Maandbladartikel

Kommentaar op de reaktie op: enige van de vele misverstanden inzake het in opspraak gebrachte art. 1639w BW

Petri

Hetgeen door Funke is geschreven (zie AA 30 (1981) 6, p. 286) wekt de indruk, dat er ‘misverstanden’ zouden voorkomen in mijn artikel (zie AA 30 (1981) 4, p. 164). Die indruk wil ik graag weg nemen. Er staat één misverstand in, niet meer.

Opinie | Reactie/nawoord
juli 1981
AA19810342

Koninginnedag 1981

Ch. Haffmans, C.F. Rüter

Kantonrechter Breda 9 februari 1983 (mr. Linthorst); Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 april 1983 (mrs. Govaerts, Van Hasselt, Bonneur) Aanhouding zonder rechtsgrond? Overschrijding van de zes-uur-termijn (art. 61 Sv).

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 1983
AA19830673

Koninklijk tehuis voor oud-militairen ‘Bronbeek’

E.M.H. Hirsch Ballin

Afdeling rechtspraak Raad van State (ARRvS) 26 januari 1984, ECLI:NL:RVS:1984:AM7598, AB 1984, 384 m.nt. P.J. Boon, Gemeentestem nr. 6763 (6) m.nt. J.M. Kan (mrs. Kapteyn, Van der Does, Van der Hoeven). Ook bekend als KB Bronbeek.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1985
AA19850633

Koninklijke Nijverdal ten Cate NV-Mr. Wilderink q.q.

S.C.J.J. Kortmann

Hoge Raad 18 februari 1994, nr. 15263, ECLI:NL:HR:1994:ZC1270, NJ 1994, 462, nt. WMK (Koninklijke Nijverdal ten Cate NV/Mr. Wilderink q.q.) In dit arrest van de Hoge Raad en de daarbij behorende noot staat het recht centraal zoals dat nog gold voor de invoering van het NBW in 1992. De rechtsvraag is of een tot zekerheid overgedragen goed accessoir is met de vordering waar deze zekerheid voor biedt. De Hoge Raad overweegt in lijn met eerdere rechtspraak dat dat niet het geval is. Kortmann verduidelijkt in zijn noot de zekerheidsoverdracht en typeert deze als een eigendomsoverdracht onder ontbindende voorwaarde van algehele voldoening.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1994
AA19940745

Koop op afbetaling en artikel 1:88 lid 1 sub d BW

F. Jaspers, C. Rijckenberg

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op een aandelenleaseovereenkomst en in hoeverre het sluiten hiervan onder het toestemmingsrecht van van de echtgenoot valt.

Opinie | Redactioneel
maart 2005
AA20050119

Koop van onroerend goed

G. van der Ben, A.A. Creutzberg

Meesters-column. Bij verkrijging van onroerend goed kan men twee fases onderscheiden: de obligatoire en de zakelijke.

Opinie | Column
juni 1985
AA19850321

Koopovereenkomsten via internet

M. Bourquin

Opinie | Opiniërend artikel
december 1999
AA19990904

Kopie Deel Drie

J.H. Nieuwenhuis

Hoge Raad 4 april 1986, nr. 12605, ECLI:NL:HR:1986:AB9446, RvdW 1986 (Apon/Bisterbosch)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 1986
AA19860790

Kopstukken

E.H. Hondius

Studenten zouden meer geconfronteerd moeten worden met tegendraadse meningen, ze krijgen alleen de mening van hun faculteit onder ogen en dat is te beknopt, want De Juiste Visie bestaat niet.

Opinie | Column
juni 2006
AA20060409

Kort Amerikaans

J.A.K. van den Berg, M. Zwiers

Dit redactioneel behandelt de houding van de Amerikanen ten opzichte van het Permanente Internationaal Strafhof, waarbij de Amerikanen vooral aandragen problemen te hebben met het feit dat hun eigen militairen kunnen worden bestraft.

Opinie | Redactioneel
maart 2002
AA20020123

Kort Amerikaans

E.H. Hondius

Amerikaanse scripties en andere publicaties hebben een groot voordeel vergeleken met Nederlandse scripties. Benieuwd wat dat is? In deze column legt Ewoud Hondius het uit.

Opinie | Column
september 2020
AA20200765

Kort Amerikaans in het vennootschapsrecht

Corporate Governance in de VS en Nederland

H.J. de Kluiver

Ontwikkelingen in het Anglo-Amerikaanse ondernemingsrecht zijn de afgelopen twee decennia sterk beïnvloed door discussies over ‘Corporate Governance’, ofwel, in het Nederlands, ‘ondernemingsbestuur’. Welke regels bevorderen een zo optimaal mogelijk bestuur van de onderneming? En wat is in dat licht de juiste verhouding tussen bevoegdheden van aandeelhouders, bestuurders en toezichthouders (zoals commissarissen)? En hoe moet vanuit dat perspectief worden geoordeeld over overnames? Dat zijn vragen die, in aansluiting op een schets van de structuur van het Amerikaanse vennootschaps- en effectenrecht, hierna aan de orde komen. Daarbij zal blijken dat juist met betrekking tot dergelijke vragen het rechtseconomisch denken (Law & Economics), althans buiten Nederland, sterk in opmars is.

Bijzonder nummer | Anglo-Amerikaans recht
mei 1998
AA19980407