Resultaat 2881–2892 van de 7258 resultaten wordt getoond
J.W. Zwemmer
Hoge Raad 17 september 2004, nr. 38 378, ECLI:NL:HR:2004:AN8666 Het gebruikelijk loon van een werknemer die tevens een aanmerkelijk belang heeft in de werkgever, dient worden bepaald aan de hand van een vergelijking met het salaris van andere werknemers. Onder omstandigheden kan ook het nettoresultaat van de BV een rol spelen.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 2005AA20050156
W.E. Levert
Artikel over de internationaal privaatrechtelijke aansprakelijkheidsaspecten van internationale luchtvervoer. Er wordt ingegaan op gecombineerd en bijkomstig vervoer aan de hand van het Vedrag van Warschau. Na de bespreking van enige begripsbepalingen en het internationaal vervoersrecht wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van de vervoerder.
Verdieping | Studentartikelnovember 1993AA19930772
W. van Hoogstraten
In dit opiniërende artikel gaat de auteur in op het volgens hem bestaande recht van in het buitenland gedetineerde Nederlanders op consulaire bijstand van de Nederlandse overheid op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de status van de Bundel Consulaire Voorschriften.
Opinie | Opiniërend artikelapril 2001AA20010233
I. Giesen, P. Kreijger
Redactioneel artikel waarin in wordt gegaan op het Nederlandse gedoogbeleid ten aanzien van prostitutie en soft drugs gebruik.
Opinie | Redactioneeljuni 1995AA19950451
J.M.M. van de Hel, G. Reisenstadt
Opinie | Redactioneelapril 2000AA20000227
M.A.H. Kempen
Op 1 februari 2008 traden de Wet gedragsbeïnvloeding jeugdigen en het Besluit gedragsbeïnvloeding jeugdigen in werking. De wet, met brede steun in beide Kamers der Staten-Generaal aanvaard, vergroot de mogelijkheden tot het bieden van rechterlijk maatwerk in de benadering van jeugdigen die met het strafrecht in aanraking zijn gekomen.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingmei 2008AA20080375
C.M. van Esch
Onderzoek naar forensisch gedragsdeskundige rapportages in strafzaken leert dat gedragsdeskundigen bij de verslaglegging verschillende verplichtingen verzaken. Bovendien zijn veel rapporten weinig toegankelijk. Verrassend is daarom dat rechters zich weinig kritisch opstellen ten aanzien van de gedragsdeskundige adviezen. Zo nemen zij in tachtig procent van de zaken het advies van de gedragsdeskundige over de toerekeningsvatbaarheid over, terwijl de beschrijving van de relatie tussen stoornis en tenlastegelegde dat zelden rechtvaardigt. Dit artikel biedt gebruikers van Pro-Justitiarapportages (en ook gedragsdeskundigen) handvatten om te beoordelen in hoeverre forensisch psychiaters en psychologen ten aanzien van een aantal aspecten bij de verslaglegging voldoen aan hun verplichtingen.
Perspectief | Perspectiefartikelnovember 2012AA20120875
P. Vlaardingerbroek
In deze bijdrage wordt stil gestaan bij de lastige vraag hoe men dient om te gaan met verstandelijk gehandicapte personen met een kinderwens of met mensen die al eerder kinderen hebben gehad en waarbij gebleken is dat zij aantoonbaar niet in staat zijn om goed voor die kinderen te zorgen en hen de kinderen ontnomen zijn via een ontheffings- of ontzettingsmaatregel of als zij een eerder kind gedood hebben. Betoogd wordt dat in die discussie het belang van het (ook toekomstige) kind boven het belang van de aspirant-ouders dient te worden gesteld en dat het belangrijk is dat een publieke discussie ontstaat over de anticonceptiemaatregel als een vorm van een (preventieve) kinderbeschermingsmaatregel.
Verdieping | Verdiepend artikeljuli 2007AA20070589
H.J.J. Leenen
april 1982AA19820192
L.M. van den Bosch, R.H.T. Jansen
De Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren kent al bijna een eeuw een harde leeftijdsgrens: zodra een rechter zeventig jaar oud is, moet hij of zij de toga aan de wilgen hangen. De auteurs van dit redactioneel betogen dat de wettelijke pensioenontslagleeftijd voor rechters is verouderd. Zou die leeftijdsgrens niet met de gemiddelde levensverwachting moeten meegroeien?
Opinie | Redactioneelapril 2021AA20210331
R.J.B. Schutgens
Rechtbank Midden-Nederland 6 november 2013, nr. C/16/353395 / KG ZA 13-725, ECLI:NL:RBMNL:2013:5494 (Gemeente Veenendaal/X)
Annotaties en wetgeving | Annotatiemei 2014AA20140369
S.W.M. Eggen, B.C.J. van Kemenade
Fysieke symbolen van het recht, zoals rechtbanklocaties en politiebureaus, zijn de afgelopen jaren op veel plekken verdwenen. Ons rechtssysteem wordt daarmee minder zichtbaar. Deze afnemende zichtbaarheid kan leiden tot een toenemende afstand tussen het recht en de burger, oftewel: rechtsvervreemding. Het terugbrengen van symbolen van het recht is nodig om recht en burger bijeen te brengen.
Opinie | Redactioneelseptember 2025AA20250587