Burgerlijk recht

Ouderlijk vruchtgenot en testamentair bewind

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 18 oktober 2013, nr. 12/03380, ECLI:NL:HR:2013:983 Familie- en erfrecht. Erfdeel onder testamentair bewind totdat erfgenaam 22 jaar is. Renteopbrengsten van onder bewind gesteld vermogen. Burgerlijke vrucht (art. 3:9 lid 2 BW). Ouderlijk vruchtgenot over renteopbrengsten (art. 1:253l BW). Opeisbaarheid renteopbrengsten. Testamentair bewind en bevoegdheid testamentair bewindvoerder (art. 4:162, 171 lid 1 en 175 lid 1, aanhef en onder b, BW).

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2014
AA20140034

Ouwens-van Hossen

W.C.L. van der Grinten

Hoge Raad 12 juni 1981, RvdW nr. 90 (Ouwens/van Hossen) Gebondenheid aan een niet met de wil van de verklarende partij overeenstemmende verklaring betreffende een overeenkomst onder bezwarende titel (art. 1356 BW)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1981
AA19810706

Over academische betogen en constructieve bijdragen: een nawoord

L.M. Cuelenaere, A.R. Leen

In dit nawoord op een reactie op het oorspronkelijk artikel waarbij er wordt ingegaan op de wijziging van de faillissementswet ten faveure van de crediteur op basis van rechtseconomische argumenten. De oorspronkelijke auteur gaat in op de reactie en zet daarbij zijn stellingen kracht bij.

Opinie | Opiniërend artikel
mei 1990
AA19900285

Over ballen, biervaten en andere ongelukjes, Beantwoording rechtsvraag (310) Verbintenissenrecht

S.R. Damminga

Aan de hand van een verbintenisrechtelijke casus worden enkele vragen gesteld en vervolgens worden deze vragen uitgewerkt.

Perspectief | Rechtsvraag
januari 2004
AA20040069

Over ballen, gevallen biervaten en andere ongelukjes

Rechtsvraag (310) verbintenissenrecht

S.R. Damminga

Aan de hand van een casus over de ontgroening bij een studentenverenigingn worden er verschillende vragen gesteld op het gebied van verbintenissen- en aansprakelijkheidsrecht.

Perspectief | Rechtsvraag
september 2003
AA20030718

Over bevoegdheden

J.C. Hage

Post thumbnail Het begrip ‘bevoegdheid’ wordt in de wet en in de rechtsgeleerde literatuur in twee geheel verschillende betekenissen gebruikt en deze betekenissen worden niet altijd goed uit elkaar gehouden. In de ene betekenis is een bevoegdheid een permissie: iemand mag – juridisch bezien – iets doen. In de andere betekenis is een bevoegdheid een noodzakelijke voorwaarde voor het verrichten van een geldige rechtshandeling. Door de bevoegdheid kan iemand bepaalde rechtsgevolgen in het leven roepen door middel van een rechtshandeling. Beide betekenissen van ‘bevoegdheid’ worden in deze bijdrage verder uitgelegd.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2020
AA20201035

Over dames en heren in de sport

S.E. Bartels

In deze reactie gaat Bartels in op een eerder artikel in Ars Aequi over het gelijkheidsbeginsel in de sport. Het gaat dan met name over het verschil tussen mannen en vrouwen.

Opinie | Reactie/nawoord | Overig | Rode draad | Sport en recht
oktober 1996
AA19960621

Over de dood die leven geeft

Dient de overheid orgaan- en weefseldonatie fiscaal te faciliëren

K.L.H. van Mens

Dit artikel gaat in op een aantal moeilijke en belangrijke vragen over het menselijk lichaam en over orgaandonatie. In onze rechtenstudie staan misschien teveel de antwoorden voorop. Wellicht is het bij een wetenschappelijke benadering beter om ons te richten op het stellen van vragen, vooral als die vragen weer nieuwe vragen oproepen. De uiteindelijke antwoorden zijn dan een sluitstuk van wijsheid. Hierna wil ik u uitdagen om uw eigen vragen te formuleren. Ingaan op filosofische, ethische en medische aspecten is noodzakelijk om tot een voldragen inzicht in de problematiek van orgaandonatie te geraken. In het juridische kader wordt ook ingegaan op enige rechtshistorie. Daarbij heb ik ervoor gekozen om de praktijk van orgaandonatie beknopt toe te lichten. Het onderwerp van dit artikel is emotioneel beladen. Om die reden zijn de ‘conclusies’ vooralsnog impliciet. Het zou al heel mooi zijn als het maatschappelijke debat over orgaandonatie meer op gang komt.

Opinie | Opiniërend artikel
september 2003
AA20030630

Over de erfelijkheid van bezit, goede en kwade trouw

Kan de bona fide erfgenaam van de mala fide erflater een verkrijgende verjaring beginnen?

J.E. Jansen

Post thumbnail

Wat gebeurt er als een bona fide erfgenaam een goed verkrijgt van een mala fide erflater? Naar het voorbeeld van het Romeinse en Franse recht bepaalt ons burgerlijk wetboek dat de kennis en wetenschap van de erfgenaam niet ter zake doen: hij volgt op in het mala fide bezit van de erflater en begint dus geen verkrijgende verjaring ex artikel 3:99 BW. Naar Duits recht is de erfgenaam beter af: bij bona fide verkrijging van het bezit door erfopvolging begint hij verkrijgend te verjaren. Aan de hand van een rechtshistorische en rechtvergelijkende analyse wordt in dit artikel onderzocht of de Nederlandse wetgever dit Duitse voorbeeld zou moeten volgen.

Overig | Rode draad | Historische wortels van het recht
juni 2013
AA20130501

Over de grens tussen religie en wet: het Indonesische huwelijksrecht

A.W. Bedner

Controle over huwelijken is van oudsher een onderwerp van strijd tussen staat en kerk geweest. In West Europa is deze kwestie inmiddels overal beslist ten gunste van de staat, maar in veel landen wordt nog steeds gehuwd op religieuze of gewoonterechtelijke basis. Vaak resulteert dit in een zwakke positie voor de getrouwde vrouw. Hoewel in Indonesi beslist niet alle problemen zijn opgelost vinden we hier toch een redelijk werkend compromis. Religie vormt nog steeds de basis voor het huwelijk, maar de staat is er wel in geslaagd de afgelopen dertig jaar meer gelijkheid tussen de huwelijkspartners te bewerkstelligen. Deze bijdrage poogt duidelijk te maken hoe dit proces is verlopen, met welke problemen het Indonesische huwelijksrecht nog te kampen heeft, en hoe de staat hiermee omgaat.

Overig | Rode draad | Over de grens
september 2007
AA20070653

Over de invloed van het Zwitserse zakenrecht op het Ontwerp Meijers en Boek 5 BW

Een eerbetoon aan het honderdjarige Zwitserse Burgerlijk Wetboek

J.E. Jansen

Post thumbnail Op 1 januari 1912 trad hetZivilgesetzbuch für die Schweiz (ZGB) in werking. Als een van de laatste landen op het Europese continent kreeg Zwitserland op die dag een landelijke codificatie die het gehele privaatrecht beslaat. Tot die tijd hadden de soevereine kantons, waaruit Zwitserland nog steeds bestaat, een landelijke codificatie tegengehouden. Als gevolg van allerlei kantonale codificaties was een ‘abscheulicher, grauenerregender Gesetzeswirrwarr’ ontstaan. Zwitserland kende aan het einde van de 19e eeuw ongeveer vijfentwintig codificaties. Het ZGB maakte aan deze toestand een einde. Om het Zwitserse eeuwfeest luister bij te zetten, staat Jelle Jansen in deze bijdrage stil bij Zwitserse invloeden op het zakenrecht in het Ontwerp Meijers en het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1992.

Opinie | Opiniërend artikel
december 2012
AA20120924

UCERF 16 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Over de menselijke maat, ook in het familierecht

W.M. Schrama

Zaken uit het familierechtelijke verleden waar de overheid of overheidsinstanties een rol in gespeeld hebben, duiken steeds vaker op en roepen de vraag op wat de overheid nu moet doen voor handelen van toen. Dat zijn, gezien de langdurende trajecten voor de overheid, lastige vragen. Om erkenning, excuses en genoegdoening van het leed te krijgen […]