Shop

Ex qua viri boni nominantur

A.A.M. Kinneging

In dit artikel wordt betoogd dat het vigerende rechtspositivisme niet moet worden gezien als een resultante van ons ontwaken uit idealistische sluimeringen, maar juist als uitwerking van onze vergetelheid met betrekking tot een intellectuele traditie die onmisbare inzichten in ethiek en recht bevat. Omdat de ‘proof of the pudding is in the eating’, beproeft de auteur zijn stelling aannemelijk te maken door nog eens zijn licht te laten schijnen over het traditionele begrip van ‘rechtvaardigheid’, i.e. de deugd ieder het zijne te geven.

Overig | Rode draad | Recht en ethiek | Verdieping | Verdiepend artikel
september 1998
AA19980750

Ex-samenwoners, uitleg van hun samenlevingsovereenkomst en vergoedingsrechten

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 22 september 2006, nr. C05/124HR, ECLI:NL:HR:2006:AX1571, LJN: AX1571, NJ 2006, 521 Geschil tussen voormalige levenspartners die een aantal jaren hebben samengewoond in een door de man gekochte en aan hem geleverde woning, waarbij de koopsom van (de blote eigendom van) de grond is voldaan uit het privévermogen van de vrouw, over de verdeling van de verkoopopbrengst van deze woning na beëindiging van hun samenwoning; uitleg van hun samenlevingsovereenkomst met inachtneming van het Haviltex-criterium; vergoedingsrecht wegens aanzienlijke waardevermeerdering van de woning als bedoeld in het arrest Kriek-Smit.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2007
AA20070058

Exceptio plurium litis consortium

G.R. Rutgers

Hoge Raad 2 december 2005, nr. C04/263HR, ECLI:NL:HR:2005:AU5661, RvdW 2005, 135 (Rijpma/Groot, Lelieteler) De vraag die hier speelt is of een rechtsverhouding processueel ondeelbaar is indien, wanneer twee partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld door de rechtbank en er slechts een in beroep gaat, dit zou kunnen leiden tot een uitspraak waarbij degene die in beroep ging gelijk krijgt en degene die niet in beroep ging eigenlijk het hele bedrag zou moeten vergoeden, nu slechts een gedeelte van het bedrag hoeft te vergoeden, omdat dat nu eenmaal de in kracht van gewijsde gedane uitspraak van de rechtbank is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2006
AA20060292

Exclusieve en concurrerende belangenbehartigers: balanceren op glad ijs?

I. Tillema

Post thumbnail

Deze bijdrage gaat over concurrerende belangenbehartigers en de voorgestelde wettelijke regeling voor de benoeming van een exclusieve belangenbehartiger in een collectieve (schadevergoedings)actie. Twee mogelijke toekomstscenario’s vormen de aanleiding om het wetsvoorstel op dit punt kritisch te bezien.

Opinie | Opiniërend artikel
juni 2018
AA20180476

Excuustruus of echte topvrouw?

Over de wenselijkheid van vrouwenquota in het bedrijfsleven

F.S. Bakker, F. Kartner

Eurocommissaris Viviane Reding deed een voorstel voor een EU-richtlijn die voorziet in een vrouwenquotum van 40% voor niet-uitvoerende bestuurders in de raden van bestuur van beursgenoteerde vennootschappen. Vrouwenquota zijn echter niet wenselijk, met welk doel dan ook. Bedrijven worden niet beter bestuurd en presteren niet beter wanneer een vrouw enkel vanwege een vrouwenquotum is aangenomen, terwijl zij niet de juiste kwaliteiten voor de functie heeft. Ook zou onterecht twijfel kunnen rijzen over de redenen voor aanstelling.

Opinie | Redactioneel
februari 2013
AA20130093

Executie(ver)koop van onroerende zaken

I. Visser

Post thumbnail Een beknopte en praktische beschrijving van de executoriale verkoopprocedure van onroerende zaken: de openbare veiling en de onderhandse verkoop. De praktische opzet van dit cahier maakt het niet alleen geschikt voor studenten, maar ook voor degenen die zich in de praktijk met de executoriale verkoop bezig houden zoals notarissen, advocaten, gerechtsdeurwaarders en rechters.

9789492766427 - 09-10-2018

Executie(ver)koop van onroerende zaken (Digitaal boek)

I. Visser

Post thumbnail Een beknopte en praktische beschrijving van de executoriale verkoopprocedure van onroerende zaken: de openbare veiling en de onderhandse verkoop. De praktische opzet van dit cahier maakt het niet alleen geschikt voor studenten, maar ook voor degenen die zich in de praktijk met de executoriale verkoop bezig houden zoals notarissen, advocaten, gerechtsdeurwaarders en rechters.

9789492766427 - 09-10-2018

Exhibitie van bescheiden

H.B. Krans

Hoge Raad 6 oktober 2006, nr. C05/138HR, ECLI:NL:HR:2006:AX7774, LJN: AX7774, NJ 2006, 547 De exhibitieplicht in het bewijsrecht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2007
AA20070371

Exit Raad van State

E.H. Hondius

Tijdens een symposium ter ere van het twaalfde lustrum van dit blad, werd – aldus Ewoud Hondius in deze column – de Raad van State gefileerd en vakkundig afgeserveerd.

Opinie | Column
december 2011
AA20110870

Exit willekeurstoets. Bestuursrechterlijke toetsing aan het evenredigheidsbeginsel na 2-2-’22

K.J. de Graaf, A.T. Marseille

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285, JB 2022/44, m.nt. R.J.N. Schlössels

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2022
AA20220306

Exoneratie van aansprakelijkheid voor hulppersonen en regres bij brandschade

Mastum Dakbedekkingen - Nationale Nederlanden

J.M. van Dunné

Hoge Raad 15 januari 1999, nr. 16760, C97/239, ECLI:NL:HR:1999:ZC2819, RvdW nr. 10 C (Mastum Dakbedekkingen/Nationale Nederlanden) Lange tijd hebben arresten van voor de oorlog en vlak na de oorlog het onderwerp van de exoneratie voor hulppersonen beheerst, maar inmiddels zijn er nuances ontstaan en daarvan is dit arrest een voorbeeld.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juli 1999
AA19990555

Exoneraties in consumentenovereenkomsten

M.B.M. Loos

‘Wij zijn niet aansprakelijk voor zoekgeraakte eigendommen.’ ‘Deelname is op eigen risico.’ Met een dergelijke exoneratieclausule proberen bedrijven onder hun wettelijke aansprakelijkheid uit te komen. Zijn dergelijke bedingen eigenlijk toegestaan of hoeft een consument zich niets van deze bepalingen aan te trekken? Mede aan de hand van Europese rechtspraak zal betoogd worden dat meestal het laatste het geval is. Vergl. ook: Océano-arrest (HvJ EG 27-6-2000, C-240/98 t/m C-244/98, NJ 2000, 730) en het arrest Mostaze Claro (HvJ EG 26-10-2006, C-168/05, NJ 2007, 201).

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2007
AA20070741