Resultaat 4933–4944 van de 7258 resultaten wordt getoond
M.J.A. van Mourik
Hoge Raad 21 maart 1986, nr. 6952, ECLI:NL:HR:1986:AC9283, RvdW 1986, nr. 62; Hoge Raad 21 maart 1986, nr. 6954, ECLI:NL:HR:1986:AC9285, RvdW 1986, nr. 64; Hoge Raad 21 maart 1986, nr. 7023, ECLI:NL:HR:1986:AC9284, RvdW 1986, nr. 63; Hoge Raad 21 maart 1986, nr. 7024, ECLI:NL:HR:1986:AC9286, RvdW 1986, nr. 65
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 1986AA19860554
S. van de Goor
Op 20 mei 1986 verscheen het Voorontwerp 'Nadere regeling van de ouderlijke zorg voor minderjarigen en van de omvang'. Dit Voorontwerp bouwt voort op de voorstellen van het (inmiddels ingetrokken) Voorontwerp Herziening Afstammingsrecht uit 1981. Gelet op de uitspraken van de Hoge Raad en de werking van art. 8 en 14 EVRM in dit verband, was de wetgever eenvoudigweg genoodzaakt een voorstel te formuleren. De wetgever voelde als het ware de hete adem van de Hoge Raad in zijn nek. Het belang van het nieuwe Voorontwerp is vooral hierin gelegen dat het op een aantal plaatsen nauw aansluit bij deze jurisprudentiële ontwikkelingen. Reden temeer om na te gaan in hoeverre deze jurisprudentie van invloed is geweest op dit nieuwe Voorontwerp.
december 1986AA19860753
M. Rood-De Boer
Prof.mr. M. Rood-De Boer promoveerde op 23 februari 1962 te Amsterdam met het onderwerp 'Ouders en kinderen, aspecten van het familierecht'.
december 1985AA19850738
E. Florijn
In het rapport van de Commissie Brundtland, 'Our Common Future', wordt gezocht naar de oorzaken van en de oplossing voor de huidige milieucrisis. In het rapport wordt een relatie gelegd tussen milieu en economische problemen. In dit 'Witte Stuk' wordt een indruk gegeven van de werkwijze en de resultaten van de Commissie Brundtland. Vervolgens wordt bekeken in hoeverre de aanbevelingen die in 'Our Common Futere' zijn neergelegd, door de Nederlandse regering onderschreven worden en/ of een rol spelen.
Overig | Rode draad | Milieurechtfebruari 1990AA19900086
W.C.L. van der Grinten
Hoge Raad 12 juni 1981, RvdW nr. 90 (Ouwens/van Hossen) Gebondenheid aan een niet met de wil van de verklarende partij overeenstemmende verklaring betreffende een overeenkomst onder bezwarende titel (art. 1356 BW)
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 1981AA19810706
R.S. Meijer
Volgens de Hoge Raad vormt schending van de zorgvuldigheidsplicht door een advocaat, indien niet hijzelf maar zijn kantoor de contractspartij is, naast wanprestatie van dat kantoor, steeds een eigen onrechtmatige daad van die advocaat jegens de cliënt. Deze opinie bestrijdt die nieuwe regel als dogmatisch dubieus, praktisch problematisch en sociaal onwenselijk.
Opinie | Opiniërend artikeljuni 2016AA20160441
L.M. Cuelenaere, A.R. Leen
In dit nawoord op een reactie op het oorspronkelijk artikel waarbij er wordt ingegaan op de wijziging van de faillissementswet ten faveure van de crediteur op basis van rechtseconomische argumenten. De oorspronkelijke auteur gaat in op de reactie en zet daarbij zijn stellingen kracht bij.
Opinie | Opiniërend artikelmei 1990AA19900285
F.S. Bakker, M. Neekilappillai
Het is wenselijk dat (semi-)publieke instellingen als scholen en ziekenhuizen verplicht kunnen worden tot het publiceren van prestatie-indicatoren. Deze prestatie-indicatoren moeten onderling vergelijkbaar zijn. Daarom moet ofwel de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) in zoverre aangepast worden dat het opvragen van gecorrigeerde cijfers mogelijk is, ofwel moet op andere wijze een plicht ingevoerd worden voor deze instellingen tot publicatie van onderling vergelijkbare prestatie-indicatoren.
Opinie | Redactioneelfebruari 2014AA20140087
S.R. Damminga
Aan de hand van een verbintenisrechtelijke casus worden enkele vragen gesteld en vervolgens worden deze vragen uitgewerkt.
Perspectief | Rechtsvraagjanuari 2004AA20040069
Aan de hand van een casus over de ontgroening bij een studentenverenigingn worden er verschillende vragen gesteld op het gebied van verbintenissen- en aansprakelijkheidsrecht.
Perspectief | Rechtsvraagseptember 2003AA20030718
J.C. Hage
Het begrip ‘bevoegdheid’ wordt in de wet en in de rechtsgeleerde literatuur in twee geheel verschillende betekenissen gebruikt en deze betekenissen worden niet altijd goed uit elkaar gehouden. In de ene betekenis is een bevoegdheid een permissie: iemand mag – juridisch bezien – iets doen. In de andere betekenis is een bevoegdheid een noodzakelijke voorwaarde voor het verrichten van een geldige rechtshandeling. Door de bevoegdheid kan iemand bepaalde rechtsgevolgen in het leven roepen door middel van een rechtshandeling. Beide betekenissen van ‘bevoegdheid’ worden in deze bijdrage verder uitgelegd.
Verdieping | Verdiepend artikelnovember 2020AA20201035
L. van Wifferen
De discussie over de inzet van politie en justitie is er één die steeds terugkeert. In de afgelopen jaren komt in het licht van deze discussie steeds vaker de vraag op naar de rol van burgers bij de handhaving van de strafrechtelijke rechtsorde. Het antwoord op deze vraag is niet eenvoudig te geven. In dit artikel volgt – mede aan de hand van recente rechtspraak – een verkenning van de grens tussen heldhaftig en strafwaardig optreden.
Verdieping | Verdiepend artikelseptember 2003AA20030620