Maandbladartikel

Het begin en het einde van het rekening-courantkrediet

M. van Leeuwen, B.F.P. Lhoësten

Elk bedrijf heeft voor zijn bedrijfsvoering liquide middelen nodig. In het algemeen beschikt het bedrijf daar zelf niet in voldoende mate over. De laatste jaren neemt het eigen vermogen van bedrijven procentueel sterk af. Bovendien is het eigen vermogen meestal ondergebracht in vaste activa. Het bedrijf moet dus vreemd vermogen aantrekken om over liquide middelen te beschikken. Een bancair krediet is hier de meest voor de hand liggende mogelijkheid. Vaak wordt er een rekening-courantovereenkomst gesloten; een snelle en flexibele vorm van kredietverlening. In deze overeenkomst, die zeer gunstige voorwaarden voor de bank bevat, komt de machtspositie van de bank duidelijk tot uiting. Het is de bank die bepaalt aan wie zij krediet verleent en onder welke voorwaarden. In het in bankkringen inmiddels beruchte 'Leidsche Wol' vonnis bleek opeens dat de bank haar (ruime) bevoegdheden niet altijd onverkort mag uitoefenen. Wij zullen in dit artikel nagaan waaraan de bank in de praktijk de aanvraag van een rekening-courant toetst. Vervolgens zullen wij onderzoeken onder welke omstandigheden de bank de rekening-courantovereenkomst mag beëindigen.

Overig | Rode draad | Financiële markten en instellingen
juli 1988
AA19880438

Het begin van het einde van het tegenstrijdig belang

A.-W. van der Vegt

Post thumbnail Het leerstuk van het tegenstrijdig belang leidt binnen het vennootschapsrecht een roerig bestaan. Beoogde de wetgeverbegin twintigste eeuw slechts een regeling te geven voor desituatie waarin de vennootschap een rechtshandeling verrichtmet en rechtsgedingen voert tegen haar bestuurder; anno 2007is de reikwijdte van het leerstuk enorm in omvang toegenomenwaardoor er in steeds meer gevallen sprake is van een tegenstrijdigbelang. Langzamerhand lijkt echter een einde te zijn gekomen aan deze ‘oprekking’ van het tegenstrijdig belang.

Verdieping | Studentartikel
september 2008
AA20080600

Het beginsel van energiesolidariteit in verband met de Nordstream-gaspijpleiding

P.J. Slot

Hof van Justitie van de Europese Unie ((HvJ EU) (grote kamer, 15 rechters) 15 juli 2021, C-848/19P, ECLI:EU:C:2021:598 (Duitsland/Polen)

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
november 2021
AA20211035

Het begrip ‘belang’ in de Nederlandse belastingwetgeving

A. Rozendal

Post thumbnail Aad Rozendal promoveerde op 24 september 2014 aan Tilburg University met het proefschrift Het begrip ‘belang’ in de Nederlandse belastingwetgeving. Promotors waren prof.mr. I.J.F.A. van Vijfeijken en prof.dr. J.A.G. van der Geld.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
april 2015
AA20150338

Het begrip ‘onderneming’ in Boek 3 BW!

E. Vermeulen

Tijdens de totstandkoming van de wet juridische splitsing is in de literatuur gepleit voor het in eigendom onder algemene titel 'overdragen' van vermogensbestanddelen die tezamen een onderneming vormen. Deze faciliteit zou moeten worden opgenomen in boek 3 BW. De minister reageerde afhoudend; zij wilde eerst ervaring opdoen met de splitsingregeling. De discussie moet echter niet worden gestaakt, maar veeleer worden voortgezet. De faciliteit van 'overdracht van een onderneming onder algemene titel' blijft voor de praktijk van groot belang. In dit artikel wordt hier nader op ingegaan. Tevens wordt aandacht besteed aan de vraag hoe een dergelijke faciliteit in boek 3 BW zou kunnen worden ingevoerd.

Verdieping | Studentartikel
april 1999
AA19990209

Het begrip ‘voordeel’ in de strafrechtelijke ontnemingsmaatregel

Th.A. de Roos

Hoge Raad 1 juli 1997, nr. 104908P, ECLI:NL:HR:1997:AB7714 In deze noot bij dit arrest wordt ingegaan welke maatstaf de Hoge Raad aanlegt bij het begrip 'voordeel' in de strafrechtelijke ontnemingsmaatregel.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1998
AA19980313

Het begrip ‘heersende leer’ in het privaatrecht. Een korte verkenning

M.V.R. Snel, J.B.M. Vranken

Post thumbnail De auteurs onderwerpen in deze bijdrage de wijze waarop rechtswetenschappers het begrip ‘heersende leer’ hanteren aan een nadere beschouwing. Ze bespreken de vraag hoe vaak in literatuur en rechtspraak beroep gedaan wordt op de ‘heersende leer’ en waarom dit gebeurt, bakenen het begrip heersende leer af van andere nauw verwante begrippen, geven een omschrijving en behandelen het temporele aspect van heersende leer, zoeken naar handvatten om te bepalen wanneer een heersende leer tot stand komt of, omgekeerd, haar status verliest, en gaan na of, en zo ja op welke manier, een beroep op c.q. een afwijking van heersende leer moet worden verantwoord. Antwoorden zijn in Nederland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland, niet eerder gezocht. Met deze bijdrage proberen de auteurs de leemte enigszins op te vullen.

Perspectief | Perspectiefartikel
september 2018
AA20180748

Het begrip ‘uitvaardigende rechterlijke autoriteit’ in de context van het overleveringsrecht

J.W. Ouwerkerk

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 27 mei 2019, gevoegde zaken C-508/18 PPU (OG) en C-82/19 PPU (PI), ECLI:EU:C:2019:456

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2019
AA20191005

Het beheer van derdengelden door advocaten

D.J.B. de Wolff

Post thumbnail

Zo nu en dan blijkt de derdengeldenrekening van een advocatenkantoor oneigenlijk gebruikt te worden. In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de toepasselijke regels, het toezicht op het derdengeldenbeheer en het verschoningsrecht van de advocaat in relatie tot derdengelden. Ook komen enkele misstanden rond het derdengeldenbeheer aan de orde en doet de auteur een suggestie voor een betere regeling.

Opinie | Opiniërend artikel
december 2021
AA20211100

Het belang van feitenrechtspraak voor de rechtenstudie

T. van Malssen

Post thumbnail Deze bijdrage bepleit dat rechtenstudenten vroegtijdig zouden moeten worden ingewijd in de kunst van het begrijpend lezen van rechtspraak van de Hoge Raad. Daarvoor is kennis en begrip nodig van feitenrechtspraak: de oorzaak en uitvoering van rechtspraak van de cassatierechter. Bekendheid met feitenrechtspraak verschaft bovendien inzicht in de concrete werkingsmechanismen van het recht en de vorming ervan in de wereld van alledag, en draagt aldus bij aan een adequate voorbereiding op de rechtspraktijk.

Perspectief | Perspectiefartikel
januari 2025
AA20250080

Het belang van het pleidooi en de kunst van het pleiten in de civiele procedure

, C.J.M. Klaassen

Post thumbnail

Vlot van tongriem gesneden advocaten die elkaar vliegen afvangen tijdens een vlammend pleidooi .... een scene die in veel tv-series of films waaraan een advocaat te pas komt te zien valt: Pleidooi, Keyzer & De Boer Advocaten, L.A. Law, Laws of Attraction en vele andere. Noch het wellicht mede daardoor bij menig niet-jurist, maar ook menig rechtenstudent, bestaande beeld dat het houden van pleidooien de belangrijkste bezigheid is van advocaten, noch het beeld dat dit sprankelende gebeurtenissen plegen te zijn, stemt overeen met de werkelijkheid.

Perspectief | Perspectiefartikel
november 2010
AA20100825

Het belang van individuele mensenplichten

E.R. Boot

Post thumbnail Naar aanleiding van de verscheidene mensenplichtenverklaringen die de afgelopen twee decennia verschenen zijn, onderzoekt dit artikel het belang van het concept ‘mensenplichten.’ Het doet dit door direct op twee van de belangrijkste punten van kritiek hierop in te gaan: het benadrukken van individuele mensenplichten zou ten koste gaan van mensenrechten, en een aparte mensenplichtenverklaring zou overbodig zijn, omdat bestaande mensenrechtendocumenten reeds afdoende aandacht aan individuele plichten zouden schenken.  Het artikel sluit af met enige bespiegelingen betreffende de juiste verhouding tussen recht en moraliteit en de adequate plaats van mensenplichten binnen deze relatie.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2012
AA20120903