Verdieping

Van alles een beetje en niet echt goed

Interview met prof.mr. P.J. Wattel

B.E.M. Hertoghs, C.J.D. Warren

Post thumbnail Interview met prof.mr. Peter J. Wattel, hoogleraar Europees belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam en advocaatgeneraal bij de belastingkamer van de Hoge Raad der Nederlanden, waarin gesproken wordt over zijn loopbaan, zijn samenwerking met het wetenschappelijk bureau, het Europees (belasting)recht en hoe hij erin slaagt om zijn uiteenlopende interesses met zijn werkzaamheden te combineren.

Verdieping | Interview
april 2009
AA20090262

Van bestuurdersaansprakelijkheid en het vertrouwen in de kapitaalmarkten; een internationaal perspectief

M.A.M. Wagemakers

In dit artikel wordt ingegaan op de invloed van de economie aan de wet- en regelgeving op het gebied van de bestuurdersaansprakelijkheid door de toegenomen deelname van particulieren aan effecten.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2005
AA20050138

Van de NV naar de BV naar de NV?

M.A. Verbrugh

Post thumbnail

De recente ingrijpende wijziging van het BV-recht maakt duidelijk dat het NV-recht niet kan achterblijven met het bieden van een aantrekkelijke rechtsvorm. Over de vraag hoe de moderne NV er precies uit zou moeten zien en op welke termijn moet worden gestart met de grootscheepse herziening bestaat verschil van mening.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2014
AA20140263

Van een advocaat die vergeet in hoger beroep te gaan

M.F.J. Haak

De advocaat die heeft verzuimd hoger beroep aan te tekenen blijft in een beroepsaansprakelijkheidsprocedure veelal buiten schot. Zijn cliënt slaagt er doorgaans niet in het causaal verband tussen de fout en de schade te bewijzen. Daarvoor moet hij aantonen dat hij zonder de fout in hoger beroep een beter resultaat zou hebben behaald. HR 24 oktober 1997 (Baijing/Mr H) komt de cliënt tegemoet en voorziet in de mogelijkheid tot vergoeding van het verlies van een proceskans. In dit artikel wordt besproken hoe deze mogelijkheid in de praktijk kan worden gebruikt. Mijn inziens dient een vergoeding te worden toegewezen naar evenredigheid van de geschatte waarde van de verloren kan. Aan vergoeding worden enkele voorwaarden verbonden.

Verdieping | Studentartikel
maart 1998
AA19980138

Van eeuwigheid tot (n)amen duren

Eindelijk op weg naar een nieuw naamrecht?

G.R. de Groot, R.P.J. Ritsema

Post thumbnail Het naamrecht: veel bereik, doch weinig bemind. Hoewel iedereen met het naamrecht te maken krijgt, heeft de wetgever er weinig aandacht voor. Anders dan in de rest van het personen- en familierecht is hier nog sprake van een beperkte keuzevrijheid voor het individu en een ferm normerende overheid. Dit artikel poogt de belangrijkste pijnpunten aan te geven.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2022
AA20220036

Van Monisme naar Dualisme; 18 jaar later

R. van Boxtel

In de rubriek `recht in zicht´ wordt door een oud-redacteur teruggekeken op zijn of haar artikel dat deze redacteur destijds schreef en wat de uitwerkingen van het artikel waren.Van Boxtel bespreekt zijn artikel in Ars Aequi over een dualistisch bestuursmodel op gemeentelijk niveau.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2001
AA20010739

Van Mr. Big tot vergismoord

Over de betekenis van het toetsingskader van de Hoge Raad inzake de Mr. Big-methode voor verkregen bewijs bij aanverwante undercoveroperaties

V.C. Samsom

Post thumbnail In 2019 heeft de Hoge Raad een toetsingskader geschetst voor de toepassing van de Mr. Big-methode. Aangezien een aantal jaar is verstreken sinds dit baanbrekende arrest, wordt in dit artikel onderzocht wat het toetsingskader betekent voor verkregen bewijs bij aanverwante ‘werken onder dekmantel’-methoden. Hierbij komt aan de orde wanneer het kader van toepassing is, hoe het wordt toegepast en welke betekenis het kader heeft bij aanverwante ‘werken onder dekmantel’-methoden.

Verdieping | Studentartikel
december 2023
AA20230921

Van Parkersburg tot Dordrecht. Juridische ontwikkelingen en uitdagingen inzake PFAS

L.C.J. Bisschop, M.G. Faure

Post thumbnail In deze bijdrage volgen we het juridische PFAS-spoor, van Parkers­burg, West Virginia, tot Dordrecht. We beginnen in de Verenigde Staten omdat Nederlandse rechtszaken, onder andere, bouwen op rechtszaken die daar sinds eind jaren negentig door advocaat Rob Bilott worden gevoerd. We lichten toe wat PFAS zijn en waarom PFAS een probleem zijn, en beschrijven enkele juridische ontwikkelingen en uitdagingen in het bestuurs-, civiel en strafrecht.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2025
AA20250593

Van zaken-recht naar goederen-recht: over de zorgplicht van de pandhouder, eigendomsvoorbehoud, reclamerecht, revindicatie en andere ‘zaken’

J.W.A. Biemans

In dit artikel gaat Biemans in op een aantal artikelen in het Burgerlijk Wetboek die blijkens de tekst alleen van toepassing zijn op zaken in de zin van art. 3:2 BW maar die volgens Biemans op alle goederen (art. 3:1 BW) van toepassing zijn. Daarbij betrekt Biemans veranderingen in het ontwerp-Meijers. Daarna gaat de auteur in op de zorgplicht van de pandhouder (art. 3:243 lid 1 BW), het eigendomsvoorbehoud (art. 3:92 BW), het recht van reclame (art. 7:39 BW) en de revindicatie (art. 5:2 BW).

Verdieping | Studentartikel
mei 2009
AA20090320

Varkens en schadevergoeding: een drieluik

J.M. Smits

De Nederlandse varkenshouders zijn boos: zij worden getroffen door een recent aangenomen wet die hen een kwart van hun inkomen ontneemt. Daar staat tegenover dat met die wet het belang van het milieu zeer wordt gediend. Besproken wordt of de boeren schadevergoeding van de overheid kunnen eisen.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 1998
AA19980567

Vastzetten om het vastzitten

Evaluatie van het concept-wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de uitbreiding van de gronden voor voorlopige hechtenis

M. Haveman, L. van Lent

Post thumbnail Het wetsvoorstel dat in dit artikel wordt besproken, beoogt een nieuwe grond voor voorlopige hechtenis te introduceren in het Wetboek van Strafvordering. De voorgenomen toepassing van het snelrecht moet bij verdenking van specifieke misdrijven gepleegd tijdens evenementen en in het uitgaansleven grond worden voor de toepassing van voorlopige hechtenis. Het wetsvoorstel is juridisch niet houdbaar, aangezien het in strijd is met het Nederlandse wettelijke stelsel van voorlopige hechtenis en met artikel 5 EVRM. Zo wordt de rechter de bevoegdheid onthouden om een belangenafweging te maken voorafgaand aan zijn beslissing tot inbewaringstelling. Nu het enige doel van de voorgestelde grond voor voorlopige hechtenis lijkt te zijn om te zorgen dat een verdachte vastzit tot aan de snelrechtzitting, is het voorstel in strijd met de onschuldpresumptie.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2012
AA20120094