Resultaat 49–60 van de 204 resultaten wordt getoond
J. Doomen
In zijn artikel ‘Justitie en het overmannen van vrouwen' (Ars Aequi januari 1979) verwijt mr. H. Droesen Jeanne Doomen het volgende: door haar boeken en artikelen zou zij vrouwen ongeruster maken over seksueel geweld dan nodig is, de door haar opgewekte of althans aangewakkerde onrust zou leiden tot (de roep om) zware straffen en de vrouwenbeweging zou niet met alternatieve reactie op verkrachting op de proppen komen. Dit is de reactie van Jeanne Doomen op dit verwijt.
Opinie | Reactie/nawoordmaart 1979AA19790131
H.W.J. Droesen
Opinie | Reactie/nawoordmaart 1979AA19790134
F. Bruinsma
Opinie | Reactie/nawoordseptember 2010AA20100652
Petri
Hetgeen door Funke is geschreven (zie AA 30 (1981) 6, p. 286) wekt de indruk, dat er ‘misverstanden’ zouden voorkomen in mijn artikel (zie AA 30 (1981) 4, p. 164). Die indruk wil ik graag weg nemen. Er staat één misverstand in, niet meer.
Opinie | Reactie/nawoordjuli 1981AA19810342
B. van Zelst
In het septembernummer 2021 van Ars Aequi verscheen de opinie ‘De omvang van een memorie’ van hoogleraar, cassatieadvocaat en rechter Bert van Schaick. In dit artikel reageert hoogleraar en advocaat Bas van Zelst op die opinie. Met naschrift van Van Schaick.
Opinie | Reactie/nawoordfebruari 2022AA20220106
L. de Jongh
In dit artikel wordt ingegaan op een eerder in Ars Aequi verschenen artikel dat ging over het aftreden van Rita Verdonk in december 2006. De auteur ontleent aan het feit dat twee juristen na een grondige analyse tot een verschillende conclusie komen over de werking de conclusie dat de staatsrechtelijke vertrouwensregel gecodificeerd dient te worden. In het artikel wordt ingegaan op het handelen van een kabinet tijdens een demissionaire periode, de motie van afkeuring en het homogeniteitsbeginsel.
Opinie | Reactie/nawoordjanuari 2009AA20090037
M.J.A.M. Ahsmann, H.F.M. Hofhuis
In het meinummer van Ars Aequi pleitte Ward Messer ervoor ook in complexe civiele zaken een mondeling eindvonnis te geven. Margreet Ahsmann en Hans Hofhuis zijn het niet met hem eens en leggen in deze reactie uit waarom dat zo is. Met nawoord van Messer.
Opinie | Reactie/nawoordjuni 2022AA20220484
H.G.F.M. de Kok
Boogaard en Uzman geven in hun bijdrage van januari 2015 een uiteenzetting van de rechtsvormende taak van de rechter en van de sterke ontwikkeling die deze taak de laatste jaren heeft ondergaan. Ter aanduiding van het contrast met deze rechtsvormende taak openen zij hun bijdrage met een schets van de beperkte taak die volgens hen door Montesquieu aan de rechter werd gelaten, namelijk het strikt volgen van de wet: ‘le juge est la bouche de la loi’. Deze aan Montesquieu toegedichte mechanische taakopvatting is vaak verkondigd en door veel elkaar opvolgende generaties nageschreven. Zo ook door Boogaard en Uzman. Zij is echter ten onrechte aan Montesquieu toegedicht. Daar zijn ook te weinig bewijzen voor, terwijl er wel aanwijzingen zijn voor een ruimere taakopvatting.
Opinie | Reactie/nawoordapril 2015AA20150294
G.E. van Maanen
Opinie | Reactie/nawoordseptember 2010AA20100654
C.F. Rüter
Naschrift van C.F. Rüter bij de reactie van R.A. Kriek op de noot van Rüter waarin hij kritiek uit op het door de Rechtbank van Roermond op 14 december 1976 gewezen strafvonnis in de Zaak L.
Annotaties en wetgeving | Annotatie | Opinie | Reactie/nawoordnovember 1977AA19770757
B.T.M. van der Wiel
In het decembernummer 2009 legde Bart van der Wiel uit waarom hij de instelling van een selectiekamer die tot doel heeft de voor cassatierechtspraak ongeschikt zaken buiten behandeling te plaatsen niet noodzakelijk vindt. Het voorstel om een dergelijke selectiekamer in te stellen staat in het rapport Hammerstein. Mr. Hammerstein stuurde ons een reactie op dit artikel. Aan Bart van der Wiel gaven wij de gelegenheid op deze reactie te reageren.
Opinie | Reactie/nawoordfebruari 2010AA20100115
H.J.M van Berkel
In mei 2021 publiceerde Ars Aequi een artikel van Henk van Berkel, over ‘Beroepscolleges voor examinandi in het hoger onderwijs’. Martijn Berk was na lezing van het artikel enigszins ontgoocheld en voelde zich geroepen deze reactie in te sturen. Met naschrift van Henk van Berkel.
Opinie | Reactie/nawoordseptember 2021AA20210843