Staats- en bestuursrecht

Het rookverbod en de bevoegdheid van de Hoge Raad om wetgeving aan verdragen te toetsen

R.J.B. Schutgens

Hoge Raad 10 oktober 2014, nr. 13/02931, ECLI:NL:HR:2014:2928 (Staat/Nietrokersvereniging CAN)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2015
AA20150305

Het schijnhuwelijk tussen vreemdelingenrecht en gelijkberechtiging van vrouwen

J.J. Bolten

De meeste buitenlandse vrouwen die tot verblijf in Nederland zijn toegelaten, danken hun toelating aan de zogenoemde gezinshereniging met hun reeds eerder hier te lande verblijvende echtgenoot. Met de afhankelijke verblijfstitel van deze vrouwen bezegelt het vreemdelingenbeleid de afhankelijkheid die de maatschappelijke positie van gehuwde vrouwen nog steeds veelal kenmerkt. Terwijl de gezinseenheid in Nederland langzaam maar zeker haar alleenzaligmakend aureool verliest, ook in het recht, blijft het vreemdelingenrecht haar pleitbezorger wanneer het aan de verbreking van hel gezinsverband gevolgen verbindt ten aanzien van de voortzetting van het verblijf. Om met de jurist te spreken: hinc lacrimae! Dat de Nederlandse overheid een allesbehalve permissief toelatingsbeleid voert mag bekend verondersteld worden, maar dat de ‘permissive society’ vreemdelingen buitenshuis behoeft niet als een logische consequentie gezien te worden. In de volgende uiteenzetting zal eerst het recht op gezinshereniging in Nederland geplaatst worden regen de achtergrond van verdragen, van hel systeem der Vreemdelingenwet en van de administratieve praktijk. In het tweede gedeelte wordt de opheffing van het afhankelijk verblijfsrecht onderzocht, waarbij de positie van de buitenlandse vrouwen centraal staat, terwijl meer zijdelings aandacht geschonken wordt aan de tweede generatie. Tenslotte wordt de afhankelijke verblijfstitel besproken als product van een beleid dat onder meer als grillig en ondoelmatig moet worden gekwalificeerd. Aan conclusies valt niet te ontkomen.

oktober 1981
AA19810603

Het Schotse referendum en het kiesrecht voor gedetineerden

R. van der Hulle

Post thumbnail Het kiesrecht voor gedetineerden is nog altijd een omstreden onderwerp binnen het Verenigd Koninkrijk. De Britse regering voert al jarenlang een felle strijd tegen de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM), waaruit volgt dat een algehele, categorische uitsluiting van gedetineerden van deelname aan verkiezingen niet is toegestaan. Tegen die achtergrond werd het Britse Supreme Court gevraagd een oordeel te geven over de uitsluiting van gedetineerden van deelname aan het op 18 september 2014 gehouden Schotse referendum.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2015
AA20150454

Het staatsnoodrecht herzien: het onvoorzienbare gesystematiseerd

T.D. Cammelbeeck

In dit artikel wordt de wetgeving besproken die tot stand is gebracht op basis van artikel 103 Grondwet en die uitzonderingstoestanden regelt. Het gaat daarbij om vier verschillende wetten die in dit artikel besproken worden, te weten: Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Wbbbg) en de Oorlogswet voor Nederland (OWN). Er wordt ingegaan op de inhoud en de totstandkoming van de herzieningsoperatie.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
december 1996
AA19960762

Het Statuut anno nu

T.J. Scholten

Post thumbnail Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden werd in 2024 zeventig jaar oud. Voor de gelegenheid kwam de Raad van State van het Koninkrijk met een spontaan advies. Het advies vormt een goede inleiding in actuele, maar soms ook al decennia oude debatten over de constitutionele vormgeving van de Koninkrijksverhoudingen. In deze bijdrage wordt gereflecteerd op opvallende aspecten van het advies, met name betreffende het democratisch tekort, de waarborgfunctie en de geschillenregeling.

Opinie | Opiniërend artikel
mei 2025
AA20250356

Het Straatsburgse oordeel over de ernstig geschokte rechtsorde, het slot van een trilogie

Het straatverbod: onbeperkte toepassing?

A. Holwerda

Het straatverbod blijkt de laatste tijd een veelbeproefd juridisch instrument voor mensen die worden lastiggevallen of dreigen te worden lastiggevallen. Tot nu toe heeft de rechter zich zeer gevoelig getoond voor de noden en behoeften van degenen die in kort geding een verbod eisten. Bestudering van de rechtspraak maakt een groeiende bekommernis zichtbaar met de positie van slachtoffers van onrechtmatige gedragingen. Deze constatering leidt tot de vraag naar de juridische begrenzingen van het straatverbod. Hoe ver kan en mag de rechter gaan bij het honoreren van de behoefte van eiser(es) om verschoond te blijven van ongewenste confrontaties? Waar komt een straatverbod in strijd met het belang van de gedaagde om onder zo min mogelijk vrijheidsbeperkende maatregelen te leven? Het is dit probleem van de verenigbaarheid van straatverboden met het grondrecht van bewegingsvrijheid welke het onderwerp vormt van dit artikel. Aan de hand van enkele markante gevallen uit de rechtspraktijk zal ik proberen aan te geven wat ik, gelet op het grondrecht van bewegingsvrijheid, nog een toelaatbare toepassing van het straatverbod acht.

Overig | Rode draad | Slachtoffers van delicten
maart 1989
AA19890175

Het strafrecht tussen waarheid en leugen: over Holocaustontkenning en andere memory laws

M. van Noorloos

Post thumbnail Memory laws stellen ontkenning van grootschalige mensenrechtenschendingen uit het verleden – en soms ook uitingen als het bagatelliseren of rechtvaardigen van zulke misdaden – strafbaar. Zo heeft Polen het onlangs verboden om de Poolse natie verantwoordelijk te houden voor de Holocaust. Wat is de ratio achter zulke wetten en hoe verhouden die zich tot de vrijheid van meningsuiting?

Opinie | Opiniërend artikel
december 2018
AA20181010

Het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM)

I. Boerefijn

Beschrijving van de werkzaamheden van het in 1982 opgerichte Studie- en informatiecentrum Mensenrechten. Er wordt ingegaan op de langdurige projecten, zoals het in kaart brengen van alle rechtspraak op het gebied van de mensenrechten (Digest-project). Verder wordt de documentatie, kortlopende projecten en een nadere uitwerking van het Digest-project gegeven.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 1990
AA19900378

Het subsidiariteitsbeginsel in de Europese Grondwet: panacee of paard van Troje?

P. de Jonge

Het subsidiariteitsbeginsel zoals uitgewerkt zoals uitgewerkt in de in 2005 verworpen 'Europese Grondwet', zou bij aanvaarding hebben geleid tot de transformatie van de EU tot een federale superstaat.

Overig | Ars Aequi-prijswinnaar | Verdieping | Studentartikel
december 2006
AA20060857

Het systeem van het ruimtelijke ordeningsrecht (Digitaal boek)

J. Struiksma

Post thumbnail Bij de opbouw van dit boek is uitgegaan van een beschrijving van de ontwikkeling van het ruimtelijk ordeningsrecht. De tweede druk verschijnt op een moment waarop dit recht volop in beweging is. De gewijzigde WRO is per 3 april 2000 in werking getreden, er komen wijzigingen van de Woningwet aan, er is snelheidswetgeving in ontwikkeling […]

9789069163932 - 01-08-2000

Het vak bestuurskunde aan een juridische faculteit

L.E.M. Klinkers

Een beschouwing over de ontwikkeling van de wetenschap van de bestuurskunde in (zeer) algemene zin, en de invulling daarvan aan de juridische faculteit te Utrecht.

Onderwijs
maart 1981
AA19810123