Verdieping

Intellectuele eigendomsrechten in de GATT

R. Brohm, V. van der Chijs

Op de ministersconferentie van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel: General Agreement on Tariffs and Trade (GATT), eind 1986 in Punta del Este (Uruguay), is door de deelnemende landen overeengekomen een nieuwe multilaterale onderhandelingsronde te beginnen om de internationale handel te liberaliseren. Op deze conferentie, de Uruguay-ronde genoemd, wordt bijzondere aandacht geschonken aan intellectuele eigendomsrechten. In een speciale onderhandelingsgroep wordt besproken hoe de internationale bescherming van intellectuele eigendom kan worden verbeterd. In dit artikel wordt onderzocht of het te verdedigen is dat de GATT, zijnde een overeenkomst over internationale handel, zich expliciet inlaat met bescherming van intellectuele eigendomsrechten. Voorts wordt de GATT vergeleken met de World Intellectual Property Organisation (WIPO). Vanouds is het internationale systeem voor intellectuele eigendomsrechten immers het vrijwel exclusieve jachtterrein van de WIPO geweest. Wellicht is de GATT beter geoutilleerd om hervormingen op dit gebied te bewerkstelligen. Ook wordt de huidige stand van zaken in de onderhandelingen besproken. Maar allereerst zal voor een goed begrip aandacht worden besteed aan de achtergronden van de Algemene Overeenkomst zelf.

Verdieping | Studentartikel
juni 1989
AA19890535

Internal conflicts on NATO territory: may NATO deal with them?

P.D. Duyx

Post thumbnail May NATO interfere in internal armed conflicts of its own members or partners? This is the question that is examined in this essay. Although an interference by NATO against member states is (conceivably) contrary to NATO's funding principles, such a role for NATO might be possible when essential human rights are at stake. Interference by NATO on NATO territory could, if well balanced and approved of by all NATO members, in fact be in the interest of the NATO citizen. Moreover, this may strengthen a general rule of humanitarian intervention and this may (to some extent) deter parties or members from participating in internal armed conflicts on NATO territory. Furthermore, allowing NATO to internally interfere would facilitate the expansion of the number of members and partners. Then, although NATO would change and expand, it would still be able to firmly retain to the basis of a democratic rule of law.

Verdieping | Studentartikel
februari 2008
AA20080108

Internationale kinderontvoering: einde eigenrichting in zicht?

L.M.B. Veraart

Het verschijnsel internationale kinderontvoering, met alle ingrijpende gevolgen die dit meebrengt, is de afgelopen decennia een probleem van steeds grotere omvang geworden. Factoren als de toegenomen internationale mobiliteit en de in veel landen soepeler geworden echtscheidingswetgeving hebben hiertoe bijgedragen. Wat ons land betreft blijkt uit de cijfers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat er jaarlijks dertig tot veertig kinderen uit Nederland naar het buitenland worden ontvoerd. De juridische middelen om deze vorm van eigenrichting ongedaan te maken schieten veelal tekort. Twee in 1980 tot stand gekomen verdragen, in Europees respectievelijk mondiaal verband, beogen hierin verandering te brengen. Een spoedige bekrachtiging door Nederland — en natuurlijk ook door zoveel mogelijk andere landen — verdient dan ook ten zeerste aanbeveling.

Verdieping | Studentartikel
januari 1988
AA19880003

Internationale rechtshulp onder het ontwerp-statuut voor een permanent internationaal strafhof

Amnesty International, L. van Troost

In juni 1998 opent in Rome de diplomatieke conferentie ter oprichting van een internationaal strafhof. In een tijdsbestek van enkele weken zal de conferentie het statuut van dit nieuwe permanente hof moeten vaststellen. Een relatief korte periode van onderhandelingen op basis van een ontwerp-statuut van de International Law Commission uit 1994 is hieraan voorafgegaan. In die onderhandelingen waren de heikele en in het oog springende onderwerpen de materiële rechtsmacht, de onfhankelijkheid van de aanklager en de rol van de veiligheidsraad als initiator van of blokkade bij onderzoek en vervolging. Maar voor het effectieve functioneren van het toekomstige hof is het regime van internationale rechtshulp dat in het statuut vorm krijgt minstens zo belangrijk.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 1998
AA19980030

Interne bestuurdersaansprakelijkheid in Duitsland vergeleken met de Nederlandse regeling

Is het gras groener bij de buren?

J. Schröder

Het vraagstuk van interne bestuurdersaansprakelijkheid wordt in Nederland in het algemeen louter besproken aan de hand van de vraag of aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Voor de zorgvuldigheidsmaatstaf is in ons land slechts een marginale rol weggelegd. In Duitsland daarentegen staat bij toetsing van bestuurshandelingen de zorgvuldigheidsnorm centraal. De regelingen in Nederland en Duidsland worden vergeleken. In het artikel wordt bekeken in hoeverre in Nederland dit ook een wenselijke oplossing zou kunnen zijn.

Verdieping | Studentartikel
november 2001
AA20010846

Internet en democratie

Droom, werkelijkheid en een enkele nachtmerrie

K.L.K. Brants

In dit artikel wordt ingegaan op de invloed van het internet op de werking van democratie, burgerinitiatieven, journalistiek, grondrechten en de participatie van burgers in het publieke domein.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080524

Internet en recht: een selectie uit een tour d’horizon

A. Ringnalda

Ondanks zijn leeftijd is er al ontzettend veel over het internet geschreven, en ook bij juristen is het fenomeen niet onopgemerkt gebleven. Met recht kan men dan ook denken: alweer iets over internet en recht? Dit voorwoord dient derhalve ter verantwoording en vooral om uit te leggen met welke insteek wij de relatie tussen recht en internet willen behandelen. Meteen ook wijzen we er op dat noch dit bijzonder nummer, noch dit voorwoord, enige aspiraties heeft om een compleet overzicht van de stand van zaken te geven – hetgeen vanwege de veelzijdigheid van het onderwerp schier onmogelijk is. De selectie van thema’s wordt in dit voorwoord kort ingeleid.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080490

Internetcriminaliteit: kinderpornografie in meervoudig perspectief

R. Kaspersen, J. Kerstens, R. Leukfeldt, A.R. Lodder, W. Stol

Deze bijdrage plaatst de verspreiding van kinderpornografie via internet, in een meervoudig perspectief. Achtereenvolgens komen aan bod gedragsregulering in cyberspace (de onderliggende sociologische dimensie); een overzicht van de ernstigste criminaliteitsvormen in cyberspace, de plaats die kinderporno daarbij inneemt en hoe kinderpornoverspreiding plaatsvindt (criminologische dimensie); welke partijen een bijdrage kunnen leveren aan kinderpornobestrijding en wat hun mogelijkheden zijn, met bijzondere aandacht voor problemen in de opsporing (de integrale veiligheidskundige dimensie). Op verschillende plaatsen is daarbij aandacht voor wet- en regelgeving (de juridische dimensie).

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080531

Interregionale beslissingsharmonie of harmonie methet internationaal privaatrecht?

J.P. de Haan

Sinds het eind van de jaren tachtig zijn in de rechtsliteratuur een aantal boeiende publicaties over het interregionaal privaatrecht verschenen. Vooral het Nederlandse interregionaal echtscheidingsrecht heeft de pennen in beweging gebracht. Dit komt doordat de Nederlandse rechter ten aanzien van veel interregionale echtscheidingen, als waren het internationale echtscheidingen, een grote rechtsmacht heeft aangenomen en veelal Nederlands recht toepasselijk heeft geacht. De centrale vraag in het navolgende artikel is of voor interregionale echtscheidingen de internationaalprivaatrechtelijke regeling volstaat, dan-wel een specifieke regeling van interregionaal echtscheidingsrecht geboden is. Deze kwestie is om twee redenen actueel. Ten eerste heeft de Hoge Raad recentelijk bepaald dat een Nederlands echtscheidings-vonnis in ieder koninkrijksdeel dezelfde rechtskracht heeft; ten tweede is betreffende het interregionaal conflictenrecht een voorontwerp van Rijkswet vervaardigd met als titel Proeve van een Koninkrijkswet Interregionaal Privaatrecht.

Verdieping | Studentartikel
november 1994
AA19940716

Interview met mr. G. Spong, advocaat te Den Haag

B. Bastein, C. Hupkes

Mr. G. Spong studeerde rechten in Amsterdam. Na zijn afstuderen in 1972, werd hij op 7 februari 1973 in Paramaribo beëdigd als advocaat. In 1976 kwam hij terug naar Nederland waar hij in Den Haag beëdigd werd. In 1977 deed hij zijn eerste cassatiezaak. In dit interview komt onder meer aan de orde hoe Spong aankijkt tegen aanvallen op de rechterlijke macht. Daarnaast vertelt hij ook hoe zijn werk als advocaat zijn werk als rechter beïnvloedt en vice versa? Ook leerstukken als euthanasie, alternatieve straffen, anonieme getuigenverklaringen en veiligheidsfouilleringen passeren de revue.

Verdieping | Interview
december 1988
AA19880834

Interview met prof.mr. A.V.M. Struycken en mr. J.G.A. Struycken

J.A.K. van den Berg, J.B. Spath

In dit dubbelinterview komen verschillende facetten van de jurist, studie, beroepsbeoefening en Ars Aequi aan bod.

Verdieping | Interview
oktober 2001
AA20010741

IPR-aspecten van Europese rechtspersonen

L. Kaemingk

In dit artikel wordt ingegaan op de aspecten van internationaal privaatrecht die samenhangen met Europese rechtspersonen zoals de SE en de Europese vereniging.

Verdieping | Studentartikel
juli 1993
AA19930521