Maandbladartikel

De waarde van de annotatie

Inleiding

, M.T. Beumers, R. de Graaff

Post thumbnail

De annotatie lijkt tegenwoordig minder hoog te worden aangeslagen dan voorheen. Zo zien verschillende faculteiten de noot nog slechts als ‘vakpublicatie’. De bewijslast dat de noot toch ‘wetenschappelijk’ is, ligt bij de auteur. Dat dwingt ons na te denken over een vraag die voorheen altijd evident leek: wat is eigenlijk de waarde van de annotatie? Het stellen van deze vraag leidt vervolgens onvermijdelijk tot verdere discussie. Is de hedendaagse annotatie niet te veel verworden tot een korte en weinig kritische samenvatting? Hoe ziet de ideale annotatie er dan wél uit? Wat mag van een annotator worden verwacht en wat niet? In deze reeks, gebaseerd op een viertal lezingen naar aanleiding van de 300e NJ-annotatie van professor Henk Snijders, komen al deze vragen aan bod.

Perspectief | Reeks ´De waarde van de annotatie´
december 2016
AA20160983

De waardering van het ondernemingsvermogen bij de start van de onderneming

J.W. Zwemmer

Hoge Raad 21 november 1990, nr. 26.197, ECLI:NL:HR:1990:ZC4447 Uitspraak van de Hoge Raad over de commerciële activiteiten van een stichting waarbij de Hoge Raad ten aanzien van de waardering voor de vennootschapsbelasting de volgende regel voorschrijft: Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat een stichting die een onderneming gaat drijven en als gevolg daarvan belastingplichtig wordt voor de vennootschapsbelasting, de op dat moment aanwezige goodwill niet in de openingsbalans kan activeren en de bij het einde van de onderneming aanwezige goodwill evenmin in de eindbalans behoeft op te nemen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1991
AA19910334

De WABM en de WVO: koudwatervrees voor verdere integratie

Q. de Gooijer

Vergunningen zijn een belangrijk instrument om het milieurecht te handhaven. De handhaving wordt echter bemoeilijkt doordat er vele verschillende milieuvergunningen naast elkaar bestaan. Het afgeven van die vergunningen geschiedt door verschillende overheden, waartussen de samenwerking niet altijd optimaal is. De handhaving zou verbeterd kunnen worden door al deze vergunningen in een vergunning samen te voegen en de uitvoering bij één uitvoeringsorgaan te leggen. Ook het aanvragen van zo een vergunning zou dan sneller en eenvoudiger kunnen. Het integreren van bestaande vergunningsstelsels blijkt echter een moeilijke operatie, in het bijzonder wanneer het vergunningen uit twee verschillende beleidsterreinen betreft. In dit artikel wordt ingegaan op de integratie van een watervergunning en een milieuvergunning.

Overig | Rode draad | Milieurecht
september 1990
AA19900511

De Wereldconferentie op het gebied van de rechten van de mens van Wenen 1993

P. van Weerelt

Artikel over de Wereldconferentie Mensenrechten in 1993 in Wenen. In het artikel worden drie onderwerpen behandeld die op de conferentie aan de orde kwamen te weten: universaliteit, de relatie mensenrechten, democratie en ontwikkeling en de mogelijke instelling van een Hoge Commissaris voor de Mensenrechten.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 1994
AA19940018

De werking en wenselijkheid van het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst

A.J. Tekstra

Artikel 1637x BW geeft een regeling voor een tussen een werkgever en werknemer af te sluiten concurrentiebeding. Met dit beding wil de werkgever voorkomen dat de werknemer hem, na het einde van de arbeidsovereenkomst, gaat beconcurreren. Genoemd wetsartikel dient ertoe de werknemer te beschermen tegen een beding dat hem te veel in zijn (arbeids)vrijheid beperkt. De wetgever is echter met deze bescherming niet zo ver gegaan dat hij het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst heeft verboden. Hieruit valt af te leiden dat door de wetgever ook rekening is gehouden met de belangen van de werkgever. In dit artikel komt allereerst de werking van artikel 1637x BW aan bod. Daarna zal worden ingegaan op de vraag of de door dit artikel gegeven regeling gehandhaafd dient te blijven.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
februari 1987
AA19870063

De werking van het nemo tenetur-beginsel in het Nederlandse strafrecht

A. Meijer

Het nemo tenetur-beginsel is een van de rechtsbeginselen waarvan onzeker is welke reikwijdte het heeft. Het beginsel houdt in dat niemand gedwongen mag worden aan zijn eigen veroordeling mee te werken. In dit artikel wordt de positivering van dit beginsel afgezet tegen enkele (bestaande en dreigende) inbreuken. De tot nu toe gangbare definiëring/omlijning van het beginsel kan volgens de schrijfster geen stand houden.

Bijzonder nummer | Rechtsbeginselen
oktober 1991
AA19910890

De werkloze uitzendkracht

G.J.J. Heerma van Voss

Centrale Raad van Beroep (CRvB) 2 februari 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT0706, USZ 2005/147, nr. 03/859 WW, m.nt. G.C. Boot Wanneer een CAO niet rechtstreeks geldt, maar via de arbeidsovereenkomst wel van toepassing is verklaard, geldt dan ook de driekwart dwingend recht regeling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2005
AA20051047

De wet als winterdijk

M.J. Trappenburg

In dit artikel geeft de auteur haar visie op de relatie tussen recht, ethiek en wetgeving. Zij pleit voor wetgeving die functioneert als een winterdijk. Dit betekent dat de praktijk zichzelf reguleert. Pas als excessen optreden, dient er wetgeving te zijn die excessen voorkomt of indamt. Zij treedt onder meer in discussie met Wibren van der Burg, die eerder in deze Rode draad publiceerde over de verhouding recht, ethiek en wetgeving.

Overig | Rode draad | Recht en ethiek | Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 1998
AA19980802

De Wet arbeid buitenlandse werknemers

J. Nicaise

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
maart 1980
AA19800177

De Wet arbeid buitenlandse werknemers (vervolg)

J. Nicaise

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
april 1980
AA19800245

De Wet auteurscontractenrecht

A.G.I. Terhorst

Op 1 juli 2015 trad de Wet auteurscontractenrecht in werking. De wet beoogt de contractuele positie van de maker ten opzichte van de exploitant van zijn werken te verbeteren. Dit krijgt vorm door een nieuw hoofdstuk in de Auteurswet over exploitatieovereenkomsten en door de herziening van de twee voor het auteurscontractenrecht relevante bepalingen van de Auteurswet (art. 2 Aw en art. 45d Aw). De maker heeft nu expliciet recht op een billijke vergoeding voor het verlenen van exploitatiebevoegdheden, kan beroep doen op een bestsellerbepaling en kan het auteursrecht herkrijgen als de exploitant nalaat te exploiteren (de non-ususbepaling). Dit artikel gaat in op de wijzigingen van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
april 2016
AA20160293

De Wet bescherming erfgenamen tegen schulden

J.M.I. Vink

Op 1 september 2016 is de Wet bescherming erfgenamen tegen schulden in werking getreden. Deze wet bevat een tweetal wijzigingen in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek waardoor het privévermogen van erfgenamen beter wordt beschermd tegen eventuele schulden van de erflater. De eerste wijziging is een verduidelijking en daarmee tevens een beperking van het aantal gedragingen dat leidt tot het zuiver aanvaarden van een nalatenschap met als gevolg dat erfgenamen met hun eigen vermogen aansprakelijk worden voor de schulden van de nalatenschap. Daarnaast is een uitzonderingsclausule opgenomen voor erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard en vervolgens worden geconfronteerd met een onverwachte schuld van de erflater. Erfgenamen kunnen dan een beroep doen op de uitzonderingsclausule, zodat zij niet langer met hun eigen vermogen hoeven in te staan voor deze schuld. In dit artikel wordt nader ingegaan op deze twee wijzigingen in het erfrecht.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
november 2016
AA20160882