Opinie

Het zelfstandig recht op uitbetaling uit het voorstel van Wet verevening pensioenrechten bij scheiding: een civielrechtelijk gedrocht

W.P.M. Thijssen

Op 13 november 1990 is het voorstel van Wet verevening pensioenrechten bij scheiding bij de Tweede Kamer ingediend. Dit ondanks het negatieve advies van de Sociaal Economische Raad naar aanleiding van het eerdere voorontwerp van Wet verrekening pensioenrechten bij scheiding en van de Raad van State. Elders heb ik al enige kanttekeningen bij het wetsontwerp gemaakt en is mijn opvatting over de grote lijnen van het ontwerp weergegeven. Ook anderen hebben inmiddels hun visie op het wetsontwerp in de literatuur kenbaar gemaakt. In dit commentaar neem ik één aspect van de in het wetsontwerp gegeven regeling voor pensioenverevening onder de loep: het zelfstandig recht op uitbetaling van de vereveningsgerechtigde (ex-)echtgenoot jegens de pensioenuitvoerder. Uit de Memorie van Toelichting (MvT) blijkt dat het kabinet de rechtstreekse vordering van de vereveningsgerechtigde van cruciaal belang acht.

Opinie | Opiniërend artikel
november 1991
AA19910998

Het zijn ook maar mensen

Advocaten, fiscalisten en notarissen hebben (in tegenstelling tot rechters) geen extra verantwoordelijkheid zich ‘correct’ te gedragen. Als adviseurs behartigen zij de belangen van één partij. Dat brengt met zich, dat zij zich weliswaar moeten houden aan de (straf)wet en de tuchtregels, maar dat hun verantwoordelijkheid niet verder gaat dan dat. Zolang zij zich aan voornoemde regels houden, mogen zij morele regels overschrijden, zeker als dit in het belang is van hun cliënt.

Opinie | Redactioneel
oktober 2014
AA20140695

History is bunk

M.W. Hesselink, H. Wattendorff

Redactioneel artikel waarin gepleit wordt voor een grondige bestudering van de rechtsgeschiedenis tijdens de rechtenstudie om op die manier inzicht te verwerven in de historische gegrondheid en de werking van het hedendaagse recht.

Opinie | Redactioneel
februari 1991
AA19910116

Hoe behoudt het recht zijn vorm?

J. Kiewiet

Post thumbnail Juristen breken zich vaak het hoofd over de beste inhoud van een juridische uitspraak. Maar de vorm van het recht is minstens zo belangrijk. Ik bespreek wat onder ‘vorm’ verstaan moet worden en dat gebreken in de juridische vorm uiterst problematisch kunnen zijn. Het is daarom van belang dat in het bijzonder door de rechter niet lichtzinnig aan de vorm van het recht voorbijgegaan wordt.

Opinie | Opiniërend artikel
april 2020
AA20200369

Hoe democratisch kan het recht eigenlijk zijn?

N. de Boer, J. Klijnsma

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de theorie van de machtenscheiding. De redacteuren komen tot de conclusie, naar verwijzing naar de rechtsfilosofen Dworkin en Hart dat rechtsvorming niet meer enkel aan de democratisch gelegitimeerde volksvertegenwoordiging toekomt, maar ook aan de rechter die in verschillende zaken beslist waarin de wet onduidelijk is.

Opinie | Redactioneel
juni 2008
AA20080407

Hoe duur moeten vergissingen je komen te staan?

Over vergishuwelijken, vergeten concept-testamenten en ander menselijks

L.A.G.M. van der Geld

Niet iedereen is even blij met het hoofdlijnenakkoord van de vier-partijen-coalitie, maar Lucienne van der Geld weet er voor deze column toch een pareltje uit op te duiken: er komt, als het aan de coalitie ligt, een recht op vergissen.

Opinie | Column
juni 2024
AA20240508

Hoe Europees is de Europese ombudsman?

, M.L.M. Hertogh

In dit artikel gaat de auteur in op de instelling van de Europese Ombudsman. De auteur analyseert de regels rondom de instelling van de Europese Ombudsman en vergelijkt deze met de nationale regels rondom de Ombudsman. Over dit alles laat de auteur zijn kritische visie schijnen

Opinie | Opiniërend artikel
januari 1994
AA19940013

Hoe kan rechten dekoloniseren?

K. Haex, D. de Vries

De laatste jaren wordt de roep om dekolonisatie van de samenleving steeds luider. Ook de universiteit kan hieraan een steentje bijdragen. Het gaat daarbij niet alleen om het aannemen van personeel met een andere culturele achtergrond, die hun eigen kennis en ervaring meenemen, maar ook over het veranderen van de inhoud: wat en hoe onderwezen wordt. Hoe zou inhoudelijke dekolonisatie van de studie Nederlands Recht eruit kunnen zien? Om een extra impuls te geven aan het debat hierover, doen Koen Haex en Daan de Vries in dit redactioneel een aantal suggesties.

Opinie | Redactioneel
september 2024
AA20240715

Hoe lang gaat de kruik te water?

H.J.R. Fijn

Column over de capaciteitsproblemen in de strafrechtspleging.

Opinie | Column
juni 1983
AA19830482

Hoe lang moet Hotel Mama eigenlijk haar deuren open houden?

Het woonrecht van ouders en kinderen

L.A.G.M. van der Geld

De krapte op de woningmarkt zorgt ervoor dat de leeftijd waarop jongeren het ouderlijk huis verlaten steeds hoger wordt. In deze column draagt Lucienne van der Geld een oplossing aan waardoor ‘Hotel Mama’ haar deuren wellicht wat eerdrer kan sluiten.

Opinie | Column
december 2021
AA20211113

Hoe moet de rechter een wet interpreteren?

Zoveel rechters, zoveel meningen: de zaak Wooden v. United States

F. Brandsma

Post thumbnail

Rechters interpreteren regels, maar voor dat interpreteren zijn geen regels. Het is even fascinerend als frustrerend dat de interpretatie van de wet de rechter de mogelijkheid geeft uit te komen bij een door hem van tevoren vastgestelde en gewenste uitkomst. Frits Brandsma geeft in deze amuse een Amerikaans voorbeeld van hoe verschillende rechters via verschillende wegen tot dezelfde gewenste uitkomst kunnen komen.

Opinie | Amuse
juni 2022
AA20220438

Hoe redelijk is een anoniem vermoeden?

H.G. Leffers, W.S. de Zanger

Afgelopen zomer wees de Hoge Raad een arrest over het gebruik van een tip die via de tiplijn Meld Misdaad Anoniem bij de politie is binnengekomen. De Hoge Raad oordeelde dat nader onderzoek naar aanleiding van een MMA-melding niet steeds vereist is voor het aannemen van een voldoende verdenking. Dit heeft gevolgen voor de invulling van het beginsel van een redelijk vermoeden van schuld. Hanneke Leffers en Wouter de Zanger zijn van mening dat deze uitspraak onderdeel is van een kwalijke ontwikkeling en leidt tot uitholling van artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering.

Opinie | Redactioneel
december 2010
AA20100845