Staats- en bestuursrecht
Resultaat 757–768 van de 2057 resultaten wordt getoond
Het zwijgrecht in het nadeel van de verdachteImplicaties van de op Britse leest geschoeide ‘adverse inferences’-rechtspraak van het EHRM voor de Nederlandse strafrechtspleging
Implicaties van de op Britse leest geschoeide ‘adverse inferences’-rechtspraak van het EHRM voor de Nederlandse strafrechtspleging
F.P. Ölçer
Momenteel wordt actief discussie gevoerd over een bepaalde vorm van beperking van het zwijgrecht van de verdachte in strafzaken, waarbij het gegeven dat de verdachte zwijgt tot nadeel leidt in het kader van de bewijsbeslissing. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft al vrij lang geleden toetsingsmaatstaven ontwikkeld voor een dergelijke omgang met het zwijgrecht, maar het van toepassing zijnde kader is ingewikkeld en op verschillende punten vatbaar voor verschillende interpretaties. Bovendien is opvallend dat de rechtspraak van het EHRM vooral georiënteerd is op het Britse systeem, hetgeen ook aanleiding geeft, in het licht van de mogelijkheid dat in Nederland sprake is van in ieder geval groeiende belangstelling voor de optie van nadeel verbinden aan het zwijgen, de Straatsburgse eisen gedetailleerd in beschouwing te nemen.
Advertorial
PAO cursus Actuele ontwikkelingen in het straf(proces)recht
Verdieping | Verdiepend artikel
december 2021
AA20211079
Resultaat 757–768 van de 2057 resultaten wordt getoond






De machtsverdeling binnen de trias politica is een belangrijk uitgangspunt in de inrichting van het Nederlandse staatsbestel. Inmiddels zijn er zorgen over de wijze waarop ingrijpende technologische ontwikkelingen de traditionele machtsbalans onder druk zetten. Een concrete aanleiding is de mate waarin de uitvoerende macht vooroploopt bij het gebruik van nieuwe technologieën zoals digitale (geavanceerde) algoritmes. In dit artikel laten we zien dat een succesvolle handhaving van de trias politica een nauwe samenwerking vergt tussen de domeinen van technologie, politiek, ethiek en recht. De inzet van deze samenwerking is niet alleen om te voorkomen dat technologie zich ontwikkelt tot een vierde macht buiten de trias, nog belangrijker is dat een poging wordt gedaan om technologie te laten bijdragen aan een goede werking van de trias en de inrichting van een rechtvaardige samenleving.
In 2019 nam de regering het initiatief om de grondwettelijke benoemingsprocedure bij de Hoge Raad (art. 118 Gw) te herzien en daarbij het voordrachtsrecht van de Tweede Kamer af te schaffen. De grondwetsherziening draaide uit op een faliekante mislukking, maar geeft wel een beter inzicht in de betekenis van de bevoegdheid van de Tweede Kamer om een voordracht van die kandidaten op te maken bij Hoge Raadbenoemingen.