Resultaat 3565–3576 van de 7274 resultaten wordt getoond
I. Visser
Sinds de wereldwijde financiële crisis (2008-2013) is er meer aandacht voor de bescherming van de woningeigenaar tegen executieverkopen door de hypotheekhouder. Met een rechtsvergelijkend onderzoek heb ik gekeken tot welke veranderingen deze toegenomen aandacht leidde. Hier deel ik enkele uitkomsten, die laten zien dat het streven naar meer bescherming een goede gedachte is, maar dat de uitvoering nog niet zo eenvoudig is en ongewenste neveneffecten kent.
Verdieping | Verdiepend artikeloktober 2025AA20250687
G.R. Rutgers
Hoge Raad 24 maart 1995, nr. 8573, ECLI:NL:HR:1995:ZC1683, RvdW 1995, 71 (Saueressig GmbH & Co (Duitsland)/Forbo Krommenie BV) In dit arrest van de Hoge Raad en de daarbij behorende noot wordt ingegaan op het voorlopig getuigenverhoor en de verhouding daarmee met de EEX-verordening.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 1996AA19960189
P. van den Biesen
Meesters-columnapril 1980AA19800233
E. Koops
Egbert Koops promoveerde op 15 april 2010 aan de Universiteit Leiden op het proefschrift Vormen van subsidiariteit. Promotor was prof. mr. W.J. Zwalve. In deze bijdrage zet hij zijn bevindingen uiteen.
Literatuur | Proefschriftbijdrageseptember 2011AA20110669
E.M. Witjens
In dit artikel wordt ingegaan op de werkzaamheden en bevindingen van het onderzoeksproject strafvordering 2001 over een nieuwe vorm van hoger beroep. Ook wordt er ingegaan op hoger beroep in het bestuursrecht.
Verdieping | Studentartikeloktober 2003AA20030730
W.C.L. van der Grinten
Hoge Raad 3 oktober 1980 (mrs. Ras. Snijders, Royer, Martens, De Groot), ECLI:NL:HR:1980:AB8508, R.v.d.W. 108. Karakter van de eigendom tot zekerheid van roerende lichamelijke zaken. Welk gevolg heeft het te niet gaan van de vordering waarvoor de zekerheid is gegeven.
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 1981AA19810083
M.J.W. Timmer
Het voorzorgsbeginsel wordt de laatste jaren steeds vaker buiten het milieurecht toegepast, met name in supranationale context. Het is daarmee tijd voor de wetgever om het beginsel serieus onder de loep te nemen als nieuw algemeen beginsel van behoorlijk bestuur.
Overig | Ars Aequi-prijswinnaar | Verdieping | Studentartikelseptember 2014AA20140601
J.S. Nan
Hoge Raad 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:375 Op het moment dat het redelijke vermoeden rijst dat de op vordering van de officier van justitie door de aanbieder van een communicatiedienst verstrekte gegevens (mede) geprivilegieerde gegevens betreft, moet de rechter-commissaris worden ingeschakeld.
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2024AA20240775
K.J.M. Mortelmans
Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 4 december 1986, 205/84, ECLI:EU:C:1986:463 (Commissie van de Europese Gemeenschappen t. Bondsrepubliek Duitsland)
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 1987AA19870725
P.C.G. Overeem
Teneinde te komen tot een volledig vrij verkeer van personen zijn er door de Europese Gemeenschap diverse regelingen opgesteld, waardoor EEG-onderdanen een bevoorrechte positie innemen t.o.v. ‘gewone’ buitenlanders. In hoeverre voorzien deze regelingen echter in rechten voor werklozen en anderen zonder arbeidsinkomen? Een nieuw ontwerp-richtlijn tracht de verblijfsrechten van deze uit te breiden. Een tweede vraag is of deze verblijfsrechten behouden blijven als men in een andere lidstaat werkloos wordt? Vervolgens is het van belang of werklozen hun eventuele sociale zekerheidsuitkering, m.n. een werkloosheidsuitkering, mee kunnen nemen wanneer zij zich naar een andere lidstaat begeven. Tenslotte dient zich de vraag aan of EEG-onderdanen in een andere lidstaat recht kunnen doen gelden op een werkloosheids- of bijstandsuitkering.
juni 1982AA19820267
In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen het vrij verkeer van personen (werknemers) en de culturele identiteit van een lidstaat. Meer concreet behandelt het HvJEG de vraag of talenkennis een vereiste kan zijn om arbeid in loondienst te verrichten en een voorwaarde om een vaste aanstelling te verkrijgen. In de noot wordt hier dieper op ingegaan.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemei 1990AA19900301
L.M.W. Peters
Euthanasie betekent vrij vertaald uit het oud-Grieks ‘goede dood’, maar de invulling van het goede blijft een terugkerende discussie. Het wettelijke vertrekpunt inzake vrijwillige levensbeëindiging is sinds 1886 helder in Nederland: levensbeëindiging op verzoek (euthanasie) en hulp bij zelfdoding zijn strafbaar. Alleen ten aanzien van artsen wordt een uitzondering gemaakt, mits zij handelen conform een zorg- en meldplicht. Voorstanders van een autonoom levenseinde – dat wil zeggen: zelf bepalen dát en hóe je uit het leven wilt stappen – vinden deze benadering echter te beperkt en agenderen daarom een ruimer euthanasiebeleid. De Coöperatie Laatste Wil (CLW) fungeert in dat kader als pleitbezorger. In deze bijdrage worden de uitgangspunten van het huidige en voorgestelde nieuwe euthanasiebeleid onderzocht, alvorens de strafbaarheid van de activiteiten van CLW aan de orde komt.
Verdieping | Verdiepend artikeljuni 2025AA20250437