Annotaties en wetgeving

Met open armen ontvangen door de strafrechtsketen

T. Kooijmans

Hoge Raad 22 september 2015, nr. 14/05583, ECLI:NL:HR:2015:2753, RvdW 2015/1038

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2016
AA20160201

Mijn echtgenote?

M.J.A. van Mourik

Hoge Raad 31 januari 1997, nr. 16196, ECLI:NL:HR:1997:ZC2265, RvdW 1997, 35 C In dit arrest en de daarbij behorende noot wordt ingegaan op de uitleg van een uiterste wilsbeschikking waarbij aan de orde komen: dwaling, drie regels voor uitleg en de duidelijkheid een uiterste wilsbeschikking.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 1997
AA19970737

Minimumstraf voor merkinbreuk in strijd met EU-recht dankzij TRIPs-Overeenkomst

Th.C.J.A. van Engelen

HvJ EU 19 oktober 2023, C-655/21, ECLI:EU:C:2023:791, IEPT20231019 (G.ST.T.) (rechters: C. Lycourgos, O. Spineanu-Matei (rapporteur), J.-C. Bonichot, S. Rodin and L.S. Rossi, conclusie A-G G. Pitruzezella)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2024
AA20240168

Minister van Justitie Donner rechter in eigen zaak?

L.J.A. Damen

Rechtbank 's-Gravenhage 23 december 2005, nr. KG 05/1570, ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8652, LJN AU8652 (mr. Paris) Hier staat de vraag centraal of de centrale overheid bevoegd is om een schorsingsbesluit uit te vaardigen met als doel een rechtsgang bij de bestuursrechter te voorkomen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2006
AA20060300

Mio en Konektra

Zijn creatieve elementen die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen op een herkenbare manier overgenomen?

D.J.G. Visser

Hof van Justitie van de Europese Unie 4 december 2025, gevoegde zaken C‑580/23 en C‑795/23, ECLI:EU:C:2025:941 (Mio en Konektra)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2026
AA20260135

Misdrijven tegen de menselijkheid in Oost-Timor

Misleidende reclame

P. Neleman

Ofschoon zij reeds enige tijd geleden in werking is getreden en inmiddels blijkens persberichten al tot rechterlijke uitspraken heeft geleid, verdient de medio vorig jaar tot stand gekomen wettelijke regeling omtrent  misleidende reclame nog enige aandacht in deze rubriek. Het gaat hier om de Wet van 6 juni 1980, Stb. 304, houdende regelen omtrent de privaatrechtelijke bescherming tegen misleidende reclame (kamerstukken 13 611) die met ingang van 14 juli 1980 in werking is getreden (indien men voor de wetstekst het Staatsblad raadpleegt, dient men er wel op te letten dat daarop naderhand een belangrijke rectificatie is verschenen). De parlementaire behandeling van het wetsontwerp heeft alles bij elkaar vrij geruime tijd in beslag genomen - het wetsontwerp werd al op 18 september 1975 onder verantwoordelijkheid van de toenmalige Minister van Justitie van Agt ingediend - maar wel zijn tijdens die behandeling een aantal wijzigingen aangebracht, die maakten dat het ontwerp, dat in zijn oorspronkelijke vorm velen niet ver genoeg ging, tenslotte in beide Kamers zonder stemming kon worden aangenomen. Aldus bezien kan men toch zeggen dat hier sprake is geweest van een vruchtbare samenwerking tussen Regering en Staten-Generaal. Tot slot van deze inleiding verdient voorts nog vermelding dat er tijdens de parlementaire behandeling reeds veel aandacht aan het wetsontwerp is besteed; te noemen vallen onder meer de artikelen van Verkade in NJB 1976, p. 357 e.v. en NJB 1979, p. 458 e.v. alsmede dat van Slagter in TVVS 1980, p. 37 e.v. In deze artikelen vindt men, behalve uitgebreide verwijzingen naar verdere literatuur, beschouwingen over de inhoud van het ontwerp in de verschillende stadia van behandeling.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
januari 1981
AA19810022

Misverstand-arrest

P. van Schilfgaarde

Hoge Raad 17 december 1976, nr. 11032, ECLI:NL:HR:1976:AC5835, NJ 1977/241 (Bunde/Erckens). Ook wel bekend als Misverstand.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1977
AA19770654

Modernisering van procesrecht in civiele zaken en bestuurszaken: de rechter gaat digitaal!

H. Donner, M.J. Jacobs, J.M.I. Vink

De digitalisering van de rechtspraak leidt tot wijzigingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht. In deze bijdrage worden de wijzigingen op hoofdlijnen besproken. Daarnaast komen ook de bepalingen die betrekking hebben op het elektronisch verkeer met de rechter en de gefaseerde inwerkingtreding aan bod.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
december 2016
AA20160971

Moet degene ten laste van wie conservatoir beslag is gelegd bekend zijn met de aanhangigheid van de hoofdzaak?

A.W. Jongbloed

Hoge Raad 25 mei 2018, nr. 17/00847, ECLI:​NL:​HR:​2018:​773, RvdW 2018/627 (Avonwick Holdings/VI Holding)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2018
AA20180726

Moet een advocaat zorg hebben voor de belangen van derden?

B.C.M. Waaijer

Hoge Raad 17 januari 2020, nr. 18/03867, ECLI:NL:HR:2020:61, NJ 2020/137 (Dingemans, Van Dooren, Van Gompel en Van Cauwenberg/Banning N.V.)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2020
AA20200575

Monsterlijk mandaat

C.A.J.M. Kortmann

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 14 mei 1998, ECLI:NL:RVS:1998:ZF3426, nr. E02.97.0162/Q01 In deze noot bij de uitspraak van de ABRvS komt aan de orde wie er bevoegd is tot mandateren, aan wie er gemandateerd mag worden, wat er gemandateerd mag worden. Ook wordt er duidelijk uitgelegd wat mandaat is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1998
AA19980779