Perspectiefartikel
Resultaat 49–60 van de 292 resultaten wordt getoond
De juridische studie in het perspectief van de werkgelegenheid (deel 2)
N.H.M. Roos
Tweede deel van een artikel waarin aan de orde komt wat de perspectieven qua werkgelegenheid zijn voor (net afgestudeerde) juristen. Ook komt de werkloosheid onder academici en juristen in het bijzonder aan de orde. Verder komt aan de orde waar juristen werken onderverdeeld naar beroepsgroep. Het artikel wordt afgesloten met enkele adviezen ter verhoging van de kans voor juristen op werk. Zie voor deel 1: AA19870763
Perspectief | Perspectiefartikel
januari 1988
AA19880025
Resultaat 49–60 van de 292 resultaten wordt getoond





We hebben het internet, en we hebben juristen-wetenschappers die graag hun kennis en opinies ventileren. Het internet is min of meer gratis en bijna voor de hele wereld toegankelijk. Dus ligt het voor de hand dat juristen-wetenschappers het internet inzetten voor informatieoverdracht in de vorm van artikelen en anderszins. En dan heb ik niet over de bibliografische gegevens van publicaties, maar over de gratis toegang tot volledige teksten. Gebeurt dat dan? Nee, althans niet of nauwelijks als je dat afzet tegen het aantal juridische artikelen dat verschijnt. Het kan dus beter, veel beter. Sterker, het moet beter.
Rechtenstudenten zien vragen over rechtvaardigheid, normativiteit en macht vaak als een aparte verzameling vragen die los van positiefrechtelijke leerstukken geanalyseerd en beantwoord moeten c.q. kunnen worden. Hierdoor krijgen de vakken die rechtsfilosofie behandelen een aparte status binnen de bachelor en is de meerwaarde voor studenten niet altijd duidelijk. Door filosofen te behandelen die positiefrechtelijke concepten integreren in hun filosofie kan dit probleem worden ondervangen. In dit artikel wordt een concrete uitwerking aan de hand van Hegels Grundlinien uiteengezet.
Een notaris is een hybride figuur: enerzijds is hij openbaar ambtenaar die een in de wet omschreven taak moet verrichten (ministerieplicht), anderzijds is hij ondernemer die op efficiënte wijze en op een integere manier zijn kantoor moet organiseren. Daarnaast is hij een poortwachter die een belangrijke taak heeft binnen de ordening van de samenleving.
Van advocaten wordt verwacht dat zij zich onafhankelijk opstellen: onafhankelijk van de klant, maar ook van hun werkgever. Onafhankelijkheid is een kernwaarde van de advocatuur. Beginnende advocaten kunnen zich niet verschuilen achter een instructie van het kantoor, maar moeten zelf beroepsethische afwegingen maken.
Hoe ontwikkelen carrière-oriëntaties van rechtenstudenten zich tijdens de studie en hoe verhouden zij zich tot de morele en maatschappelijke dimensies van het recht? Streven zij naar maatschappelijke relevantie of sorteren zij voor op het dienen van private belangen? In Angelsaksische landen is best wat onderzoek gedaan naar dit onderwerp, in Nederland nauwelijks. Op basis van longitudinaal empirisch onderzoek onder bachelorstudenten in Rotterdam (110 interviews) plus interviews met docenten wrikken wij deze ‘black box’ een stukje open.

Mede naar aanleiding van een Tilburgse promotie, waarbij het doctoraat in eerste aanleg werd geweigerd vanwege een beweerdelijk ondermaatse verdediging, wordt hier de rol van de openbare verdediging bij promoties onderzocht. De stelling die wordt verdedigd is dat die verdediging een ceremoniële rol vervult die niet mag leiden tot weigering van het doctoraat nadat de dissertatie door de promotiecommissie is goedgekeurd. Indien universiteiten daarin verandering willen brengen zullen niet alleen de beoordelingscriteria voor de verdediging moeten worden geëxpliciteerd, maar behoren er ook extra eisen aan promotiecommissies gesteld te worden.