Strafrecht en criminologie

Terugkerende vragen in het tuchtrecht

J.D.A. den Tonkelaar

Bij tuchtrecht denkt men aan vormen van hoog gespecialiseerde rechtspraak binnen beroeps- of bedrijfsgroepen. Het zo makkelijk in deze zin gebruikte woord rechtspraak roept direct al een reeks vragen op en wie de ontwikkelingen in het tuchtrecht over de afgelopen decennia beziet, moet constateren dat de meeste van deze vragen hardnekkig blijven opduiken en moeilijk te beantwoorden zijn. Om de lezer het tuchtrecht niet als verzameling van los van elkaar staande regelingen, maar als een samenhangende en levende problematiek te presenteren, worden die vragen hier belicht.

Bijzonder nummer | Tuchtrecht
juli 2016
AA20160564

The Collapse of American Criminal Justice – W.J. Stuntz

M.A.H. van der Woude

Post thumbnail The Collapse of American Criminal Justicewerd door rechtsgeleerde William Stuntz afgerond op zijn sterfbed. Daardoor heeft hij niet meer kunnen meemaken wat het boek teweeg heeft gebracht. Maartje van der Woude bespreekt in deze bijdrage het boek, dat volgens haar verplichte kost zou moeten worden voor Nederlandse juridische masterstudenten.

Literatuur | Boekbespreking
januari 2014
AA20140073

The impact of the Treaty of Lisbon on European Criminal Law

I. Peçi

Post thumbnail In dit artikel poogt Idlir Peçi de impact van het Verdrag van Lissabon op het strafrecht in de Europese Unie te bespreken. Vooral de meest opvallende en belangrijke veranderingen komen aan bod, zoals onder andere de wetgevende macht van de Europese Unie op het gebied van de harmonisatie van strafrecht en de uitbreiding van de rechtsprekende macht van het Hof van Justitie aangaande strafrecht.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2010
AA20100869

The Territorial Jurisdiction of the International Criminal Court

M. Vagias

Post thumbnail The International Criminal Court (ICC) became a reality with the adoption of the Rome Statute on 17 July 1998 and its entry into force on 1 July 2002. The Court is a permanent institution and self-standing international organization, established beyond the United Nations – but in fact existing and operating in close connection with it. One of the most contentious issues of the negotiations that led to the adoption of the Court’s constitution was the issue of its jurisdiction. An important question for analysis is the following: how little of an international crime need take place on State Party territory for the Court to have jurisdiction? This is the main question that will be addressed in this article.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
januari 2012
AA20120062

Tijd slijt?

De wenselijkheid van afschaffing van de vervolgingsverjaring van jegens minderjarigen gepleegde zedenmisdrijven

L.G. de Graaf

Post thumbnail In dit artikel wordt de wenselijkheid van afschaffing van de vervolgingsverjaring van jegens minderjarigen gepleegde zedenmisdrijven onderzocht. Ingegaan wordt met name op de (on)mogelijkheid van het vergaren en waarderen van bewijs waar het gaat om (tientallen) jaren geleden gepleegde zedenmisdrijven. Aan bod komt onder meer de aan zedendelicten inherente bewijsproblematiek, de rechtspsychologische theorie van hervonden herinneringen en een rechtspraakonderzoek. Bovendien worden enkele principiële argumenten besproken.

Overig | Ars Aequi-prijswinnaar | Verdieping | Studentartikel
juni 2013
AA20130431

Tijd voor een integrale herziening?

Verslag van het Congres Hercodificatie Wetboek van Strafvordering

A. Meijer, M. Veldt

In dit artikel wordt ingegaan op een congres georganiseerd in Nijmegen in 1991 over de integrale herziening van het Wetboek van Strafvordering. In het artikel wordt ingegaan op het plenaire gedeelte van het congres. In het artikel komen onder meer aan de orde: de drie functies van het strafprocesrecht en de redenen voor bezinning en herziening.

Verdieping | Studentartikel
juli 1991
AA19910551

Toestemming als rechtvaardiging: zelfbeschikking in het strafrecht?

S.R. Bakker

Post thumbnail

In diverse gevallen kan de strafbaarheid of strafwaardigheid van bepaalde gedragingen worden beïnvloed of weggenomen wegens toestemming van het slachtoffer. Activiteiten in het studentenleven, deelneming aan sportwedstrijden en het ondergaan van medische ingrepen zijn daarvoor illustratief. In deze bijdrage wordt onder andere stilgestaan bij de voorwaarden voor een strafrechtelijk relevante toestemming, de al dan niet rechtvaardigende werking ervan en de ruimte voor zelfbeschikking in het Nederlandse strafrecht.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2017
AA20170177

Toetsingskader #MeToo: brengt het #JusticeForAll?

J. Dierx, R. van Eijbergen

Post thumbnail In dit artikel wordt vanuit een sociaalwetenschappelijk perspectief naar grensoverschrijdend gedrag gekeken en wordt het strafrechtelijke en arbeidsrechtelijke toetsingskader bij grensoverschrijdend (seksueel) gedrag uiteengezet. Tot slot wordt antwoord gegeven op de vraag: maakt dit toetsingskader de belofte van erkenning en genoegdoening waar?

Opinie | Opiniërend artikel
mei 2023
AA20230346

Toezeggingen aan getuigen in strafzaken of toch deals met criminelen

Nieuwe wetgeving

I.M. Abels

Een uiteenzetting van de nieuwe wet waarin het mogelijk gemaakt wordt dat het OM toezeggingen doet aan getuigen die belangrijke informatie kunnen verschaffen.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
oktober 2005
AA20050861

Tongue in cheek

M. Scheffers, P. de Vries

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op een arrest van de Hoge Raad dat oordeelt dat een tongzoen zoals deze door het hof is beoordeeld als verkrachting, geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Redacteuren betogen dat dit te ver gaat om een tongzoen met gedwongen geslachtsgemeenschap op een lijn te stellen.

Opinie | Redactioneel
juni 1998
AA19980539

Tongzoen

N. Rozemond

Hoge Raad 12 maart 2013, nr. 11/05421, ECLI:NL:HR:2013:BZ2653, NJ 2013/437 m.nt. N. Keijzer

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2013
AA20130839

Tragisch verkeersongeluk: aanmerkelijke onvoorzichtigheid of verontschuldigbare foutieve interpretatie van een gebaar?

Th.A. de Roos

Hoge Raad 17 januari 2006, nr. 00155/05, ECLI:NL:HR:2006:AU3447 (Overstekend kind) Verdachte overrijdt in een personenbus een 5-jarig kind dat met zijn moeder een kruispunt fietsend oversteekt maar vlak voor de bus komt te vallen. Heeft het hof terecht zeer onvoorzichtig en onoplettend handelen bewezen verklaard? Hier komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. 's Hofs oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. A-G Knigge: anders. Het eerste middel, dat klaagt over een onbegrijpelijke strafmotivering, slaagt wel.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2006
AA20060426