Resultaat 10957–10968 van de 12970 resultaten wordt getoond
R.A. Kok
Dit proefschrift behandelt het al dan niet onverjaarbaar zijn van de ernstigste internationale misdrijven.
Literatuur | Proefschriftbijdragejuli 2007AA20070615
M.K. Jungschleger
Is het niet het recht van het kind, als gekozen wordt voor het voldragen van de zwangerschap, om prenataal beschermd te worden? En biedt de nationale en internationale wetgeving niet de mogelijkheid, misschien zelfs wel de plicht, kinderen prenataal te beschermen? De huidige opinie: het ongeboren kind heeft geen rechten, met als gevolg de onmogelijkheid van bescherming van het ongeboren kind tegen vermijdbare schade door doen en nalaten van de aanstaande moeder, dient te worden herzien.
Verdieping | Verdiepend artikelmei 2002AA20020339
N. Skylakakis
Dit artikel beoogt enkele aspecten van hedendaagse internationale monetaire regelingen onder de loep te nemen, in het licht van de complexe en ernstige problemen waar de niet-olieproducerende ontwikkelingslanden zich momenteel voor geplaatst zien.
juli 1982AA19820370
A.G. Bosch
De ontwikkeling van het materiële strafrecht en het strafrechtproces wordt geschetst tegen de achtergrond van twee eeuwen geschiedenis van Nederland.
9789069167558 - 11-08-2011
N.L. Holvast, W.J. Kortleven
Hoe ontwikkelen carrière-oriëntaties van rechtenstudenten zich tijdens de studie en hoe verhouden zij zich tot de morele en maatschappelijke dimensies van het recht? Streven zij naar maatschappelijke relevantie of sorteren zij voor op het dienen van private belangen? In Angelsaksische landen is best wat onderzoek gedaan naar dit onderwerp, in Nederland nauwelijks. Op basis van longitudinaal empirisch onderzoek onder bachelorstudenten in Rotterdam (110 interviews) plus interviews met docenten wrikken wij deze ‘black box’ een stukje open.
Perspectief | Perspectiefartikeljuni 2024AA20240578
C. Philips
Is de Nederlandse regelgeving ter zake van de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (art.36e Sr)strijdig met de onschuldpresumptie van artikel 6 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM),wanneer niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de betrokkene het strafbaar feit ter zake waarvan de vordering is ingesteld heeft gepleegd,en evenmin kan worden vastgesteld dat hij vermogensbestanddelen bezit waarvan hij de herkomst niet kan verklaren? Op 1 maart 2007 deed het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)een opmerkelijke uitspraak in de zaak Geerings versus Nederland, waarin geconcludeerd werd dat de in die zaak op artikel 36e lid 2 Sr gebaseerde ontnemingsmaatregel onverenigbaar is met artikel 6 lid 2 EVRM. Vegl: EHRM 1 maart 2007, LJN: BA1112
Verdieping | Verdiepend artikeljuli 2007AA20070583
C.E. Smith
Volgens de theorie van de multiple discoveries worden wetenschappelijke ontdekkingen vaak vrijwel gelijktijdig gedaan door verschillende wetenschappers, zij ‘hangen in de lucht’. Het had niet veel gescheeld of Russel Wallace en Poincaré waren wereldberoemd geweest, en niet Darwin en Einstein. Ook in de rechtsfilosofie komt het verschijnsel van de multiple discoveries voor. Carel Smith schrijft hierover in zijn amuse.
Opinie | Amusejuni 2014AA20140414
T. Hartlief
In dit artikel wordt het proefschrift van mr. T. Hartlief door hemzelf besproken. Het proefschrift heeft als onderwerp 'de ontbinding wegens wanprestatie'. Hartlief bepleit in zijn proefschrift een wijziging van de ontbindingsregeling.
Literatuur | Proefschriftbijdrageoktober 1994AA19940697
R.J.B. Schutgens
Annotaties en wetgeving | Annotatiejanuari 2018AA20180059
J. Riphagen
Hoge Raad 6 maart 1992, nr. 7900, ECLI:NL:HR:1992:ZC0535, NJ 1992, 509 In dit arrest van de hoge Raad en de daarbij behorende noot komt aan de orde in hoeverre een ontbindende voorwaarde in een overeenkomst nietig is wegens strijd met het gesloten stelsel van het arbeidsovereenkomstenrecht. De Hoge Raad overweegt dat een ontbindende voorwaarde in een arbeidsovereenkomst niet per definitie nietig is maar dit van geval tot geval bekeken dient te worden. In de noot wordt dieper ingegaan op deze principiële uitspraak van de Hoge Raad.
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 1993AA19930828
K.J. de Graaf, A.T. Marseille
Centrale Raad van Beroep (CRvB) 7 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2399, AB 2019/66, m.nt. R. Stijnen, RSV 2018/234, m.nt. J.H. Ermers, USZ 2018/284, m.nt. H.W.M. Nacinovic
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2019AA20190672
S.C.J.J. Kortmann
Hoge Raad 6 juni 2003, nr. 36075, ECLI:NL:HR:2003:AD3578, JOR 2003, 222 In deze annotatie bij een arrest over de overdracht van een centrale-antenne-inrichting komen verschillende onderwerpen en problemen die spelen in het goederenrecht naar voren zoals het onderscheid tussen roerende en onroerende zaken, het eigendomsvraagstuk en de natrekkingsregel.
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 2003AA20030842