Annotatie

Rosneft: de rol van de nationale rechter in het EU buitenlands en veiligheidsbeleid

R.A. Wessel

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 28 maart 2017, C-72/15, ECLI:EU:C:2017:236 (The Queen, op verzoek van: PJSC Rosneft Oil Company, voorheen Rosneft Oil Company OJSC/Her Majesty’s Treasury, Secretary of State for Business, Innovation and Skills, The Financial Conduct Authority)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2017
AA20171006

Rotterdam Airlines ‘RAL’ BV

F.A. van Bakelen

Afdeling rechtspraak Raad van State (ARRvS) 10 maart 1983, ECLI:NL:RVS:1983:AP2835, nr. A11135 (1980), Mrs. P.J.G. Kapteyn, J.H. Blaauw, P.J. Verdam en R.R. Winter

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juli 1983
AA19830565

Royal & Sun Alliance-Universal Pictures: redelijkheid en billijkheid als fundament voor een proportionele benadering

T. Hartlief

Hoge Raad 17 februari 2006, nr. C04/322HR, ECLI:NL:HR:2006:AU9717, LJN: AU9717, NJ 2006, 378 (Royal & Sun Alliance/Universal Pictures) Uitleg van overeenkomsten. Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2007
AA20070358

Ruime opvatting van alternatieve causaliteit: als kans op veroorzaking van gehele schade. Amerikaanse toestanden?

J.M. van Dunné

Hoge Raad 31 januari 2003, nr. C01/174HR, ECLI:NL:HR:2003:AF1301, NJ 2003, 346, m.nt. Vranken, RvdW nr. 30 (Drewel c.s./AMEV Schadeverzekering N.V.) In deze noot bij dit arrest wordt ingegaan op het leerstuk van de alternatieve causaliteit in het geval dat de causaliteit moeilijk kan worden vastgesteld maar waarbij causaliteit wel een voorwaarde voor aansprakelijkheid is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2003
AA20030765

RuneScape

N. Rozemond

Hoge Raad 31 januari 2012, nr. 10/00101 J, ECLI:NL:HR:2012:BQ9251, LJN: BQ9251, NJ 2012, 536 m.nt. N. Keijzer (RuneScape)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2013
AA20130294

S BV

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 9 juli 1990, nr. 26, ECLI:NL:HR:1990:AC0960, RvdW 1990, 147 (S/S BV) In deze uitspraak van de Hoge Raad is het de vraag of het indienen van een verweerschrift gezien kan worden als vertegenwoordiging van de rechtspersoon en of deze op rechtsgeldige wijze is gedaan. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Verder is aan de orde in hoeverre het niet aanpassen van de statuten waardoor er jaren achter elkaar een groot gedeelte van de jaarwinst op grond van een statutaire reserve wordt gereserveerd, in plaats van deze uit te keren als dividend, wat geen enkele functie meer voor de vennootschap heeft, een reden is om een enquêteverzoek in te dienen welk verzoek aangemerkt kan worden als 'gegronde redenen om aan juist beleid te twijfelen'. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag eveneens bevestigend. In de noot wordt dieper ingegaan op de vertegenwoordigingsbevoegdheid en de mogelijkheden tot het indien van een enquêteverzoek.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 1991
AA19910083

Saelman/Academisch Ziekenhuis VU: wanneer begint de korte verjaringstermijn van artikel 3:310 BW te lopen?

T. Hartlief

Hoge Raad 31 oktober 2003, nr. C02/234HR, ECLI:NL:HR:2003:AL8168, RvdW 2003, 169 (Saelman/Academisch Ziekenhuis VU) Het gaat hier om een belangrijk verjaringsarrest dat ook vanuit rechtsvindingsperspectief interessant is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2004
AA20040266

Samenlevingsovereenkomst vernietigbaar op grond van dwaling?

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 21 februari 2014, nr. 12/05846, ECLI:NL:HR:2014:416

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2014
AA20140363

Samenloop in het verdelingsrecht

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 19 januari 2007, nr. C05/273HR, ECLI:NL:HR:2007:AZ1488, LJN: AZ1488, NJ 2007, 62 Verdeling huwelijksgoederengemeenschap bijwege van echtscheidingsconvenant; onrechtmatige daad (verzwijging); samenloop; de aan de bevoegdheid tot vernietiging van een verdeling (art. 3:196 BW) verbonden vervaltermijn van artikel 3:200 BW staat niet eraan in de weg dat na het verstrijken daarvan een deelgenoot jegens de ander een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad instelt.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2007
AA20070515

Samir A. – absoluut ondeugdelijke voorbereiding?

Th.A. de Roos

Hoge Raad 20 februari 2007, nr. 00447/06, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213, LJN: AZ0213 (Samir A.) Bij de interpretatie van kennelijk bestemd in artikel 46 oud Wvsr heeft het hof blijk gegeven van een te beperkte opvatting. Het heeft immers nagelaten te beoordelen of deze voorwerpen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig kunnen zijn voor het misdadige doel dat verdachte met het gebruik van de voorwerpen voor ogen had.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2007
AA20070691

SANDOZ-arrest. De Warenwet tussen DE-regulering en EG-regulering

K.J. Mortelmans

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 14 juli 1983, zaak nr. 174/82, ECLI:EU:C:1983:213 (Sandoz B.V.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1984
AA19840100

Satelliettv-arrest

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 22 februari 1985, nr. 6661, ECLI:NL:HR:1985:AG4970, RvdW 1985, 51 Informatierechtelijke aspecten van abonnee-tv-etheruitzending van via communicatiesatelliet ontvangen omroepprogramma's.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1985
AA19850474