Resultaat 25–36 van de 59 resultaten wordt getoond

Geslachtongeacht en genderbender in de rechtspraktijk

D.A. Verburg

Post thumbnail

Het recht is van iedereen en de taal van het recht moet dat ook uitdrukken. Daarom moet de taal in de rechtspraktijk inclusiever. Van de strafbepaling die begint met ‘Hij die…’ tot een functienaam als ‘raadsheer’, de rechtstaal gaat nog te veel uit van de man. Het is moeilijk om dat helemaal op te lossen, maar we kunnen vandaag al veel aanpakken.

Opinie | Opiniërend artikel
december 2021
AA20211114

Getallen en formules in wetgeving

C.J. Wolswinkel

Post thumbnail

Met een (misplaatst) beroep op het adagium ‘iudex non calculat’ pleiten juristen zich doorgaans vrij van wiskundige formules. Hoewel een kritische houding tegenover wiskundige toepassingen in het recht zeker niet verkeerd is, kan het juridische handwerk juist gebaat zijn bij meer aandacht voor wiskunde en logica.

Opinie | Amuse
december 2014
AA20140890

Herziene gratieregeling en aanpassing regeling inzake schade vergoeding voor verlopige hechtenis

I.M. Abels

In dit artikel wordt ingegaan op de gewijzigde gratiewetgeving die op 1 mei 1996 in werking is getreden en de veranderde regels rondom schadevergoeding bij voorlopige hechtenis die op dezelfde datum inwerking is getreden.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
november 1996
AA19960693

Het nieuwe Burgerlijk Wetboek en profil

E. Florijn

Op 25 april 1947 ontving de Leidse hoogleraar E.M. Meijers (1880-1954) bij Koninklijk Besluit de opdracht een 'nieuw burgerlijk wetboek te ontwerpen'. Daarmee werd het sein gegeven voor het waarschijnlijk grootste en meest ambitieuze wetgevingsproject van de twintigste eeuw. Nu, bijna vijfenveertig jaar later, is de herziening van het uit 1838 stammende Burgerlijk Wetboek nagenoeg voltooid. Op 1 januari 1992 zullen namelijk de Boeken 3, 5 en 6 in werking treden, alsmede een aantal belangrijke titels van Boek 7. Zij werden voorafgegaan door Boek 1 (Personen- en familierecht) en Boek 2 (Rechtspersonen), die respectievelijk op 1 januari 1970 en 26 juli 1976 geldend recht werden. De totstandkoming van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, waarin ook de stof van het Wetboek van Koophandel is opgenomen, is een werk van zeer lange adem geweest en heeft generaties van ontwerpers, rechtsgeleerden en soms ook Kamerleden in de ban gehouden. In dit artikel wil ik ingaan op een aantal aardige en minder aardige aspecten van het ontstaan en de ontwikkeling van dit grote werk. Daarbij zal ik tevens aandacht schenken aan de betekenis van dit hercodificatieproject voor de rechtsontwikkeling in het privaatrecht.

Verdieping | Studentartikel
december 1991
AA19911078

Het nieuwe huurrecht: afbraak of een goede fundering?

S.R. Damminga, B. Degelink

Auteurs gaan in op de belangrijkste wijzigingen in het huurrecht wat betreft de verhuur van woonruimte naar aanleiding van wetsvoorstel 26 089. In titel 7.4 BW wordt veel van het bestaande huurrecht ge(her)codificeerd, maar belangrijke wijzigingen betreffen de gebrekenregeling, veranderingen en toevoegingen door de huurder, dringende werkzaamheden en renovatie. Auteurs geven een overzicht van de parlementaire geschiedenis en het commentaar op het wetsvoorstel uit praktijk en wetenschap.

Annotaties en wetgeving | Wetsvoorstellen
oktober 2002
AA20020752

Het zeerecht is het oudste recht

Interview met prof.mr. H. Schadee

H.J. van Kooten, I. Reuder

De Schadee's zijn sinds 1724 werkzaam geweest als advocaten, notarissen en dispacheurs in Rotterdam. Na een jaar klassieke talen en rechten te hebben gestudeerd in Genève, heeft Henri Schadee (1910) zijn rechtenstudie in Leiden afgerond om vervolgens praktijkervaring op te doen in Engeland en Duitsland. In 1936 wordt Schadee beëdigd als advocaat en procureur te Rotterdam. Ruim 10 jaar later wordt hij lid van de Subcommissie Handelsrecht van de Staatscommissie inzake de herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving. Hij zal zijn wetgevende activiteiten ook op internationaal niveau ontplooien. Zo was hij betrokken bij de totstandkoming van onder andere de York-Antwerp Rules (1950) en bij de werkzaamheden van het Comité Maritime International (CMI). Schadee's bekendste wetgevingsprodukt echter is het achtste boek van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, 'Verkeersmiddelen en vervoer'. Geadviseerd door uit praktijkmensen samengestelde commissies die hij de 'Zwoegers' of de 'Mandarijnen' noemde, kon hij in 1972 het eerste stuk van Boek 8 (over zee- en binnenvaartrecht) aan de minister aanbieden. Het tweede stuk (over wegvervoer) volgde in 1976. Hij heeft het ontwerp zelf als regeringscommissaris in het parlement verdedigd. In 1963 werd Schadee benoemd tot buitengewoon hoogleraar vergelijkend zeerecht in Leiden. Bij het bereiken van de zeventigjarige leeftijd nam hij afscheid. Van 1967 tot 1975 heeft hij tevens een leeropdracht vervoersrecht vervuld aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, de huidige Erasmus Universiteit. In aanwezigheid van Schadee's opvolger in Leiden, prof.mr. R.E. Japikse, spraken wij met hem over het zeerecht, het belang van vervoersrechtelijke verdragen, het Romeinse recht en natuurlijk over zijn geesteskind, Boek 8 BW.

Bijzonder nummer | Vervoersrecht
mei 1993
AA19930339

Hoe arresten wetten worden en hoe wetten arresten dwarsbomen

De invloed van het Europese Hof van Justitie op de wetgevingsprocessen van de Europese Gemeenschap

T. Nowak

In dit artikel wordt het proefschrift van T. Nowak beschreven waarin hij de onderlinge invloed van rechtspraak van Europese Hof van Justitie en de EG-wetgeving onderzoekt.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
december 2007
AA20070996

Juristen bij de Rijksoverheid: de pioniers van het recht

M. Cupido, P.M. Schuyt

De Rijksoverheid is relatief onbekend als werkgever voor juristen. In deze perspectiefbijdrage identificeren de auteurs drie kenmerkende eigenschappen van het juridisch werk bij de Rijksoverheid. Het werk is creatief en interdisciplinair van aard en is gericht op de publieke zaak. De auteurs houden een pleidooi voor werken bij het Rijk – een arbeidsmarktperspectief voor de huidige en toekomstige juristen – dat minstens zo interessant en uitdagend kan zijn als de bij studenten veel bekendere klassieke togaberoepen.

Perspectief | Perspectiefartikel
januari 2023
AA20230068

Kan de rechter het tot stand brengen van wetgeving verbieden of gebieden?

Rechtsvraag (311) staatsrecht

D.E. Bunschoten

In deze rechtsvraag komt de totstandkoming van wetgeving aan de orde en de mogelijk rol van de rechter daarin.

Perspectief | Rechtsvraag
november 2003
AA20030901

maart 1993

Katern 46: Bestuursrecht

R.L. Vucsán

december 1999

Katern 73: Straf(proces)recht

P.J. Baauw

december 2003

Katern 89: Rechtsgeschiedenis

C.J.H. Jansen

Resultaat 25–36 van de 59 resultaten wordt getoond