Staats- en bestuursrecht

Het klimaatakkoord van Parijs: bouwen aan wereldrecht of bewijs van falende internationale samenwerking?

M.M.T.A. Brus

Post thumbnail

Het klimaatakkoord van Parijs bevat weinig harde juridische verplichtingen. Staten bepalen zelf hoe sterk ze zich zullen inspannen om klimaatverandering te beperken en de gevolgen op te vangen. Toch moet het juridisch belang niet onderschat worden. Het is een stap in de nieuwe realiteit van het wereldrecht.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 2016
AA20160615

Het klimaatgevaar en het gouden Kelderluik

A.G. Castermans

Post thumbnail

Het vonnis in de Urgenda-zaak kan worden verklaard vanuit procedureel perspectief. Partijen – Urgenda en de Staat – waren het voor de Haagse rechtbank over veel eens en de Staat heeft van een aantal punten – feitelijk – geen probleem gemaakt. De rechtbank bleef binnen de constitutionele grenzen door hetgeen feitelijk en juridisch tussen partijen is komen vast te staan.

Opinie | Tweeluik
januari 2016
AA20160034

Het kneedbare belanghebbendebegrip

K.A.W.M. de Jong, A.P. Klap

Post thumbnail Om toegang te krijgen tot de bestuursrechter moet je belanghebbende zijn. Bij de invulling van het belanghebbendebegrip wordt gezocht naar optimale, niet naar maximale rechtsbescherming. Daarbij spelen zowel principiële en rechtspolitieke argumenten als efficiencyoverwegingen een rol. Als gevolg daarvan is de feitelijke invulling van het belanghebbendebegrip altijd aan verandering onderhevig.

Rode draad | Toegang tot het recht
februari 2019
AA20190147

Het komen en gaan van vreemdelingen

H. Prins

Wie zich verdiept in de literatuur die in de afgelopen 20 jaar verschenen is over het minderhedenvraagstuk, krijgt de indruk dat het toelatingsbeleid zowel de oorzaak voor het minderhedenprobleem is, alswel de voorwaarde voor het oplossen ervan. Het toelatingsbeleid van de jaren ’60 heeft geleid tot de komst van veel buitenlanders naar Nederland. De verandering van het beleid als reactie daarop, zal de hoofdmoot zijn van dit artikel. Toelatingsbeleid is een complex geheel. Vreemdelingen komen op verschillende gronden Nederland binnen, familieleden op grond van humanitaire overwegingen, vluchtelingen op grond van het Vluchtelingenverdrag en het verlenen van vergunningen en vluchtelingen met een zogenaamde B-status op grond van humanitaire overwegingen om er maar enkele te noemen. In dit artikel zal ik alleen de vergunning tot verblijf van de buitenlandse werknemer - ook wel de ‘mediterrane vreemdeling’ genoemd - en de daarmee samenhangende problemen behandelen. Aan het slot komt een betrekkelijk nieuw aspect van het minderhedenbeleid aan de orde. In 1975 is men bij wijze van experiment begonnen met het zogenaamde terugkeerprojecten-programma. Dat had als doel de werkgelegenheid in de landen van herkomst zodanig te stimuleren dat buitenlandse werknemers daar naar terug konden keren. Wat dat opleverde zal aan de hand van het evaluatierapport ‘Terug naar een nieuw begin’ behandeld worden.

oktober 1981
AA19810664

Het Koninkrijk der Nederlanden na de opheffing van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010

L.J.J. Rogier

Post thumbnail

september 2010
AA20100563

Het kort geding over het ESM-verdrag

R.J.B. Schutgens

Rechtbank Den Haag 1 juni 2012, nr. 419556 - KG ZA 12-523, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7242, LJN: BW7242, JB 2012/174 (m.nt. Broeksteeg) (Wilders c.s./De Staat)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2012
AA20120635

Het legaliteitsbeginsel als hoeksteen van het staats- en bestuursrecht

F.J. van Ommeren

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
september 2010
AA20100645

Het legaliteitsbeginsel in Straatburgs perspectief

J. de Hullu

Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 22 november 1995, Application no. 20190/92, ECLI:CE:ECHR:1995:1122JUD002019092 (C.R. v. the United Kingdom) Het Europese Hof benadrukt het prominente belang van het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel. Strafbaar gedrag moet duidelijk in het recht zijn omschreven, en dat recht moet aan diverse kwalitatieve vereisten zoals toegankelijkheid en voorzienbaarheid voldoen. Extensieve interpretatie is problematisch. Dit alles neemt echter niet weg dat het wel mogelijk en in het licht van het legaliteitsbeginsel toelaatbaar is om regelgeving over strafrechtelijke aansprakelijkheid door interpretatie geleidelijk te verhelderen en aan gewijzigde om¬standigheden aan te passen, wanneer die ontwikkeling tenminste overeenstemt met de essentie van het delict en redelijkerwijs te voorzien was.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juli 1996
AA19960508

Het lek van Nootdorp, beschouwingen over het verschoningsrecht van journalisten

P.J.R. Habraken

Mag een journalist zich ter bescherming van zijn bronnen verschonen van het afleggen van getuigenis in rechte? In dit artikel wordt naar aanleiding van de geruchtmakende 'Nootdorp-affaire' het geldende recht met betrekking tot het journalistieke verschoningsrecht onderzocht. Hierbij komt aan de orde de vraag, of artikel 10 ECRM — eventueel in verband met artikel 19 BuPo-verdrag — de journalist in dat opzicht wellicht nieuwe mogelijkheden biedt.

Verdieping | Studentartikel
oktober 1989
AA19890825

Het milieurecht in disharmonie?

Th.G. Drupsteen

Of er in het milieurecht sprake is van wetsharmonie en rechtsharmonie is moeilijk vast te stellen. Enerzijds staat dit jonge rechtsgebied voortdurend bloot aan invloeden van buiten. Anderzijds heeft het zelf nog niet een zodanig duidelijke systematiek ontwikkeld dat deze zouden leiden tot disharmonie.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmonie
mei 1996
AA19960371

Het misdrijf majesteitsschennis afgeschaft

De initiatiefwet tot opheffing van de bijzondere bepalingen aangaande majesteitsschennis en belediging van bevriende staatshoofden

S.S. Arendse, P.A.M. Verrest

In deze bijdrage zullen de auteurs de inhoud van de Wet van 15 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES teneinde enkele bijzondere bepalingen inzake belediging van staatshoofden en andere publieke personen en instellingen te doen vervallen uitlichten. Daarbij zal aandacht worden besteed aan de belangrijkste discussiepunten tijdens de parlementaire behandeling en de wijzigingen die als gevolg daarvan in het voorstel zijn aangebracht.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 2019
AA20190694

Het Nederlandse ‘polygamiebeleid’ en artikel 8 EVRM

R.A. van der Pol

In dit artikel wordt ingegaan op de in 1992 geldende beleidsregel dat voor een in Nederland verblijvende in polygamie gehuwde vreemdeling slechts één echtgenote en daaruit geboren kinderen voor gezinshereniging in aanmerking komen. De vraag die bij deze beleidsregel gesteld wordt, is of deze regeling wellicht in strijd is met art. 8 EVRM dat recht geeft op 'family life' zonder al te grote inmenging van de staat. Er wordt ingegaan op het begrip polygame in het Nederlandse vreemdelingenrecht en uitspraken van het EHRM en de Hoge Raad inzake polygamie en het recht op gezinsleven.

Verdieping | Verdiepend artikel
september 1992
AA19920476