Shop

De reikwijdte van de plicht tot conforme interpretatie in het strafrecht tegen de achtergrond van de verhouding tussen de Europese en de nationale rechtsorde

J.G.H. Altena-Davidsen

Mag de nationale rechter weigeren een strafbepaling conform te interpreteren terwijl het Europese recht hem daartoe verplicht, indien conforme interpretatie volgens hem in strijd is met het legaliteitsbeginsel van artikel 1 Strafrecht? Deze vraag wordt bekeken vanuit verschillende constitutionele theorieën over de verhouding tussen het Europese en het nationale recht.

Bijzonder nummer | Zoeken naar hiërarchie | Overig
juli 2012
AA20120552

De regulering van de infrastructuur van het internet: de afnemende invloed van de staten

R.W. Rijgersberg, C.N.J. de Vey Mestdagh

Het internet heeft een communicatierevolutie teweeggebracht, en ook ingrijpende gevolgen gehad voor de van oudsher grote invloed van staten op de regulering van de publieke communicatie-infrastructuur. De invloed van staten op de infrastructurele inrichting van het internet blijkt aanzienlijk kleiner dan traditioneel het geval was ten aanzien van soortgelijke publieke infrastructuren. Dit artikel behandelt de technische kenmerken van het internet die hiervoor verantwoordelijk zijn en laat zien waarom de staat zich op het internet van traditionele monopolist op het gebied van de regulering van publieke communicatie-infrastructuren heeft ontwikkeld tot slechts een belangenbehartiger onder velen.

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080505

De Regeling van Rechtsmiddelen in de Vreemdelingenwet

I.F. Dam

In juli 1987 verscheen het Voorontwerp van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet. Hoewel dit Voorontwerp (nog) geen wetsvoorstel is (1988), is het toch een nadere bestudering waard. In onderstaand artikel wordt aan een deel van het Voorontwerp, namelijk voorzover het betrekking heeft op de rechtsmiddelen voor vreemdelingen, aandacht besteed. Nagegaan wordt of de voorgestelde regeling een verbetering vormt ten opzichte van de huidige.

Verdieping | Studentartikel
september 1988
AA19880503

De regeling van abortus in het verenigde Duitsland

T. Barkhuysen

In het verenigde Duitsland gelden nu twee verschillende abortusregelingen: de liberale DDR-regeling, die van toepassing blijft in de deelstaten die voor de vereniging de DDR vormden, en een veel minder liberale regeling in de 'Westduitse' deelstaten. Op grond van het Einigungsvertrag moet de Duitse wetgever aan deze situatie voor het einde van 1992 een einde maken en één abortusregeling voor het verenigde Duitsland ontwerpen. In dit artikel wordt eerst het grondwettelijk kader geschetst waarbinnen een dergelijke regeling moet passen. Daarna worden de (juridische) mogelijkheden onderzocht om de DDR-regeling als regeling voor heel Duitsland in te voeren en daarmee een van de laatste restanten van het DDR-recht in het verenigde Duitsland te behouden.

Verdieping | Studentartikel
januari 1992
AA19920014

De regeling inzake het betreden en doorzoeken van woningen en andere plaatsen verduidelijkt – versie 2.0

J.A.A.C. Claessen, D.L.F. de Vocht

Post thumbnail Deze bijdrage is een herwerkte en geactualiseerde versie van de bijdrage die in 2012 in Ars Aequi verscheen. In deze bijdrage wordt de strafvorderlijke regeling inzake het betreden en doorzoeken van plaatsen ter aanhouding dan wel ter inbeslagname besproken, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan het betreden en doorzoeken van woningen en de rol die de Algemene wet op het binnentreden daarbij speelt.

Perspectief | Perspectiefartikel
september 2020
AA20200820

De regeling inzake het betreden en doorzoeken van plaatsen en woningen verduidelijkt

J.A.A.C. Claessen, D.L.F. de Vocht

Post thumbnail Deze bijdrage bespreekt de strafvorderlijke regeling inzake het betreden en doorzoeken van plaatsen ter aanhouding of ter inbeslagname. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan het betreden en doorzoeken van woningen en de rol van de Algemene wet op het binnentreden hierbij.

Perspectief | Perspectiefartikel
april 2012
AA20120317

De reëele en de fictieve opzegtermijn – wie betaalt de loonschade?

J. Riphagen

Kantongerecht Zutphen 28 januari 1999, nr. 88141, JAR 1999/49 De werknemer heeft verzocht om ontbinding op een termijn gelijk aan de anders voor hem geldende opzegtermijn dan wel om een hogere vergoeding; zulks in verband met (het per 1 januari 1999 geldende) artikel 16, lid 3 WW, krachtens welk artikellid het recht op uitkering wordt opgeschort gedurende een fictieve opzegtermijn. Een ontbinding op een zo lange termijn als door de werknemer verzocht laat zich echter niet rijmen met het bepaalde in artikel 7:685 BW ingevolge welk artikel de arbeidsovereenkomst, zo de kantonrechter besluit tot ontbinding, dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Voor wat betreft de gevraagde hogere vergoeding moet gelden dat het buiten twijfel is dat de wetgever via het derde lid van artikel 16 WW een anticumulatieregeling in het leven heeft geroepen ten laste van de werknemer. Er is dan ook geen aanleiding tot het toekennen van een hogere vergoeding, te betalen door de werkgever, dan voor 1 januari 1999 gebruikelijk zou zijn geweest.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1999
AA19990828

De Reductio ad Hitlerum en de Wet van Godwin

H.T.M. Kloosterhuis

Deze maand schrijft Harm Kloosterhuis in zijn column 'Denkfouten en drogredenen in juridische argumentatie' over de reductio ad Hitlerum en de Wet van Godwin.

Opinie | Column
februari 2017
AA20170103

De redelijkheidstoets bij bedrijfseconomisch ontslag

C.L. van Middelkoop

Post thumbnail In dit artikel wordt de redelijkheidstoets die is neergelegd in art. 3:1 Ontslagbesluit behandeld in geval van bedrijfseconomisch ontslag. Deze norm is ene typisch voorbeeld van een open norm. De vraag die aan de orde komt, is of deze norm werkelijk zo open is als deze lijkt. Allereerst wordt het wettelijk kader dat van toepassing is in geval van bedrijfseconomisch redenen geschetst. Daarna wordt de invulling van deze wettelijke criteria besproken. Daarna wordt de conclusie getrokken of er sprake is van werkelijke open normen.

Verdieping | Studentartikel
oktober 2009
AA20090634

De redelijkheid in de strafrechtelijke causaliteit

J. de Hullu

Hoge Raad 25 juni 1996, nr. 102559, ECLI:NL:HR:1996:ZD0496 (Niet behandelde longinfectie) Er is strafrechtelijke causaliteit indien het redelijk is om het gevolg aan het handelen van de verdachte toe te rekenen. Het kan redelijk zijn de dood van een slachtoffer aan de verdachte toe te rekenen indien de verdachte door het toebrengen van buitengewoon ernstig letsel de omstandigheden in het leven heeft geroepen, die het slachtoffer ertoe hebben gebracht af te zien van noodzakelijke medische behandeling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 1997
AA19970049

De redelijkheid en billijkheid in het Europese privaatrecht

M.W. Hesselink

De redactie van Ars Aequi heeft mij gevraagd iets te vertellen over mijn dissertatie. Ik zal dit doen door uiteen te zetten hoe mijn promotie-onderzoek verlopen is en hoe ik tot mijn conclusies ben gekomen.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
september 1999
AA19990687

De Reclameraad – een verdwijnend curiosum?

R.E. Lunshof

Meesters-column

Opinie | Column
maart 1987
AA19870147