Resultaat 1–12 van de 13 resultaten wordt getoond

‘(On)eerlijk duurt het langst’ of hoe het Burgerlijk Wetboek een gelegenheid tot (kunst)diefstal schept

R. Huyten, A. Piëtte

De regeling van de verkrijgende verjaring in het Burgerlijk Wetboek brengt mee dat na verloop van twintig jaar een dief van kunstvoorwerpen civielrechtelijk niets meer te duchten heeft. Hij is zelfs eigenaar geworden. Er bestaat echter de mogelijkheid dat hij door het Openbaar Ministerie (strafrechtelijk) vervolgd zou kunnen worden wegens heling indien hij het gestolen goed alsnog probeert te verkopen. Daarnaast bestaan in het strafrecht verschillende mogelijkheden om het gestolen voorwerp aan het bezit van de dief-heler en/of koper-heler te onttrekken. Het strafrecht disharmonieert op dit punt met het privaatrecht. Deze discrepantie tussen strafrecht en privaatrecht zal in het onderstaande stuk nader onderzocht worden.

Verdieping | Studentartikel
Juni 1995
AA19950454

‘Klooster in een landschap’: over een geroofd schilderij en het IPR

P. Vlas

Hoge Raad 8 mei 1998, nr. 16546, ECLI:NL:HR:1998:ZC2644, RvdW 1998, 103 C (Land Sachsen, Jan van der Heyden). Ook bekend als Klooster in een landschap. Annotatie bij arrest van de Hoge Raad waarbij de volgende rechtsvraag speelt: Door welk recht wordt de verjaring van de vordering tot revindicatie van een roerende zaak beheerst?

Annotaties en wetgeving | Annotatie
November 1998
AA19980888

Beantwoording rechtsvraag (211) Romeins recht

J.H.A. Lokin

Beantwoording van een rechtsvraag op het gebied van het Romeins recht waarbij natrekking, de actie uit diefstal/ onrechtmatige daad, revindicatie en de van toepassing zijn de verweren behandeld.

Perspectief | Rechtsvraag
Mei 1992
AA19920294

Beantwoording rechtsvraag (255) Overdracht van roerende zaken

P. Rodenburg

Beantwoording van een rechtsvraag op het gebied van het goederenrecht waarbij ook een Europese dimensie meespeelt.

Perspectief | Rechtsvraag
Januari 1997
AA19970055

De ratio van de lemming

M. Haentjens

Post thumbnail

Heeft u zich wel eens afgevraagd hoe u uw positieve saldo juridisch moet duiden? Die vraag blijkt gemakkelijker gesteld dan beantwoord. Matthias Haentjens helpt de lezer deze vraag te beantwoorden.

Opinie | Amuse
Mei 2017
AA20170362

Een nieuwe ‘in rem’ procedure? Balanceren op de grens van straf- en privaatrecht

J. Broekhuizen, I. Schmohl

Op 2 mei 1994 werd het wetsvoorstel 23 704 Regelen inzake de confiscatie van met criminaliteit in verband staand vermogen (Wet Confiscatie Crimineel Vermogen) bij de Tweede Kamer ingediend. In dit artikel bespreken wij de inhoud van dit wetsvoorstel en leveren kritiek. In hoofdstuk 1 wordt eerst de voorgeschiedenis weergegeven. Het wetsvoorstel zal in hoofdstuk 2 besproken worden, waarbij wij de indeling van de wet zullen volgen. In hoofdstuk 3 volgen enkele slotbeschouwingen.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
Juni 1995
AA19950484

Juni 1991

Katern 39: Burgerlijk recht

M.E. Franke, B.E. Reinhartz, J.M. Smits

Kopie Deel Drie

J.H. Nieuwenhuis

Hoge Raad 4 april 1986, nr. 12605, ECLI:NL:HR:1986:AB9446, RvdW 1986 (Apon/Bisterbosch)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 1986
AA19860790

Mein Kampf en de condictio ob turpem causam

J.E. Jansen

Jelle Jansen onderzoekt in deze column de (on)mogelijkheden tot revindicatie na een verboden prestatie.

Opinie | Column
November 2014
AA20140824

Rechtsvraag (246) Burgerlijk recht

De verdwenen hertog van Alcantara

J.B. Huizink

Rechtsvraag op een breed gebied van het vermogensrecht waarbij onder meer vragen van huwelijksgoederenrecht, gemeenschap, (schat)vinding, eigendom en revindicatie.

Perspectief | Rechtsvraag
September 1995
AA19950729

Rechtsvraag (255) Overdracht van roerende zaken

P. Rodenburg

In deze rechtsvraag wordt ingegaan op de overdracht van onroerende zaken in het kader van kunstroof. In de rechtsvraag wordt de nadruk gelegd op de Europese regelgeving die in het burgerlijk wetboek wordt geïmplementeerd inzake cultuur goederen.

Perspectief | Rechtsvraag
September 1996
AA19960599

Revindicatie van data in de cloud

E.F. Verheul

Post thumbnail

Databestanden worden in toenemende mate opgeslagen in de cloud. Daardoor ontstaat een scheiding tussen feitelijke macht over het databestand en belang bij het desbetreffende bestand. In een zodanig geval rijst de vraag wat voor aanspraken degene heeft die het bestand heeft opgeslagen in de cloud, in het bijzonder in het faillissement van de cloudaanbieder. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het mogelijk is om databestanden op te vorderen in faillissement en welke rol daarbij is weggelegd voor het goederenrecht.

Bijzonder nummer | De eigendom voorbij
Juli 2018
AA20180578

Resultaat 1–12 van de 13 resultaten wordt getoond