Resultaat 2701–2712 van de 13286 resultaten wordt getoond
C. Loth-Illegems
In een drie-partijenverhouding A-B-C zijn twee manieren denkbaar waarop A, via B, bezit en eigendom kan verkrijgen van een roerende lichamelijke zaak waarvan C eigenaar is. In dit artikel worden de hoofdstukken 1 en 2 de zakenrechtelijke aspecten van respectievelijk art. 3.5.4 en art. 3.4.2.10 besproken. In hoofdstuk 3 komt de vraag aan de orde of art. 3.5.4 een rol speelt in het kader van de levering bij voorbaat van toekomstige goederen, een vraag die recentelijk onderwerp is geweest van een polemiek in WPNR en die de auteur ontkennend beantwoord.
mei 1986AA19860341
J.W. Zwemmer
Hoge Raad 26 april 2002, nr. 35 775, ECLI:NL:HR:2002:AD3572 De omstandigheid dat een directeur-grootaandeelhouder civielrechtelijk met zijn BV een arbeidsovereenkomst heeft, staat er niet aan in de weg dat hij voor de heffing van omzetbelasting als ondernemer moet worden aangemerkt.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 2002AA20020917
K.H.M. de Roo
Opinie | Reactie/nawoordapril 2016AA20160263
S.J.M. Huijbregts
Verdieping | Studentartikeldecember 2015AA20150965
H. Borgers, J.M.M. van de Hel
In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de jurische kanten van het bemiddelen bij woningen. Er is vaak sprake van een overeenkomst van opdracht waarbij de rechten voor de huurder niet helemaal duidelijk zijn.
Opinie | Redactioneelseptember 1998AA19980741
J.J. Dammingh
In hun bijdrage ‘Direkt wonen; dat kost geld!’ in de rubriek ‘Redactioneel’ in Ars Aequi van september jl. stellen H. Borgers en M. van de Hel dat woningzoekenden die via een tussenpersoon woonruimte te huur krijgen aangeboden, vaak ten onrechte een (te hoge) vergoeding aan die tussenpersoon moeten betalen. Deze stelling lijkt mij niet juist ten aanzien van de verhuur van onzelfstandige woonruimte. Zo zal de student die via een bemiddelingsbureau een kamer of etage vindt, doorgaans wél terecht courtage aan dat bureau verschuldigd zijn. In het navolgende ga ik nader in op enkele door Borgers en Van de Hel in hun bijdrage geponeerde stellingen.
Opinie | Reactie/nawoorddecember 1998AA19980965
C.M. Boeij
De positie van een directeur van een penitentiaire inrichting is voor een belangrijk gedeelte geregeld in de Beginselenwet Gevangeniswezen, de Gevangenismaatregel en in het voor elke inrichting afzonderlijk samengestelde Huishoudelijk Reglement. Bij de vraag of een directeur beleidsvrijheid heeft of niet, is het goed te bezien met welke instanties hij in de praktijk te maken heeft.
april 1983AA19830361
M. van der Steeg
In dit artikel wordt het proefschrift 'Politietuchtrecht. Een studie naar de juridische aspecten en de praktijk' (Alphen aan den Rijn: Kluwe 2004).
Literatuur | Proefschriftbijdragenovember 2005AA20050962
Th.C.J.A. van Engelen
Hoge Raad 5 februari 2016, nr. 14/01082, ECLI:NL:HR:2016:196 (Bayer/Sandoz)
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2016AA20160650
T. Barkhuysen, M.L. van Emmerik
Deze rechtsvraag heeft betrekking op de bestuursrechtelijke handhaving en overheidsaansprakelijkheid.
Perspectief | Rechtsvraagfebruari 2007AA20070177
Naar aanleiding van een bestuursrechtelijke casus worden enkele vragen gesteld en deze vragen worden vervolgens uitgewerkt.
Perspectief | Rechtsvraagjuni 2007AA20070547
M. Kremer, E. Rehbock
Het burgerlijk procesrecht van de common law landen wijkt sterk af van dat op het continent. Er lijkt echter sprake van een zekere toenadering, waarin vooral de discovery (het Anglo-Amerikaanse systee van bewijsgaring) een belangrijke rol toekomt. Discovery wordt door sommigen omarmd om knelpunten in het eigen recht op te lossen. Hier wordt ingegaan op de vraag in hoeverre inbedding daarvan aansluit bij uitgangspunten en ontwikkelingen van het Nederlandse recht.
Bijzonder nummer | Anglo-Amerikaans rechtmei 1998AA19980448