Shop

Het strafrecht voorbij

M. Wladimiroff

Er wordt wel eens gezegd dat in oorlog en liefde alles geoorloofd zou zijn. Ethici onder ons zullen zich — afgezien van de vraag of liefde als een vorm van oorlogsvoering kan worden gezien — afvragen waarom in tijd van oorlog geoorloofd zou zijn wat in tijd van vrede ontoelaatbaar is. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van het internationale humanitaire recht als een middel tot beperking van ethisch onrecht besproken. In dit recht staat zowel de bescherming van het niet bij de strijd betrokken individu, als de individuele verantwoordelijkheid voor schendingen van dat recht, centraal. Het beoogt, ondanks of juist vanwege het met een gewapend conflict gepaard gaande onrecht, algemeen aanvaarde normen te handhaven. Aldus heeft zich een rechtssysteem ontwikkeld dat de universele geldigheid van humanitaire normen, als onaantastbaar rechtsgoed, geldend maakt. Het ideaal van universele gelding wordt echter beter gediend wanneer naast zwakke nationale handhaving ook effectieve internationale handhaving van deze humanitaire normen algemeen zou worden aanvaard.

Overig | Rode draad | Recht en ethiek | Verdieping | Verdiepend artikel
december 1998
AA19980942

Het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM)

I. Boerefijn

Beschrijving van de werkzaamheden van het in 1982 opgerichte Studie- en informatiecentrum Mensenrechten. Er wordt ingegaan op de langdurige projecten, zoals het in kaart brengen van alle rechtspraak op het gebied van de mensenrechten (Digest-project). Verder wordt de documentatie, kortlopende projecten en een nadere uitwerking van het Digest-project gegeven.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 1990
AA19900378

Het subsidiariteitsbeginsel in de Europese Grondwet: panacee of paard van Troje?

P. de Jonge

Het subsidiariteitsbeginsel zoals uitgewerkt zoals uitgewerkt in de in 2005 verworpen 'Europese Grondwet', zou bij aanvaarding hebben geleid tot de transformatie van de EU tot een federale superstaat.

Overig | Ars Aequi-prijswinnaar | Verdieping | Studentartikel
december 2006
AA20060857

Het systeem van het privaatrecht

R.M. Wibier

Post thumbnail Deze bijdrage gaat over de vraag of het privaatrecht een systeem vormt, of bestaat uit losse, onsamenhangende regels. En over wat dat betekent voor de wetenschap en de rechtspraktijk. En voor de vrijheid van de wetgever om van dat systeem af te wijken. Als voorbeeld wordt het ontwerp ‘Wet opheffing verpandingsverboden’ besproken.

Opinie | Opiniërend artikel
november 2020
AA20201042

Het systeem van het ruimtelijke ordeningsrecht (Digitaal boek)

J. Struiksma

Post thumbnail Bij de opbouw van dit boek is uitgegaan van een beschrijving van de ontwikkeling van het ruimtelijk ordeningsrecht. De tweede druk verschijnt op een moment waarop dit recht volop in beweging is. De gewijzigde WRO is per 3 april 2000 in werking getreden, er komen wijzigingen van de Woningwet aan, er is snelheidswetgeving in ontwikkeling […]

9789069163932 - 01-08-2000

Het Tallon-kriterium revisited

Th.A. de Roos

Hoge Raad 26 september 2000, nr. 00544/99, ECLI:NL:HR:2000:AA7233 Tallon-kriterium volgens het Hof in casu niet geschonden, omdat niet kan worden gezegd dat de verdachte door de uitlatingen van de verbalisant is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht. HR: Dit oordeel geeft geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk een fragment van de gerelateerde conversatie tussen de opsporingsambtenaar-verbalisant en de verdachte aldus verstaan dat daaruit het initiatief van de laatste tot de cocaïne-deal moet worden afgeleid. De A-G Jörg beoordeelt de zaak anders: de 'totality of circumstances' in aanmerking genomen blijkt niet zonneklaar dat het ‘generieke’ opzet tot de deal reeds tevoren bij de verdachte bestond. De HR houdt het evenwel bij een zeer terughoudende toetsing. De gang van zaken zou sinds de invoering van de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden vallen onder artikel 126q (pseudokoop door opsporingsambtenaar). Dan zou er wel een schriftelijk bevel van de officier van justitie moeten zijn; 'spontane' pseudokoop is niet meer rechtmatig.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2001
AA20010041

Het testament van de Queen: only a family affair?

L.A.G.M. van der Geld

Naar aanleiding van het overlijden van Queen Elizabeth II bespreekt Lucienne van der Geld in deze column waarom we waarschijnlijk nooit zullen weten wat er in haar testament staat, ondanks dat testamenten in de UK, in tegenstelling tot in Nederland, doorgaans wél openbaar worden gemaakt.

Opinie | Column
oktober 2022
AA20220766

UCERF 4 - Actuele ontwikkelingen in het familierecht

Het tijdstip van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap bij echtscheiding

B. Breederveld

De (ontbonden) huwelijksgemeenschap is van een bijzondere gemeenschap overgegaan naar een gemeenschap, zoals vermeld in artikel 3:166 BW. Gezien de daaraan verbonden gevolgen is bij echtscheiding het tijdstip waarop de huwelijksgemeenschap wordt ontbonden van groot belang. In deze bijdrage wordt de voorgestelde vervroeging van het tijdstip van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap zoals dat in het wetsvoorstel Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen (28 867) is geregeld, behandeld.

Het toepassingsbereik van de algemenevoorwaardenregeling

Over diensten en de reflexwerking van de grijze en zwarte lijst

H.N. Schelhaas

Hoge Raad 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:835, RvdW 2023/612 en Hoge Raad 8 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1197, NJ 2023/333

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2024
AA20240049

Het toetsen van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen en de bewijsconstructie: wat vermag de rechter?

L. Stevens

Hoge Raad 29 september 2015, nr. 13/04497, ECLI:NL:HR:2015:2842

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2016
AA20160281

Het Toetsingsarrest

D. Venema

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
december 2009
AA20090846

Het toezicht op de financiële sector

M. de Graaff, H.J. Scheffer

De financiële wereld is sinds het begin van de jaren tachtig zeer sterk in beweging. Aangezien deze sector algemeen beschouwd wordt als een van de meest belangrijke in de economie, is overal ter wereld getracht door middel van wetgeving hierop grip te krijgen. De belangrijkste Nederlandse wetten op dit gebied zijn de Bankwet en de Wet Toezicht Kredietwezen. De thans geldende versie van de WTK werd in 1978 ingevoerd, juist voordat een reeks nieuwe inzichten en ontwikkelingen doorbrak. In dit artikel wordt geschetst wat het belang van deze ontwikkelingen is voor het toezicht krachtens de Wet Toezicht Kredietwezen en de daarmee verbonden regelingen.

Overig | Rode draad | Financiële markten en instellingen
mei 1988
AA19880302