Resultaat 9877–9888 van de 12969 resultaten wordt getoond
A.J. Akkermans
Afdeling rechtspraak van de Raad van State (ARRvS) 6 augustus 1991 (mr. Blaauw wnd.), nr. S03.91.2465, AB 1992, nr. 52 (met nt. P.J. Boon) In deze uitspraak van de Afdeling rechtspraak Raad van State wordt ingegaan op het niet verlenen van een vergunning voor een bepaald gedeelte van een evangelisatiecampagne in Ede. De Afdeling overweegt dat daar er een grondrecht in het geding is, er zorgvuldig door het bestuursorgaan dient te worden afgewogen of het niet verlenen van de vergunning niet een al te zware belemmering van het uitoefenen van dit grondrecht is. De Afdeling oordeelt dat dit niet het geval is en dat het gevaar voor de openbare orde zwaarder weegt dan het uitoefenen van het voornoemde grondrecht. In de noot wordt ingegaan op het feit dat het grondrecht niet benoemd wordt en of er grondrechten zijn die voorgaan op andere grondrechten.
Annotaties en wetgeving | Annotatieoktober 1992AA19920610
E.M. Polak
Inhakend op een vraag van een Eerste-Kamerlid in het kader van de behandeling van de justitiebegroting 1981, wordt de wenselijkheid van het evalueren van wetten aan de orde gesteld. Enige ervaring op dit gebied is er al: de Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) is geëvalueerd en ten aanzien van de Wet Openbaarheid van Bestuur ( WOB) heeft de Evaluatiecommissie haar eerste interimrapport uitgebracht. Is zo'n evaluatie nu alleen zaligmakend of zijn er ook nog (goedkopere) alternatieven te bedenken? Dat zullen we in het onderstaande ‘evalueren’.
Witte stukkenmei 1981AA19810244
E. Blankenburg
In 1983 vierde de afdeling Rechtshulp aan de Juridische Faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam haar tienjarig bestaan. Rechtshulp VU heeft zich gespecialiseerd op een hulpaanbod, dat de diensten van de sociale advocatuur aanvult. Dat gebeurt in de eerste plaats door spreekuren te houden in buurthuizen in drie verschillende Amsterdamse buurten. Dat gebeurt daarnaast door de mogelijkheid te bieden telefonisch informatie in te winnen waarbij rechtzoekenden vrijblijvend (dat wil in feite zeggen: haast anoniem) advies kunnen inwinnen. Het adviesaanbod is vanaf het begin een compromis geweest tussen de hoge verwachtingen uit kringen van de sociale advocatuur en het leerdoel, dat de faculteit in het belang van haar studenten nastreeft.
oktober 1984AA19840548
G. Geudens
De goedkeuring van de Nederlandse euthanasiewet kon op ruime publieke belangstelling in binnen- en buitenland rekenen. Daarbij kregen vooral uitgesproken voor- en tegenstanders aandacht. Na een gepolariseerde discussie nadert ook in België een euthanasiewet de eindfase. Een beknopte schets van deze regeling kan een interessant perspectief bieden. Daarbij zal blijken dat ondanks de ruime publieke belangstelling in beide landen bepaalde maatschappelijke probleempunten ernstig te kort worden gedaan.
Opinie | Opiniërend artikelnovember 2001AA20010884
J.A.K. van den Berg, B. Degelink, J.B. Spath
In dit redactionele artikel wordt ingegaan op het wetsvoorstel rondom euthanasie. De verschillende criteria waaraan een uitvoering van het euthanasieverzoek moet voldoen komen aan bod.
Opinie | Redactioneelfebruari 2001AA20010063
C. Kelk
Hoge Raad 27 november 1984, nr. 77091, ECLI:NL:HR:1984:AC8615 (Euthanasie Alkmaar, Euthanasie I) Onvoldoende weerlegging van beroep op noodtoestand.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 1985AA19850330
H.R. Nieman
Een paar lepels vla met daarin vermengd dertig Veparax slaaptabletten en een glas Vermouth waren de middelen die mevrouw W. april 1981 verschafte aan een 67-jarige weduwe, die door het innemen van deze middelen het levenseinde bereikte dat ze zelf zo gewenst had. Zo maakte, aldus de rechtbank van Rotterdam in haar vonnis van 1 dec. 1981, verdachte W. zich schuldig aan overtreding van artikel 294 Wetboek van Strafrecht, het misdrijf ‘hulp bij zelfdoding’. Met dit vonnis is een belangrijk oordeel gegeven over de problematiek van de zelfdoding en de hulp daarbij. Bovendien hangt het nauw samen met een eerder vonnis in een euthanasiezaak (i.c. art. 293 Sr.) van 21 febr. 1973 ( Rb. Leeuwarden). Dit artikel beschrijft die samenhang en bekijkt in hoeverre iemand die art. 293 of 294 Sr. overtreedt nog strafbaar is.
oktober 1982AA19820563
A.C. Hendriks
Diverse personen wensen hun leven met behulp van een medisch deskundige eerder te (laten) beëindigen. In Nederland kan dat onder bepaalde voorwaarden. De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) biedt artsen duidelijkheid over wat hen in dergelijke situaties is toegestaan. Artsen hoeven bij naleving van de wettelijke zorgvuldigheidseisen niet te vrezen voor strafrechtelijke vervolging dankzij een bijzondere strafuitsluitingsgrond in het Wetboek van Strafrecht. Deze strafuitsluiting geldt volgens de wet alleen voor levensbeëindiging van personen van 12 jaar en ouder. Buiten de wet om bestaat er in uitzonderlijke situaties de mogelijkheid het leven van een pasgeborene (tot 1 jaar) te beëindigen. Is het inmiddels tijd om het leven van kinderen tussen de 1 en 12 jaar in voorkomende gevallen ook te kunnen beëindigen zonder dat de arts strafrechtelijk wordt vervolgd? Een analyse en een voorstel voor een antwoord op deze vraag.
Verdieping | Verdiepend artikelmaart 2024AA20240211
A. Kors
In dit artikel wordt ingegaan op twee wijzigingen van de Wet op de lijkbezorging en een daarmee samenhangend besluit. Op deze manier is er volgens de auteur op legislatief gebied een einde gekomen aan de Euthanasie-discussie.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingseptember 1994AA19940594
Dit artikel bevat een weergave van de nieuwe meldingsprocedure bij euthanasie, hulp bij zelfdoding en levensbeëindiging. Alvorens op de nieuwe regels in te gaan word eerst de oude procedure behandeld.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingmaart 1999AA19990159
E.M. Witjens
Aan de hand van een fictieve casus wordt besproken hoe EU orgaan wat functionele immuniteit bezit toch door de staat waar ze aanwezig is strafrechtelijk kan worden aangepakt.
Verdieping | Studentartikelapril 2005AA20050197
A.T.J.M. Jacobs
Het nationale sociale recht is een bonte mengeling van normen, vervat in de wet, lagere wetgeving, beleidsregels, cao's, reglementen, etcetera. Kan in dat veelkleurige patroon de Europese wetgeving moeiteloos geïntegreerd worden of levert dat problemen op?
Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmoniemei 1996AA19960355