Shop

Exclusieve en concurrerende belangenbehartigers: balanceren op glad ijs?

I. Tillema

Post thumbnail

Deze bijdrage gaat over concurrerende belangenbehartigers en de voorgestelde wettelijke regeling voor de benoeming van een exclusieve belangenbehartiger in een collectieve (schadevergoedings)actie. Twee mogelijke toekomstscenario’s vormen de aanleiding om het wetsvoorstel op dit punt kritisch te bezien.

Opinie | Opiniërend artikel
juni 2018
AA20180476

Exceptio plurium litis consortium

G.R. Rutgers

Hoge Raad 2 december 2005, nr. C04/263HR, ECLI:NL:HR:2005:AU5661, RvdW 2005, 135 (Rijpma/Groot, Lelieteler) De vraag die hier speelt is of een rechtsverhouding processueel ondeelbaar is indien, wanneer twee partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld door de rechtbank en er slechts een in beroep gaat, dit zou kunnen leiden tot een uitspraak waarbij degene die in beroep ging gelijk krijgt en degene die niet in beroep ging eigenlijk het hele bedrag zou moeten vergoeden, nu slechts een gedeelte van het bedrag hoeft te vergoeden, omdat dat nu eenmaal de in kracht van gewijsde gedane uitspraak van de rechtbank is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2006
AA20060292

Ex-samenwoners, uitleg van hun samenlevingsovereenkomst en vergoedingsrechten

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 22 september 2006, nr. C05/124HR, ECLI:NL:HR:2006:AX1571, LJN: AX1571, NJ 2006, 521 Geschil tussen voormalige levenspartners die een aantal jaren hebben samengewoond in een door de man gekochte en aan hem geleverde woning, waarbij de koopsom van (de blote eigendom van) de grond is voldaan uit het privévermogen van de vrouw, over de verdeling van de verkoopopbrengst van deze woning na beëindiging van hun samenwoning; uitleg van hun samenlevingsovereenkomst met inachtneming van het Haviltex-criterium; vergoedingsrecht wegens aanzienlijke waardevermeerdering van de woning als bedoeld in het arrest Kriek-Smit.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2007
AA20070058

Ex qua viri boni nominantur

A.A.M. Kinneging

In dit artikel wordt betoogd dat het vigerende rechtspositivisme niet moet worden gezien als een resultante van ons ontwaken uit idealistische sluimeringen, maar juist als uitwerking van onze vergetelheid met betrekking tot een intellectuele traditie die onmisbare inzichten in ethiek en recht bevat. Omdat de ‘proof of the pudding is in the eating’, beproeft de auteur zijn stelling aannemelijk te maken door nog eens zijn licht te laten schijnen over het traditionele begrip van ‘rechtvaardigheid’, i.e. de deugd ieder het zijne te geven.

Overig | Rode draad | Recht en ethiek | Verdieping | Verdiepend artikel
september 1998
AA19980750

Ex Aequo, net zo goed als Ars Aequi, maar je krijgt geld toe!

D.J.G. Visser

Post thumbnail Amusant artikel waarbij ingegaan wordt op de kracht van het juridische studentenblad Ars Aequi en het gebruik daarvan als merk. Daarbij wordt ingegaan op de inschrijfbaarheid van het merk 'Ars Aequi' en de bescherming van het merk. Hierbij komt veel jurisprudentie aan de orde.

Opinie | Amuse
oktober 2009
AA20090620

Evoluties in het internationaal strafrecht

G.A.M. Strijards

De auteur geeft een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van het internationale strafrecht. Er wordt gekeken naar de uitbreiding van de rechtshulp die de staten aan elkaar verlenen en de afstand van nationale soevereiniteit ten behoeve van interstatelijke soldidariteit. De auteur gaat ook apart in op projecten die lopen op het gebied van het internationaal strafrecht.

Overig | Rode draad | Materieel strafrecht in beweging
april 1994
AA19940207

Evenwichtig genoeg

Een reactie op ‘Het wetsvoorstel ter vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht’ van Jan Ekelmans

J.R. Sijmonsma

Ekelmans neemt in zijn opinie in het meinummer van dit blad vijf keuzes onder de loep die zijn gemaakt in het Wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Hij is van mening dat de keus waarop het inzagerecht is verwoord, in dit wetsvoorstel evenwichtiger kan worden gemaakt. Ik deel zijn mening op dit punt niet. Ik meen dat het vernieuwde inzagerecht mooi en evenwichtig is ingekaderd in het nieuwe bewijsrecht.

Opinie | Reactie/nawoord
oktober 2021
AA20210926

Evenwicht tussen het Europese beginsel van het vrije goederenverkeer en de nationale industriële eigendomsrechten

H. Cohen Jehoram

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 22 juni 1976, C-119/75, ECLI:EU:C:1976:94 (Terrapin (Overseas) Ltd. t. Terranova Industrie CA Kapferer & Co.)

november 1976
AA19760752

Evenredigheidsleer en beleggingsleer inzake verrekenbedingen

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 19 november 2010, nr. 09/02341, ECLI:NL:HR:2010:BN8027, LJN:BN8027

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2011
AA20110037

Evenementen in Stad aan Zee Rechtsvraag (343) bestuursrecht

Rechtsvraag (343) bestuursrecht

L.J.A. Damen

Stuur je antwoord op deze bestuursrechtelijke rechtsvraag in vóór 1 april 2014 en maak kans op € 50 en/of een keuze uit het Ars Aequi Libri-fonds. De beantwoording van de rechtsvraag zal worden geplaatst in het septembernummer 2014.

Perspectief | Rechtsvraag
februari 2014
AA20140155

Evenementen in Stad aan Zee

Beantwoording rechtsvraag (343) bestuursrecht

L.J.A. Damen

In deze bijdrage beantwoordt Leo Damen de bestuursrechtelijke rechtsvraag die hij stelde in het februarinummer 2014 van Ars Aequi (AA20140155)

Perspectief | Rechtsvraag
september 2014
AA20140672

Even Apeldoorn bellen

Overheidsaansprakelijkheid voor vernietigde beschikkingen

J.P. van den Berg

In het achter ons liggende decennium heeft de burgerlijke rechter de overheidsaansprakelijkheid voor schade ontstaan als gevolg van een vernietigde beschikking ontwikkeld, met als voorlopig sluitstuk het arrest Velsen/De Waard. In dit arrest besliste de Hoge Raad dat ten behoeve van de vernietiging in de administratieve procedure gemaakte kosten van rechtsbijstand via artikel 1401 BW voor vergoeding in aanmerking komen. Het arrest heeft inmiddels een stroom van reacties opgeleverd. J.P. van den Berg zet uiteen dat de uitspraak van de Hoge Raad een logische laatste stap was en geheel in de lijn der verwachtingen lag. Een geslaagde schadevergoedingsactie tegen de overheid op grond van artikel 1401 BW zal aan de vereisten van onrechtmatigheid, schuld, causaal verband en relativiteit moeten zijn voldaan. Deze vereisten worden afzonderlijk bespreken, waarbij zal blijken dat aan de onrechtmatigheid, schuld en relativiteit nauwelijks nog zelfstandige betekenis toekomt. De vraag welke schade voor vergoeding in aanmerking komt zal voor de burgerlijke rechter het zwaartepunt vormen bij de beoordeling van een vordering tot schadevergoeding. Om zich tegen de gevolgen van aansprakelijkheid te wapenen, is het voor overheidsorganen zaak zich te verzekeren tegen eventuele schadeclaims. Daarom wordt in deze bijdrage tevens ruime aandacht besteed aan de aansprakelijkheidsverzekering voor gemeenten.

Verdieping | Studentartikel
december 1990
AA19900921