Milieurecht en ruimtelijke ordening

Rode draad ‘Milieurecht’ inleiding

E. Florijn, R. Glas, R.Th. Mirck

Inleiding bij de Rode draad van het jaar 1990 die ziet op het Milieurecht.

Overig | Rode draad | Milieurecht
februari 1990
AA19900085

Sancties, organisatiecriminaliteit en milieudelicten

H.G. van de Bunt, W. Huisman

In dit artikel in de serie Sancties van de Rode draad wordt ingegaan op de organisatiecriminaliteit. Dit is overtreding van vooral ordeningswetgeving door organisaties, veelal rechtspersonen, met eigen voordeel als gevolg. Er wordt aan de hand van milieuwetgeving uiteengezet hoe het met de handhaving verloopt, keuzes hieromtrent en de effectiviteit daarvan.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 1997
AA19970684

Sea level rise and international nature conservation law: the case of migratory waterbirds in the Wadden Sea

N. Verbeek

Post thumbnail Future sea level rise (SLR) is in part unavoidable and poses a significant threat to migratory waterbirds in the Wadden Sea. Against this backdrop, this article interrogates the Ramsar Convention and the African-Eurasian Migratory Waterbird Agreement (AEWA) to assess to what extent these nature conservation regimes require and encourage adaptation action that can help migratory waterbirds in the Wadden Sea cope with SLR. The article shows that both regimes indirectly require parties to take SLR adaptation action and contain soft law that can fulfil a supplementary role.

Bijzonder nummer | Recht door zee
juli 2025
AA20250564

Staat-Shell (c.a.)

J. Hijma

Hoge Raad 30 september 1994, nr. 15308, ECLI:NL:HR:1994:ZC1460, RvdW 1994 (Staat/Shell) In deze zaak is aan de orde in hoeverre Shell onrechtmatig heeft gehandeld en in die zin aansprakelijk is om de kosten voor de sanering van een stuk vervuilde grond te dragen. Het gaat hierbij om bodemvervuiling die al lang geleden, in de jaren '50, is veroorzaakt en het onduidelijk is of de betreffende wet (art. 21 Interimwet bodemsanering) van toepassing is en of er in die überhaupt een zorgvuldigheidsnorm ten aanzien van het lozen van afval bestond.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1995
AA19950273

Streekplan Zuid-Holland Oost; besluiten in de zin van de Awb

Th.G. Drupsteen

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 15 december 1995, ECLI:NL:RVS:1995:AN5094, nr. FO 1.95.0203 (mr. De Vries), AB 1996, 303, m.nt. PvB, Gem. Stem 1996, 7037, nr. 4, m.nt. HH. In deze uitspraak van de ABRvS en de daarbij behorende noot wordt ingegaan op de rechtsbescherming bij besluiten en plannen die genomen en gemaakt worden op basis van de WRO.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 1996
AA19960768

Tegemoetkoming in faunaschade

Provinciaal (beleidsregel)domein binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid

A.G.A. Nijmeijer

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) 28 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3482, zaaknr. 202305326/1/A2 (mrs. Jurgens, Van Ravels, De Groot) Wet natuurbescherming artikel 6.1, Aanvullingswet natuur Omgevingswet artikel 2.9 lid 1

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2024
AA20240948

Van gemeentelijk verbod naar nationale norm: de juridische wenselijkheid van het fossielereclameverbod

A.S. de Vries

Post thumbnail In deze bijdrage betoogt de auteur dat het gemeentelijke fossielereclameverbod van Den Haag slechts een eerste stap is. Fossiele reclames dragen bij aan de normalisering van vervuiling en ondermijnen klimaatbeleid. Door het schadebeginsel van Mill te herlezen in communitaristisch perspectief, wordt duidelijk dat overheidsingrijpen niet alleen legitiem, maar ook noodzakelijk is. De tijd is rijp voor een nationaal fossiel reclameverbod dat recht doet aan collectieve belangen en toekomstig welzijn.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 2026
AA20260018

Van Parkersburg tot Dordrecht. Juridische ontwikkelingen en uitdagingen inzake PFAS

L.C.J. Bisschop, M.G. Faure

Post thumbnail In deze bijdrage volgen we het juridische PFAS-spoor, van Parkers­burg, West Virginia, tot Dordrecht. We beginnen in de Verenigde Staten omdat Nederlandse rechtszaken, onder andere, bouwen op rechtszaken die daar sinds eind jaren negentig door advocaat Rob Bilott worden gevoerd. We lichten toe wat PFAS zijn en waarom PFAS een probleem zijn, en beschrijven enkele juridische ontwikkelingen en uitdagingen in het bestuurs-, civiel en strafrecht.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2025
AA20250593

Van wie is het milieu?

A. Nentjes

Het milieu is een schaars goed geworden. Het gebruik van het milieu als stortruimte voor afval concurreert met andere vormen van gebruik. Daarmee rijst de vraag hoe de rechten van gebruikers met betrekking tot het milieu op elkaar moeten worden afgestemd. Kunnen milieurechten worden gedefinieerd? Aan wie worden ze toegewezen? Moeten milieurechten worden beschermd langs privaatrechtelijke of langs publiekrechtelijke weg? Kunnen milieurechten overdraagbaar worden gemaakt?

Bijzonder nummer | Rechtseconomie
oktober 1990
AA19900706

Veehouderij en wonen, een gezonde combinatie? Over de rol van endotoxinen bij planologische besluitvorming

A.G.A. Nijmeijer

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3435, zaaknr. 201703581/1/R2

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2018
AA20180239

Verhaalbaarheid van milieuschade

De plicht tot het stellen van financiële zekerheid ter dekking van milieu-aansprakelijkheid

C.J. Bastmeijer

Regelmatig blijkt dat een bedrijf dat het milieu heeft verontreinigd of aangetast niet in staat is de daaruitvoortvloeiende schade te vergoeden. In dit artikel wordt ingegaan op een maatregel die de overheid kan nemen om dit probleem te beperken: van bedrijven eisen dat zij financiële zekerheid stellen ter dekking van milieu-aansprakelijkheid. De vraag of de bedrijven ook de mogelijkheid zullen hebben om de bedoelde financiële zekerheid te verschaffen zal een centrale plaats innemen. Daarbij zal onder meer aandacht worden besteed aan de milieu-aansprakelijkheidsverzekering, zoals deze vandaag de dag door Nederlandse verzekeraars wordt aangeboden.

Overig | Rode draad | Milieurecht
juli 1990
AA19900431

Vuilstortplaats Weperpolder

P.J.J. van Buuren

Afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State (AGRvS) 24 oktober 1991, ECLI:NL:RVS:1991:AN2466, nr. B 05.91.0970 In deze uitspraak van de Voorzitter Afdeling geschillen van bestuur Raad van State komt aan de orde in hoeverre het aanvaardbaar is dat in een milieurechtelijke casus de storting van nieuw afval gedoogd wordt. De Voorzitter oordeelt dat er onder bepaalde voorwaarden gedoogd kan worden waarbij met name van belang is dat er bijna met zekerheid een vergunning verleend zal worden. Nu de nieuwe regeling waar de vergunning op gebaseerd dient te worden nog niet tot stand is gekomen en rondom de totstandkoming nog grote onzekerheid bestaat, is het volgens de Voorzitter niet mogelijk om een gedoogbeschikking af te geven. In de noot wordt dieper in gegaan op de problematiek rondom gedogen en handhaven in het milieurecht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1992
AA19920206