20140893

De problematiek betreffende het eigendomsvoorbehoud en natrekking; van pandrecht naar voorrecht?

T.J. Bos

De verkoper onder een eigendomsvoorbehoud wordt gedegradeerd tot concurrent schuldeiser in het faillissement van de koper, indien de geleverde zaak door natrekking eigendom van de koper wordt. Dit artikel plaatst kanttekeningen bij de oplossing voor dit probleem uit het KNB-preadvies van Verheul en Verstijlen en schetst een alternatieve benadering, die neerkomt op het toekennen van een voorrecht aan de vordering van de voorbehoudsleverancier.

Verdieping | Studentartikel
December 2016
AA20160915

Factoring

J. Beuving

De invoering van de Boeken 3, 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek — in het bijzonder artikel 3:84 lid 3 BW — op 1 januari 1992 heeft tot grote onduidelijkheid en onzekerheid op het gebied van factoring geleid. Veiligheidshalve — en schoorvoetend — hebben de Nederlandse factoringmaatschappijen in januari 1992 hun standaardcontracten ingrijpend gewijzigd. Zij hanteren niet langer cessie van vorderingen als uitgangspunt, maar zijn in plaats daarvan gaan werken met verpanding van vorderingen. Als rode draad door dit proefschrift loopt de vraag of het gebruik van de verpandingsfiguur bij factoring wel wenselijk en/of noodzakelijk is.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
Juli 1996
AA19960518

Showing 1–12 of 19 results