Strafrecht en criminologie

Nederlandse Jurisprudentie 1993

G. Buist, C.E. du Perron

Afdruk van de Nederlandse Jurisprudentie van 1993 (!) waarin beneden staat dat toestemming tot annotatie is geweigerd.

Opinie | Redactioneel
maart 1988
AA19880150

Nederlandse strafrechtelijke bescherming van de Zwitserse vlag

F.G.H. Kristen

Post thumbnail

Met artikel 435d Sr beschermt het Nederlandse strafrecht de Zwitserse vlag en Zwitserse nationale gevoelens. Maar waarom? Bovendien is de strafbepaling ruim en op onderdelen vaag, hetgeen vanuit het legaliteitsbeginsel vragen oproept. Verklaringen hiervoor zijn gelegen in de verplichting tot uitvoering van een verdrag. Dat verdrag beoogt onder meer Zwitserse vlaggen op spuugbakken tegen te gaan. Kan artikel 435d Sr niet worden geschrapt?

Blauwe pagina's | Bijzondere bepalingen
december 2016
AA20160908

Nemo tenetur en fishing expeditions

J.S. Nan

Hoge Raad 19 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1562 (Nemo tenetur en fishing expeditions) Dat de betrokkene het recht heeft om niet aan zijn eigen veroordeling mee te hoeven werken (nemo tenetur), betekent niet dat wilsonafhankelijk materiaal (zoals documenten) onder omstandigheden niet van hem kan worden afgedwongen. Fishing expeditions zijn echter verboden.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2024
AA20240155

Net echt. Of toch niet?

Over virtuele kinderporno

L. van den Berge, W.S. de Zanger

De strafbaarstelling van kinderpornografie is in de laatste decennia flink aangescherpt. Zo is sinds een wetswijziging in 2002 niet langer vereist dat het om afbeeldingen van echte kinderen gaat: volgens het nieuwe artikel 240b Sr geldt een afbeelding reeds als grond voor strafbaarheid wanneer een kennelijk minderjarig persoon schijnbaar bij een seksuele gedraging is betrokken. Op die manier heeft de strafbepaling nu ook betrekking op afbeeldingen waarop slechts virtuele kinderen te zien zijn. Of dergelijke afbeeldingen ook realistisch (en daarom strafbaar) zijn wordt door rechters echter zeer uiteenlopend beoordeeld, wat leidt tot een gebrek aan rechtszekerheid.

Opinie | Redactioneel
november 2011
AA20110773

Nieuwe regeling van vervroegde invrijheidstelling: invrijheidstelling onder voorwaarden

J.T.J Struyker Boudier

In dit artikel wordt de nieuwe vorm van vervroegde invrijheidstelling besproken; de invrijheidstelling onder voorwaarden. Kernelementen van de nieuwe regeling zijn dat er alleen vervroegde invrijheidstelling is waaraan voorwaarden zijn verbonden, er toezicht wordt gehouden op deze voorwaarden en bij schending van de voorwaarden de rest van de straf ondergaan dient te worden.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
juni 2008
AA20080459

Nieuwe wetgeving

Wet justitiële gegevens

C.A. Knape

Een uiteenzetting van de nieuwe wet justitiële gegevens.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
maart 2003
AA20030215

Nieuwe wetgeving over de terbeschikkingstelling

M.F.M. de Groot

In dit artikel wordt ingegaan op nieuwe wetgeving rondom terbeschikkinggestelden (TBS). Er wordt ingegaan op de bepalingen over de instellingen die de TBS uitvoeren, plaatsing in de inrichtingen, verplegings- en behandelingsplan, controle en geweldgebruik, bewegingsvrijheid, straffen, (proef)verlof, klachtrecht. Ook wordt er ingegaan op een wetsvoorstel dat TBS met voorwaarden regelt.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
februari 1997
AA19970093

Nieuwe wetgeving ter bestrijding van faillissementsfraude

T. Heukels, P.A.M. Verrest

De aanpak van faillissementsfraude staat de afgelopen jaren volop in de belangstelling. Op 1 juli 2016 zijn twee wetten in werking getreden die beide zien op verbetering van de mogelijkheden om faillissementsfraude te bestrijden. Het gaat om de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude (Stb. 2016, 154) en de Wet civielrechtelijk bestuursverbod (Stb. 2016, 153). In deze bijdrage gaan de auteurs nader in op de inhoud van en aanleiding voor deze nieuwe wetgeving.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
januari 2017
AA20170051

Nieuwe wetgeving voor het gevangeniswezen

M.F.M. de Groot

De Penitentiaire beginselenwet vervangt de Beginselenwet gevangeniswezen uit 1951. In de Penitentiaire beginselenwet worden regels gegeven over de wijze van tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en zijn de rechten en plichten opgenomen van de gedetineerden die in een penitentiaire inrichtingen verblijven.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
april 1999
AA19990261

Nijmeegse scooter

N. Rozemond

Hoge Raad 17 december 2013, nr. 12/02825, ECLI:NL:HR:2013:1964 (Nijmeegse scooterzaak); Hoge Raad 17 december 2003, nr, 12/02841, ECLI:NL:HR:2013:1966 (Nijmeegse scooterzaak)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2014
AA20140841

Nogmaals de tongzoen

N. Rozemond

Hoge Raad 26 november 2013, nr. 12/05539, ECLI:NL:HR:2013:1431, NJ 2014/62 m.nt. N. Keijzer (vervolg op Hoge Raad 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2653, NJ 2013/437 m.nt. N. Keijzer, AA 2013, p. 839-845 m.nt. N. Rozemond (1AA20130839))

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2014
AA20140291

Non bis in idem of de schoonheid van de rechtsgeschiedenis

W.F. van Hattum

Post thumbnail

De afgelopen jaren deed ik onderzoek naar de achtergronden van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit artikel formuleert de voorwaarden waaronder een tweede vervolging wegens hetzelfde feit niet wordt toegestaan: non bis in idem. Aanleiding om mij in dit onderwerp te verdiepen vormden enkele arresten van de Hoge Raad. De Hoge Raad beriep zich voor zijn standpunt of er wel of geen sprake was van een tweede vervolging wegens hetzelfde feit op ‘de strekking van art. 68’ en ‘het beginsel van het artikel’. De vraag was: op welk beginsel beriep hij zich? Waar stond het? Waar kwam het vandaan? De antwoorden die ik in de geschiedenis vond, boden een verrassende blik op de gebeurtenissen, de taal, de ontwikkelingen, en de personen rond dit onderwerp. Zij ontsloten onder meer de bron van de woorden non bis in idem en de betekenis die zij in de loop der eeuwen kregen. Mijn bijdrage gaat over deze twee historische aspecten van de regel.

Overig | Rode draad | Historische wortels van het recht
april 2013
AA20130314