Resultaat 3121–3132 van de 13106 resultaten wordt getoond
M.J.G.C. Raaijmakers
In dit artikel staat centraal de vraag in hoeverre het EESV, de SE en de ECV geschikte rechtsvormen zijn voor een joint venture tussen partners in verschillende EU-Lid-Staten. De verschillende rechtsvormen worden beschreven alsmede hun voor- en nadelen.
Bijzonder nummer | Joint Venturesmei 1995AA19950425
Y. Buruma
Behoudens de invloed van (de rechtspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens over) het EVRM, lijken er de volgende factoren te bestaan die een disharmoniërende invloed kunnen hebben op het strafprocesrecht zoals vervat in het Wetboek van Strafvordering: de eerste pijler, Schengen, de der¬de pijler en Europol. Deze factoren en hun potentiële invloed worden in onderstaand artikel tegen het licht gehouden.
Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmoniemei 1996AA19960386
R.H.T. Jansen, M.M. Kappé
De triloog begon ooit als ultimum remedium voor wetgevingsimpasses in de Europese Unie, maar is tegenwoordig standaardpraktijk. Vertegenwoordigers van de Raad van Ministers, het Europees Parlement en de Europese Commissie onderhandelen dan achter gesloten deuren over wetteksten om tot een compromis te komen. Deze wetgevingsonderhandelingen onttrekken zich in het schemerduister. In dit redactioneel betogen de auteurs dat de informatievoorziening aan burgers en nationale parlementen moet worden verbeterd door triloogdocumenten actief en zo volledig mogelijk te openbaren.
Opinie | Redactioneeljanuari 2021AA20210003
R. de Graaff, D.J. Verheij
Opinie | Opiniërend artikeldecember 2017AA20170988
A.T.J.M. Jacobs
Het nationale sociale recht is een bonte mengeling van normen, vervat in de wet, lagere wetgeving, beleidsregels, cao's, reglementen, etcetera. Kan in dat veelkleurige patroon de Europese wetgeving moeiteloos geïntegreerd worden of levert dat problemen op?
Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmoniemei 1996AA19960355
E.M. Witjens
Aan de hand van een fictieve casus wordt besproken hoe EU orgaan wat functionele immuniteit bezit toch door de staat waar ze aanwezig is strafrechtelijk kan worden aangepakt.
Verdieping | Studentartikelapril 2005AA20050197
A. Kors
In dit artikel wordt ingegaan op twee wijzigingen van de Wet op de lijkbezorging en een daarmee samenhangend besluit. Op deze manier is er volgens de auteur op legislatief gebied een einde gekomen aan de Euthanasie-discussie.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingseptember 1994AA19940594
Dit artikel bevat een weergave van de nieuwe meldingsprocedure bij euthanasie, hulp bij zelfdoding en levensbeëindiging. Alvorens op de nieuwe regels in te gaan word eerst de oude procedure behandeld.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingmaart 1999AA19990159
A.C. Hendriks
Diverse personen wensen hun leven met behulp van een medisch deskundige eerder te (laten) beëindigen. In Nederland kan dat onder bepaalde voorwaarden. De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) biedt artsen duidelijkheid over wat hen in dergelijke situaties is toegestaan. Artsen hoeven bij naleving van de wettelijke zorgvuldigheidseisen niet te vrezen voor strafrechtelijke vervolging dankzij een bijzondere strafuitsluitingsgrond in het Wetboek van Strafrecht. Deze strafuitsluiting geldt volgens de wet alleen voor levensbeëindiging van personen van 12 jaar en ouder. Buiten de wet om bestaat er in uitzonderlijke situaties de mogelijkheid het leven van een pasgeborene (tot 1 jaar) te beëindigen. Is het inmiddels tijd om het leven van kinderen tussen de 1 en 12 jaar in voorkomende gevallen ook te kunnen beëindigen zonder dat de arts strafrechtelijk wordt vervolgd? Een analyse en een voorstel voor een antwoord op deze vraag.
Verdieping | Verdiepend artikelmaart 2024AA20240211
H.R. Nieman
Een paar lepels vla met daarin vermengd dertig Veparax slaaptabletten en een glas Vermouth waren de middelen die mevrouw W. april 1981 verschafte aan een 67-jarige weduwe, die door het innemen van deze middelen het levenseinde bereikte dat ze zelf zo gewenst had. Zo maakte, aldus de rechtbank van Rotterdam in haar vonnis van 1 dec. 1981, verdachte W. zich schuldig aan overtreding van artikel 294 Wetboek van Strafrecht, het misdrijf ‘hulp bij zelfdoding’. Met dit vonnis is een belangrijk oordeel gegeven over de problematiek van de zelfdoding en de hulp daarbij. Bovendien hangt het nauw samen met een eerder vonnis in een euthanasiezaak (i.c. art. 293 Sr.) van 21 febr. 1973 ( Rb. Leeuwarden). Dit artikel beschrijft die samenhang en bekijkt in hoeverre iemand die art. 293 of 294 Sr. overtreedt nog strafbaar is.
oktober 1982AA19820563
C. Kelk
Hoge Raad 27 november 1984, nr. 77091, ECLI:NL:HR:1984:AC8615 (Euthanasie Alkmaar, Euthanasie I) Onvoldoende weerlegging van beroep op noodtoestand.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 1985AA19850330
J.A.K. van den Berg, B. Degelink, J.B. Spath
In dit redactionele artikel wordt ingegaan op het wetsvoorstel rondom euthanasie. De verschillende criteria waaraan een uitvoering van het euthanasieverzoek moet voldoen komen aan bod.
Opinie | Redactioneelfebruari 2001AA20010063